13.5.Advies tav te zetten stappen in het re-integratie traject
Binnen werkgever UWV is er een rol weggelegd bij het loopbaancentrum om te ondersteunen bij het zoeken naar passend werk in het eerste spoor en eventueel tweede spoor. (…)
Mijn advies is (…) om, parallel aan de ingezette acties om werkfit te worden via OC taken, maar uiterlijk na 4 weken, een spoor 1 en 2 traject in te zetten door het loopbaancentrum te benaderen met een gerichte opdracht om met medewerkster haar mogelijkheden binnen werkgever UWV te onderzoeken.
(…)”
Tijdens een gesprek over de voortgang van de re-integratie op 24 februari 2023, heeft [verzoekster] bezwaar gemaakt tegen hetgeen onder 12 in het rapport was vermeld.
UWV heeft bedrijfsarts [bedrijfsarts 2] aangezocht [verzoekster] te zien. Op 17 maart 2023 bezocht [verzoekster] zijn spreekuur. In de terugkoppeling van dezelfde datum staat onder meer:
Is er (onverminderd) sprake van ziekte of gebrek die volledige hervatting in de eigen functie in de weg staat
Ja.
(…)
(…)
Welke interventie(s) kunnen er voor medewerk(st)er ingezet worden om de inzetbaarheid te vergroten
Mw. [verzoekster] heeft aangegeven dat ze over een aantal zaken niet met mij in gesprek wil omdat ze met mij geen vertrouwensband heeft. Ze geeft aan dat ze dat wel heeft met de vorige bedrijfsarts, (…) [bedrijfsarts 1] en dat ze door hem verder begeleid wil worden. Hierdoor kan ik geen adequaat oordeel of advies geven.
(…)
(…)
Welkeniet medischefactoren beïnvloeden de werkhervatting
Uit het gesprek heb ik wel kunnen op kunnen maken dat er een flink geëscaleerd arbeidsconflict speelt.
Ik verwacht dat zonder inzet van een mediator hier geen oplossing in zal komen.
Het “Plan van aanpak, begeleiding door het loopbaancentrum re-integratie spoor 1 en aanzet tot re-integratie spoor 2” van 17 april 2023 vermeld onder meer:
“Doelstelling en kader
Zoals in het re-integratieadvies door de re-integratiedeskundige is vastgesteld, is het doel volledig te kunnen re-integreren in eigen functie met een uiteindelijke urenopbouw naar 36 u/p.w.
Tegelijkertijd zullen er activiteiten worden ingezet om actief de interne en externe arbeidsmarkt te benaderen.
(…)”
[verzoekster] was niet tevreden met hoe een en ander liep, zij was van mening dat zij werd tegengewerkt in verband met haar OC-lidmaatschap. Zij heeft hierover de directeur Handhaving, mevrouw [directeur Handhaving] en ook later ook de Raad van Bestuur van UWV aangeschreven.
Bij e-mail van 8 mei 2023 schreef de directeur Handhaving aan [verzoekster] :
“Afgelopen woensdag, 3 mei, hebben we elkaar gesproken.
Ik heb bij jou aangegeven dat terugkeer in een functie binnen UWV wat mij betreft niet meer tot de mogelijkheden behoort; daarvoor is inmiddels teveel gebeurd.
Bij jou heb ik het voorstel neergelegd om:
- Te zorgen voor een actueel oordeel van de bedrijfsarts;
Op basis van de uitkomsten van dit actueel oordeel in gesprek te gaan over
mogelijkheden voor jouw herstel met als doel jou in je kracht zetten om buiten
UWV een andere functie te zoeken;
Met elkaar het gesprek te voeren hoe wij afscheid van elkaar gaan nemen.
We spraken af dat jij een week de tijd hebt om dit voorstel te overdenken en mij een reactie te geven.
Indien jij met dit voorstel instemt heb ik bedrijfsarts [bedrijfsarts 1] bereid gevonden om een actueel oordeel over jouw medische situatie te vormen. Dit omdat jij hebt aangegeven geen vertrouwen te hebben in de bedrijfsartsen van team44 maar wel in bedrijfsarts [bedrijfsarts 1] .
Overigens wil ik wel benadrukken dat dit een uitzonderlijke situatie is en ik daarom deze handreiking doe omdat we allemaal gebaat zijn bij stappen naar de toekomst”
[verzoekster] bezocht op 23 mei 2023 het spreekuur van [bedrijfsarts 1] . In zijn terugkoppeling van dezelfde datum schreef hij:
“Stand van zaken
Mevrouw [verzoekster] verzuimt van haar eigen werk als handhavingsdeskundige met beperkingen In het persoonlijk en sociaal functioneren. Er heeft een eerdere ziekteperiode plaats gehad ze is daarvan volledig hersteld. Door omstandigheden op het werk is ze in verzuim gegaan en heeft mij gesproken om haar belastbaarheid te beoordelen.
