Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
3.Feitelijke achtergrond
Eerder vandaag hebben wij elkaar gesproken m.b.t. de voortgang van de werkzaamheden in mijn appartement. Ik heb m’n ongenoegen geuit over het feit dat er geen vooruitgang is, aangezien alleen een groot gedeelte van de oude keuken is verwijderd en verder niets is gedaan. (…). Jij gaf aan graag de tijd te willen hebben om binnen de afgesproken termijn van 2 weken (vanaf 17 april 2023) af te ronden. (…) Ik heb (…) aangegeven om wederom coulant hierin te zijn en je nog tot maandag 1 mei 2023 te geven om de werkzaamheden te hervatten en af te ronden.”Bij de beoordeling wordt nog nader teruggekomen op het appverkeer.
“Betaal € 1.000,00 via (…)”.
“(…) dat de oplevering op 1 mei 2023 had moeten plaatsvinden. Tot op heden heb je geen enkele verklaring gegeven waarom je de werkzaamheden volgens afspraak niet af hebt (…)”. En:
“Gezien het herhaaldelijk niet nakomen van afspraken, dat je zelf al hebt gezegd dat de spullen waarvoor je nu een tikkie stuurt al zijn gekocht, de uitzichtloosheid op het afronden van het werk en het feit dat alleen de oude keuken gesloopt is (en niet volledig afgevoerd), zie ik geen reden om aanvullende betalingen te voldoen.”[appellant] heeft gemeld bereid te zijn € 250,- te betalen, maar de rest vooralsnog achter te zullen houden.
“(…) stop per direct alle werkzaamheden dus doe ik afstand van dit project. Het val met mij niet meer te praten (…)”
4.Procedure bij de kantonrechter
5.Vorderingen in hoger beroep
6.Beoordeling in hoger beroep
Inleidende opmerkingen
- [appellant] heeft na ontvangst van de offerte op 20 maart 2023 bevestigd akkoord te zijn met een start van de werkzaamheden op maandag 17 april 2023.
- Op donderdag 13 april 2023 checkt [appellant] bij [geïntimeerde] of deze inderdaad maandag 17 april 2023 zal starten. Het contact verloopt daarna vrij moeizaam vanuit [geïntimeerde]. Hij komt een aantal keer een toezegging om contact op te nemen niet na, hoewel [appellant] meermalen benadrukt dat een goede (communicatie over de) planning voor hem heel belangrijk is, vanwege de te verwachte levering van de nieuwe Ikea-keuken, de droogtijd van het stucwerk, de noodzaak op tijd vrij te kunnen nemen om het laminaat te verwijderen en het noodzakelijke verblijf bij anderen gedurende de verbouwing. Als uitleg voor het niet contact opnemen zoals afgesproken, appt [geïntimeerde] op 14 april 2023 dat hij de avond ervoor in slaap was gevallen en daarom niet had gebeld. De dag erop wordt afgesproken dat hij op 18 april 2023 zal starten. Die dag appt hij eerst rond half drie dat hij later is dan afgesproken omdat hij de bus moet leeghalen van een eerdere klus, vervolgens rond half 4 dat hij is aangereden maar zeker nog later die dag zal langs komen, om de dag erop, op 19 april 2023, te laten weten dat hij de avond ervoor, na een bezoek aan huisarts en garage, weer in slaap was gevallen.
- Hierna wordt afgesproken dat [geïntimeerde] donderdag 20 april 2023 zal starten en dat gebeurt ook daadwerkelijk.
