Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 8 februari 2024, waarmee [appellant] in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam van 10 november 2023;
- het arrest van dit hof van 7 mei 2024, waarin een mondelinge behandeling is gelast;
- de akte overlegging producties tevens akte depot van [geïntimeerde], met bijlagen;
- de akte overlegging producties van [appellant], met bijlagen;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 2 juli 2024;
- de memorie van grieven van [appellant];
- de memorie van antwoord van [geïntimeerde], met bijlagen;
- de akte uitlaten van [appellant];
- de antwoordakte van [geïntimeerde].
3.Feitelijke achtergrond
4.Procedure bij de rechtbank
5.Beoordeling in hoger beroep
6.De uitspraak
in zoverre opnieuw rechtdoende:
- veroordeelt [appellant] om aan [geïntimeerde] te betalen een bedrag van € 1.585,22 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over dat bedrag van 27 juni 2023 tot de dag dat volledig is betaald;
- bekrachtigt het vonnis voor het overige;
- compenseert de proceskosten in hoger beroep;
- wijst af het in hoger beroep meer of anders gevorderde.