Beperkingen en mogelijkheden
Ik constateer momenteel geen beperkingen meer ten aanzien van het eigen werk. Mevrouw [verzoekster] is goed in staat om haar situatie te overzien en de consequenties daarvan te dragen.
Re-integratie advies
Ik adviseer om over te gaan tot herstel en de ontstane situatie in gezamenlijkheid op te lossen. Zoals ik eerder had geadviseerd adviseer(ik, toev. hof)
een mediation traject om de problemen op te lossen. Terugkeer naar eigen werkplek zal naar verwachting tot nieuwe gezondheidsschade kunnen leiden en kan ik derhalve niet adviseren. Ik acht mevrouw [verzoekster] medisch gezien in staat om de mediation in te gaan. Mevrouw [verzoekster] is altijd welkom voor een arbeidsomstandigheden spreekuur.
Deze terugkoppeling is inhoudelijk met de medewerker besproken. Het is aan werkgever en medewerker om afspraken te maken op basis van deze terugkoppeling m.b.t. werkhervatting voor zover werkhervatting benoemd is tot de mogelijkheden.(…)”
UWV meldde naar aanleiding van dit advies [verzoekster] op 23 mei 2023 volledig hersteld.
Hierna vond nog enige e-mailcorrespondentie plaats tussen de directeur Handhaving en [verzoekster] . Op 27 juni 2023 beschreef de directeur Handhaving de stand van zaken aldus:
“(…) Wij gaan een mediationtraject in. In de mediation ligt de vraag voor of en hoe het vertrouwen kan worden hersteld. Als wij komen tot hersteld vertrouwen is het vervolgens de vraag hoe wij jou binnen UWV een andere plek kunnen bieden. Terugkeer binnen Handhaving wordt door beiden niet meer mogelijk geacht.
(…)
Hoewel een leidinggevende van Handhaving die op de hoogte is van jouw situatie een logische keuze zou zijn, zijn wij jou in deze ter wille. Vanuit UWV zal dan ook (…) [naam 1], een regiomanager/leidinggevende van het Loopbaancentrum deelnemen aan de mediation. Indien nodig zal zij worden ondersteund door HR (…).
Voor de goede orde merken we op dat je tot de start van de mediation bent vrijgesteld van werk. Inclusief de werkzaamheden voor de OC Handhaving omdat het lidmaatschap van de OC eindigt bij een (over)verplaatsing naar een ander onderdeel en wij gezamenlijk tot de conclusie zijn gekomen dat een terugkeer binnen Handhaving is uitgesloten. (…)”
[verzoekster] liet bij e-mail van 29 juni 2023 van [naam 1 (FNV)] aan [directeur Handhaving] weten dat het haar geen goed idee lijkt dat UWV deelneemt aan de mediation met een afvaardiging vanuit loopbaanbegeleiding. Op 5 juli 2023 reageerde [directeur Handhaving] als volgt:
“Wij willen( [verzoekster] , hof)
tegemoet komen voor wat betreft de namens UWV af te vaardigen persoon. Wij stellen voor dat het Hoofd HRM Centraal (plaatsvervangend directeur HRM), (…) [naam 2], UWV vertegenwoordigt in de mediation. Zoals eerder aangekondigd zal zij zich indien nodig laten bijstaan door HRM, (…).
Zoals eveneens eerder te kennen gegeven ligt in de mediation de vraag voor of en hoe het vertrouwen kan worden hersteld en als wij tot hersteld vertrouwen komen, hoe wij( [verzoekster] , hof)
binnen UWV een andere plek kunnen bieden. De vertrouwensbreuk is ruimer dan enkel de vraag met wie het vertrouwen moet worden hersteld en ruimer dan een breuk die zich enkel in relatie tot de afdeling Handhaving manifesteert. Overigens lijkt ook van de zijde van( [verzoekster] , hof)
er een breed wantrouwen te bestaan richting UWV als organisatie.