- Op maandag 24 april 2023 uit [appellant] zorgen over de voortgang waarop [geïntimeerde] reageert met
- Op zaterdag 29 april 2023 bevestigt [appellant] wat zij eerder die middag telefonisch hebben besproken, nadat [appellant] opnieuw zijn ongenoegen had geuit over het ontbreken van voortgang. Volgens [appellant] was op dat moment alleen een groot gedeelte van de keuken verwijderd en was er verder niets gedaan. [appellant] schrijft dat [geïntimeerde] in het telefoongesprek heeft aangegeven graag de tijd te krijgen om binnen de afgesproken termijn van twee weken (vanaf 17 april 2023) het werk af te ronden, en dat hij uit coulance [geïntimeerde] nog tot 1 mei 2023 heeft gegeven. [appellant] benadrukt dat als hij tegen die datum geen voortgang ziet, hij [geïntimeerde] dan in gebreke stelt en dat [geïntimeerde] dan schadeplichtig zal zijn. Ook staat in de app dat [geïntimeerde] heeft aangegeven dat als hij de werkzaamheden niet afkrijgt binnen de afgesproken tijd, [appellant] zijn aanbetaling van € 1.580,- volledig terug zal krijgen.
- [geïntimeerde] heeft niet op deze app gereageerd, maar heeft zondag 30 april 2023 wel laten weten dat hij die dag in het appartement is geweest om de deur af te plakken en dat hij de volgende dag terug zal komen om aan de slag te gaan met de tegels.
- Op dinsdag 2 mei 2023 appt [geïntimeerde] in de avond dat hij die dag met de stukadoor bij de woning is geweest, dat gebleken is dat er meer van de muren gesloopt moet worden dan aanvankelijk gedacht en dat die werkzaamheden donderdag 4 mei 2023 plaats zullen vinden. Ook de elektricien zal die donderdag zijn werkzaamheden oppakken, aldus [geïntimeerde]. [geïntimeerde] vraagt om de tweede deelbetaling te voldoen, om de elektrische materialen te kunnen bekostigen en appt:
- De volgende ochtend op woensdag 3 mei 2023 laat [appellant] weten dat het betaalverzoek hem verbaast, gezien de geringe voortgang van het werk, het herhaaldelijk niet nakomen van afspraken door [geïntimeerde] en het feit dat [geïntimeerde] eerder al had laten weten de materialen waarvan hij nu betaling vraagt, te hebben gekocht. [appellant] schrijft dat hij de gevraagde betaling opschort totdat de werkzaamheden zijn afgerond. Hierna volgt enige discussie, waarbij [appellant] nog laat weten wel bereid te zijn nog € 250,- te betalen, maar de rest voorlopig achter te houden.
- Zoals hierboven al weergegeven heeft [geïntimeerde] hierna laten weten te stoppen met de werkzaamheden.
- € 9.645,10 aan kosten die [appellant] heeft moeten maken om
- plus de eerste deelbetaling van € 1.580,-,
- plus € 500,- aan kosten vervangend verblijf voor [appellant] vanaf 1 mei 2023 (de datum waarop de werkzaamheden volgens [appellant] eigenlijk afgerond hadden moeten zijn) tot 2 juli 2023 (de datum waarop het werk alsnog is afgerond) (zie dagvaarding 2.3.3.),
- minus de originele aanneemsom van € 3.950,-
7.Beslissing
- veroordeelt [geïntimeerde] tot betaling van een schadevergoeding van € 3.930,- en een bedrag van € 924,14 inclusief btw aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over het bedrag van € 924,14 vanaf de dag der dagvaarding;
- veroordeelt [geïntimeerde] in de kosten van de procedure in eerste aanleg, aan de zijde van [appellant] begroot op € 812,47, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten als [geïntimeerde] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft betaald;
- veroordeelt [geïntimeerde] in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van [appellant] begroot op € 1.623,08, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten als [geïntimeerde] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft betaald;
- bepaalt dat als [geïntimeerde] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en dit arrest vervolgens wordt betekend, [geïntimeerde] de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 92,-, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten als [geïntimeerde] deze niet binnen veertien dagen na betekening heeft betaald;
- verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst af hetgeen door [appellant] meer of anders is gevorderd;
- wijst de vorderingen van [geïntimeerde] integraal af.