Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- het verzoekschrift in hoger beroep, ingekomen op de griffie van het hof op 30 juni 2025, waarmee Bolidt in hoger beroep is gekomen van de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam, zitting houdende in Dordrecht, van 31 maart 2025, met bijlage;
- het verweerschrift in hoger beroep van [verweerder], tevens verzoekschrift in incidenteel hoger beroep, met bijlagen;
- het verweerschrift in incidenteel hoger beroep van Bolidt, met bijlagen.
3.Feiten en procesverloop bij de kantonrechter
- voor recht verklaard dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst tussen Bolidt en [verweerder];
- de arbeidsovereenkomst per 1 augustus 2025 ontbonden wegens verstoorde arbeidsverhoudingen;
- voor recht verklaard dat [verweerder] tijdens arbeidsongeschiktheid gedurende het eerste ziektejaar recht heeft op 100% doorbetaling van zijn laatstverdiende loon en gedurende het tweede ziektejaar op 70% van het maximum premieloon;
- Bolidt veroordeeld tot doorbetaling van loon aan [verweerder] over de periode van 1 maart 2023 tot en met 31 juli 2025, met dien verstande dat Bolidt:
- Bolidt veroordeeld om, voor zover zij uit hoofde van haar loondoorbetalingsverplichting over de periode van maart 2023 tot en met 31 maart 2025 minder heeft betaald dan waartoe zij uit hoofde van de beschikking is gehouden, aan [verweerder] de wettelijke verhoging van 15% te betalen en de wettelijke rente daarover te betalen vanaf de dag van opeisbaarheid van de respectieve bedragen tot de dag van algehele voldoening;
- Bolidt veroordeeld tot betaling van een transitievergoeding van € 234.127,27 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 september 2025 tot de dag dat volledig is betaald;
- Bolidt veroordeeld tot betaling van een billijke vergoeding van € 150.000,- bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 september 2025 tot de dag dat volledig is betaald;
- voor recht verklaard dat Bolidt geen rechten kan ontlenen aan het overeengekomen non-concurrentie- en relatiebeding, omdat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen van Bolidt als bedoeld in art. 7:653 lid 4 BW Pro;
- Bolidt veroordeeld in de proceskosten.
4.Verzoeken in hoger beroep
- het oordeel dat sprake is van een arbeidsovereenkomst tussen Bolidt en [verweerder];
- de veroordeling van Bolidt tot doorbetaling van het salaris van [verweerder] zoals beschreven met uitzondering van het oordeel dat Bolidt over de periode van 25 april 2024 tot en met 1 januari 2025 geen loon aan [verweerder] verschuldigd is;
- het oordeel dat Bolidt aan [verweerder] tantième verschuldigd is;
- de ontbinding door de kantonrechter per 1 augustus 2025 voor zover deze is gebaseerd op een verstoorde arbeidsverhouding in plaats van verwijtbaar handelen van [verweerder];
- de veroordeling van Bolidt tot betaling aan [verweerder] van € 234.127,27 bruto aan transitievergoeding, € 150.000,- bruto aan billijke vergoeding en € 1.221,- aan proceskosten;
- de verklaring voor recht dat Bolidt aan het tussen partijen overeengekomen non-concurrentiebeding en relatiebeding geen rechten meer kan ontlenen, nu sprake is van ernstig verwijtbaar handelen van Bolidt;
- de veroordeling van Bolidt om aan [verweerder] de wettelijke verhoging van 15% te betalen.
- tot vernietiging van het oordeel dat [verweerder] gedurende het tweede jaar van ziekte slechts recht heeft op € 3.605,32 bruto per vier weken (70% van het maximum premieloon) en in plaats daarvan voor recht te verklaren dat [verweerder] gedurende het tweede ziektejaar recht heeft op 100% dan wel 70% van zijn laatstgenoten loon;
- tot vernietiging van het oordeel dat de transitievergoeding op een bedrag van € 234.127,27 moet worden vastgesteld en de transitievergoeding alsnog vast te stellen op een bedrag van € 368.679,32 bruto;
- tot vernietiging van het oordeel dat de billijke vergoeding op € 150.000,- bruto wordt vastgesteld en de billijke vergoeding alsnog vast te stellen op een bedrag van € 2.500.000,- bruto;
- tot vernietiging het oordeel dat de wettelijke verhoging van 15% is verschuldigd en in plaats daarvan de wettelijke verhoging vast te stellen op 50%;
- tot veroordeling van Bolidt om aan [verweerder] een bedrag van € 185.447,23 bruto te voldoen wegens openstaande vakantiedagen, te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 50% en de wettelijke rente vanaf 1 september 2025;
- om voor recht te verklaren dat Bolidt gehouden is [verweerder] over de volledige periode waarin de rechter loon toewijst, [verweerder] aangesloten te houden of met terugwerkende kracht aan te melden bij de toepasselijke pensioenregeling uitgevoerd door Zwitserleven, en in dat verband al datgene te doen wat noodzakelijk is om volledige pensioenopbouw over die periode te realiseren;
- tot veroordeling van Bolidt om de pensioenuitvoerder te betalen over die periode alle verschuldigde pensioenpremies voor [verweerder], te vermeerderen met eventuele door de pensioenuitvoerder in rekening te brengen rente en kosten;
- subsidiair, voor zover de pensioenuitvoerder geen of niet volledige retroactieve pensioenopbouw meer toestaat, om te bepalen dat Bolidt aan [verweerder] een schadevergoeding verschuldigd is ter hoogte van de waarde van de gemiste pensioenopbouw over de periode waarin wel loon maar geen pensioenpremies zijn betaald;
- tot veroordeling van Bolidt om de volledige, daadwerkelijk door [verweerder] gemaakte proceskosten in eerste aanleg en in hoger beroep, bestaande uit de kosten van rechtsbijstand, begroot op € 220.629,17 inclusief btw.
5.Beoordeling in hoger beroep
Bestaat er een arbeidsovereenkomst tussen Bolidt en [verweerder]?
2001, hof) ten opzichte van elkaar feitelijk als werkgever en werknemer zijn blijven gedragen.”
To whom it may concern
- [verweerder] heeft erkend dat zijn emoties op 11 juli 2023 hoog zijn opgelopen en dat hij [naam 6] die dag heeft beledigd. Dit vormt in de gegeven omstandigheden echter geen grond voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van verwijtbaar handelen. Daarbij is onder meer van belang dat [verweerder] direct zijn excuses heeft aangeboden.
- De omstandigheid dat de toenmalige echtgenote van [verweerder] beledigende e-mails heeft verzonden en een beledigend bericht op Facebook heeft geplaatst, kan [verweerder] niet worden toegerekend. [verweerder] heeft betwist dat hij haar heeft aangemoedigd deze berichten te schrijven en heeft zich daarvan diverse malen gedistantieerd.
- Dat [verweerder] zich op onrechtmatige wijze bedrijfsgevoelige gegevens heeft toegeëigend is niet komen vast te staan. [verweerder] heeft toegelicht dat hij met medeweten van Bolidt in de periode 2001 tot en met 2014 noodzakelijke back-ups heeft gemaakt van bedrijfsgegevens van BCC/Bolidt. Dat zijn handelwijze verwijtbaar was is niet gebleken, ook niet als de back-ups niet per se noodzakelijk waren. Het is niet gebleken dat [verweerder] na 2014 nog gegevens heeft opgeslagen op eigen gegevensdragers of dat [verweerder] de gegevens van vóór 2014 heeft gedeeld met derden.