Immers niet slechts met medewerkers/leidinggevende binnen Handhaving worden problemen ervaren maar bijvoorbeeld ook in onze bedrijfsartsen lijkt weinig vertrouwen te bestaan.( [verzoekster] , hof)
voelt zich daarbij mogelijk onvoldoende gehoord en gewaardeerd maar heeft op onderdelen ook een volledig andere opvatting over de feiten en omstandigheden dan UWV.(…)
Ook de suggestie dat de ontstaansgeschiedenis van de gerezen arbeidssituatie gelegen zou zijn bij de start en aantreding van( [verzoekster] , hof)
binnen de OC - in het verlengde waarvan zij eraan hecht vooralsnog niet terug te treden als OC lid - ligt in deze lijn. UWV herkent deze vermeende ontstaansgeschiedenis niet.
Van de zijde van UWV is er de wens om ook houding en gedrag te adresseren in de mediation. UWV ziet de vertrouwensbreuk daarmee in een breder verband. (…) Als het voorgaande niet wordt geadresseerd zal op een eventueel andere plek in de organisatie dit naar onze inschatting wederom een ontwrichtende rol gaan spelen. Indien onverhoopt mocht blijken dat het vertrouwen over en weer niet te herstellen is dan ligt inderdaad zoals je schrijft een ander mediationtraject in het verschiet.
Met betrekking tot het willen vasthouden aan de OC taken door( [verzoekster] , hof)
hebben wij besloten dit voor nu maar even te laten voor wat het is. Dit laatste om zoveel als mogelijk rust te creëren. Zolang( [verzoekster] , hof)
op de kostenplaats van Handhaving staat, blijft zij verbonden aan de OC van Handhaving. Wij hopen wel dat de poging om de rust zoveel als mogelijk te bewaren niet wordt verstoord doordat beide partijen - die richting elkaar hebben uitgesproken een onherstelbare vertrouwensbreuk te ervaren - vervolgens wel in medezeggenschapsrechtelijk verband intensief met elkaar dienen samen te werken. (…)”
In oktober 2023 begon het mediationtraject. In december 2023 was de uitkomst dat terugkeer van [verzoekster] bij Handhaving niet mogelijk was en dat er een gecombineerd re-integratie- en loopbaantraject zou worden ingezet. In het door de mediator opgemaakte eindverslag staat onder meer:
“(…)
Zodra het hiervoor genoemde traject is ingericht, of zoveel eerder als nuttig en nodig is wordt( [verzoekster] , hof)
(…) functioneel overgeplaatst van de divisie Handhaving naar een ander organisatieonderdeel. Dat is ingegeven omdat terugkeer naar de divisie Handhaving onwenselijk wordt geacht en om een breuk te markeren met wat eerder gebeurd is.
( [verzoekster] , hof)
zal onder invloed van deze overplaatsing, conform de WOR, haar zitting in de onderdeelscommissie van de divisie Handhaving beëindigen.”
Op 17 januari 2024 vond een gesprek plaats om een start te maken met de re-integratie zoals afgesproken in de mediation.
Bij brief van 7 februari 2024 bevestigde UWV de overplaatsing van [verzoekster] naar HRM Centraal per 1 februari 2024.
Bij brief van 8 februari 2024 schreef [verzoekster] dat zij het niet eens was met de overplaatsing en ook niet met de interpretatie van UWV van de mediationafspraken.
a. [verzoekster] diende vervolgens een formele klacht in bij het UWV.
Ondertussen werd op 28 maart 2024 een tweede mediationgesprek gevoerd. Het lukte partijen niet om overeenstemming te bereiken met betrekking tot het geschil over de overplaatsing. Op 18 april 2024 heeft de mediator de mediation beëindigd.
De directeur HRM verklaarde op 19 april 2024 de klacht van [verzoekster] ongegrond. Zij schreef:
“(…)
De genoemde afspraak over de overplaatsing, en de voorwaarden waaronder die kan plaatsvinden, is wat mij betreft niet geheel eenduidig en dus voor interpretatie vatbaar.
Maar gezien met name de gedachte achter deze afspraken, is mijn oordeel dat mevrouw [naam 2] deze juist heeft toegepast. Ik zal dit hierna toelichten.
