Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Zaaknummer rechtbank : C/09/670945/ KG ZA 24-746
Nederlandse Orde van Advocaten,
advocaat: mr. V.R. Pool, kantoorhoudend in Rotterdam.
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de memorie van grieven van [appellant];
- de memorie van antwoord van de Orde;
- het schriftelijke verzoek van het hof aan partijen om tijdens de mondelinge behandeling in te gaan op de in dat verzoek gespecificeerde wordingsgeschiedenis van artikel 46f Advocatenwet;
- de akte met bijlagen 6 en 7 van [appellant].
3.Juridisch kader
4.De feiten
5.De procedure voor de voorzieningenrechter
klachtgegrond verklaart, terwijl de betrokken tuchtprocedures waren ingeleid door deken
bezwarenin de zin van artikel 46f Advocatenwet.
6.De vorderingen in hoger beroep
7.Beoordeling
[appellant] heeft geen spoedeisend belang meer bij zijn vorderingen
klachtenin de zin van artikel 46c e.v. Advocatenwet en deken
bezwarenin de zin van artikel 46f Advocatenwet. Volgens hem leidt het woord “bezwaren” tot een niet voor tweeërlei uitleg vatbare tekst die geen ruimte laat voor welke interpretatie dan ook. Eenieder kan op grond van artikel 46c Advocatenwet een klacht indienen tegen een advocaat, dus ook de deken. Daarmee kan de deken ten aanzien van een advocaat in zijn arrondissement hetzij een klacht in de zin van artikel 46a Advocatenwet ter kennis brengen van de raad van discipline, hetzij een dekenbezwaar in de zin van artikel 46f Advocatenwet. In het eerste geval leidt dat tot een procedure voor de tuchtrechter die op grond van de artikelen 48 en 48ac Advocatenwet kan leiden tot het opleggen van een tuchtmaatregel en een proceskostenveroordeling, en in het tweede geval leidt dat tot een procedure die niet dat gevolg kan hebben. [appellant] voert daarbij aan dat de bewijslast voor de uitleg van de betrokken artikelen hier rust op de Orde, die zich op de gevolgen van die uitleg beroept.
(i) de regeling voor de afwikkeling van klachten van derden door de deken nader is uitgewerkt in de artikelen 46c tot en met 46e zoals daarna aangenomen; en
(ii) de door de deken zelf ter kennis van de raad van discipline te brengen klacht onder de aanduiding “bezwaar” maar zonder beoogde materiële wijziging is geregeld in een voorgesteld artikel 46f, zoals eveneens daarna aangenomen. [2]
8.Beslissing
€ 98,-;