Ik onderken dat er discussie mogelijk is over de vraag wat onder 'functionele
overplaatsing' begrepen moet worden en wanneer daarvan sprake is. De gedachte achter de gemaakte afspraken is in mijn ogen dat mevrouw [verzoekster] gelet op de ontstane situatie niet zal terugkeren bij het onderdeel Handhaving en met ondersteuning van UWV op zoek zal gaan naar een andere functie / baan. (…) Gelet op het voorgaande lijkt het mij het meest logisch dat het gaat om de overplaatsing die in het kader van het re-integratie- en loopbaantraject plaatsvindt. Kennelijk is ervoor gekozen die overplaatsing in te zetten als 'breuk' met het verleden. (…)
Ik stel vast dat mevrouw [verzoekster] en mevrouw [naam 2] de afspraak hebben gemaakt dat zij in het kader van het re-integratie- en loopbaantraject bij HRM Centraal geplaatst wordt. Gelet hierop is in mijn ogen voldaan aan de genoemde voorwaarden en mocht mevrouw [naam 2] besluiten mevrouw [verzoekster] geen toegang meer te geven tot de ICT-systemen van specifiek Handhaving en de werkzaamheden voor OC Handhaving te beëindigen. Ik vind dit ook begrijpelijk nu mevrouw [verzoekster] niet meer werkzaam is binnen het onderdeel Handhaving en ook niet meer werkzaam zal zijn. (…)
Tegen deze achtergrond verklaar ik de klacht ongegrond.“
[verzoekster] kon zich met deze beslissing niet verenigen en maakte hiertegen bezwaar bij de voorzitter van de Raad van Bestuur van UWV. Bij e-mail van 29 mei 2024 verklaarde de voorzitter van de Raad van Bestuur dit bezwaar ongegrond. In de e-mail is dit besluit onder meer als volgt gemotiveerd:
“Ik stel op basis van de brief van 18 december 2023 vast dat er overeenstemming is bereikt over een vertrek bij de divisie Handhaving en dat in het kader hiervan afspraken zijn gemaakt over ondersteuning door het Loopbaancentrum van UWV bij het vinden van een nieuwe functie buiten deze divisie. De achterliggende reden is een arbeidsconflict dat bij Handhaving is ontstaan. In dit kader is onder andere afgesproken dat mevrouw [verzoekster] , (…) Onder invloed van deze overplaatsing zou mevrouw [verzoekster] ook, conform de WOR, haar zitting in de OC van de divisie Handhaving beëindigen.
Vervolgens is met mevrouw [verzoekster] afgesproken dat zij in het kader van het loopbaantraject over zou worden geplaatst naar het onderdeel HRM Centraal met als doel om vanuit die positie op zoek te gaan naar een nieuwe functie.
Tegen deze achtergrond meen ik dat UWV juist heeft gehandeld door mevrouw [verzoekster] in verband met deze overplaatsing geen toegang meer te verlenen tot de ICT-omgeving van Handhaving en haar eveneens te houden aan de afspraak haar zitting in de OC van Handhaving te beëindigen. (…)
Anders dan u schrijft, is hiermee geen sprake van een eenzijdige actie van UWV. Immers aan deze overplaatsing liggen de hierboven genoemde afspraken ten grondslag die met mevrouw [verzoekster] zijn gemaakt. (…)
Ik hecht er aan hier te benoemen dat het vinden van een nieuwe baan binnen UWV het gezamenlijke belang van mevrouw [verzoekster] en UWV is. Dat belang onderken ik volledig en UWV heeft de volledige intentie om daarvan een succes te maken.
Naar mijn mening gaan de door u geuite zorgen over ongewenste beïnvloeding van de medezeggenschap niet op. (…) In dit specifieke geval zijn uitdrukkelijk afspraken gemaakt met mevrouw [verzoekster] over haar vertrek bij de divisie Handhaving en een overstap naar een andere divisie. (…)
Voor de centrale stafafdelingen (inclusief HRM Centraal) is een aparte OC ingesteld, die de medezeggenschap binnen die onderdelen uitoefent.
U schrijft dat UWV zich bevoegd zou achten uit te maken tot welke stukken een OC-lid toegang krijgt. Dat is hier niet aan de orde, daar mevrouw [verzoekster] geen lid meer is van de OC. (…)
Het klopt dat mevrouw [verzoekster] nog enige tijd (op haar verzoek) toegang heeft gehouden tot voor haar relevante stukken in verband met haar OC lidmaatschap, maar dat is vanwege de formalisering van haar overstap naar HRM-centraal - in lijn met de met haar gemaakte afspraken - gestopt. (…)
(…) Ik zie derhalve geen reden om de beslissing van mevrouw Dessing gegrond te verklaren en de gevolgen die zijn verbonden aan de overplaatsing van mevrouw [verzoekster] buiten de afdeling Handhaving te herzien.
Ik meen dat het niet inwilligen van uw verzoek desondanks het gezamenlijke belang van mevrouw [verzoekster] en UWV niet in de weg staat: namelijk het door mevrouw [verzoekster] vinden van een andere baan binnen UWV. Ik hoop dan ook dat zij zich blijft inzetten om het loopbaantraject tot een succes te maken.”
Op 2 mei 2024 vond een gesprek plaats over het loopbaantraject. [naam 2] liet [verzoekster] weten dat mevrouw [naam 4] de loopbaanadviseur zou worden in het traject. [verzoekster] was het hiermee niet eens, zij wenste zaken te doen met mevrouw [naam 3].
Op 29 mei 2024 heeft [verzoekster] – onder protest – een gesprek gevoerd met [naam 4]. Na diverse e-mails over en weer waarin partijen niet tot elkaar konden komen over de invulling van het Loopbaantraject, heeft [verzoekster] zich op 27 augustus 2024 opnieuw ziek gemeld.
In de probleemanalyse van 30 augustus 2024 is onder meer vermeld dat de reden van de ziekte werkgerelateerd is, dat [verzoekster] beperkingen heeft in het persoonlijk functioneren met betrekking tot concentreren, verdelen van de aandacht en het hanteren van tijdsdruk, dat zij aangewezen is op een prikkelarme omgeving en dat zij beperkt is in energie en als gevolg hiervan haar werk niet kan doen. Zij zou echter wel aandacht kunnen bestreden aan het zoeken naar ander werk.
Ook nu lukte het partijen niet om zinvol met elkaar in gesprek te komen.
Bij e-mail van 19 september 2024 schreef [naam 2] aan [verzoekster] :
“Ik wil graag nogmaals benadrukken dat wat mij betreft de wijze waarop we nu met elkaar omgaan niet werkbaar is. Op deze manier kan ik je niet goed begeleiden bij het loopbaantraject. Deze situatie is voor UWV onaanvaardbaar en moet veranderen. Daarom heb ik mediation voorgesteld. Je geeft aan dat je de nut en noodzaak van mediation niet inziet. (…) Uiteraard is deelname aan mediation vrijwillig. Maar mocht je bij je standpunt blijven, ziet UWV geen mogelijkheden om het dienstverband voort te zetten. Ik wil je daarom graag vragen goed na te denken of je inderdaad bij dit standpunt blijft.
Voor de duidelijkheid, uiteraard is mijn insteek voor de mediation om naar je te luisteren en je zo goed mogelijk te begrijpen. Maar dit moet wel wederzijds zijn. Ik snap dat je de behoefte hebt om zelf de regie te voeren over dit traject. Maar je volgt dit traject vanuit jouw dienstverband met UWV en daarom zul je je ook aan bepaalde verplichtingen moeten houden. Over de concrete invulling hiervan kunnen we praten, daarvoor is eerst nodig dat we weer, zoals je zelf ook zegt, in een constructieve dialoog komen.
Ik hoor graag uiterlijk over een week van je of je alsnog bereid bent het mediationtraject samen met mij aan te gaan. Dat is dus 26 september a.s.”
Op 9 oktober 2024 ging [verzoekster] akkoord met een derde mediation traject.
In een werkhervattingsadvies van de bedrijfsarts van 5 november 2024 staat onder meer het volgende:
Is er (onverminderd) sprake van ziekte of gebrek die volledige hervatting in de eigen functie in de weg staat
Nee
Vraagstelling leidinggevende en/of medewerker
Kan betrokkene zich inzetten voor loopbaan traject / zoeken naar ander werk?
Antwoord op vraagstelling
Ja
Welke interventie(s) kunnen er voor medewerk(st)er ingezet worden om de inzetbaarheid te vergroten?
( [verzoekster] , hof)
is onder behandeling zoals bekend in de 2e lijn zorg, onderzoeken moeten nog geëvalueerd worden.
Beschrijving arbeidsmogelijkheden medewerk(st)er in FML termen
Er zijn wel beperkingen: tijdsdruk hanteren, conflicten hanteren moet nog rekening mee worden gehouden
(…)
Prognose/indicatie herstelduur
Zie boven, perspectief naar weer werken zou een belangrijke bijdrage leveren in het herstel van( [verzoekster] , hof)
(…)
Gemaakte afspraken
Zie boven, in principe geen vervolg nodig
Advies
Probeer in mildheid het proces van het zoeken naar ander werk vorm te geven.
Is medewerk(st)er het eens met het afgegeven advies?
Ja.
Bij e-mail van 21 januari 2025 heeft de mediator de mediation beëindigd, omdat
“gebleken is dat partijen aanzienlijk van mening verschillen over een passende oplossing voor deze kwestie”.