Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- het verzoekschrift in hoger beroep, ingekomen op de griffie van het hof op 28 november 2025, waarmee [verzoeker] in hoger beroep is gekomen van de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam van 29 augustus 2025, met bijlagen;
- het verweerschrift in hoger beroep van Enraf-Nonius;
- de producties 80-85 die [verzoeker] ten behoeve van de mondelinge behandeling heeft overgelegd.
3.Feiten en procedure bij de kantonrechter
4.Beoordeling in hoger beroep
- De Belastingdienst heeft op 21 april 2015 aan Enraf-Nonius een informatieverzoek gedaan. Daarop heeft [verzoeker] (via Deloitte) een contract tussen EN-Projects en Delmege Forsyth & Co Ltd ter zake van het Sri Lanka project aan de Belastingdienst doen toekomen. Dat contract was gedateerd op 3 juni 2011.
- Uit een e-mailwisseling tussen [verzoeker] , [CEO Enraf] (toenmalige CEO van Enraf-Nonius), [directeur 1] en [directeur 2] (directeuren van de Engelse zakenpartner van Enraf-Nonius) blijkt dat [verzoeker] het contract omstreeks 19 mei 2015 heeft opgesteld, althans heeft aangepast. [verzoeker] heeft het contract vervolgens naar [CEO Enraf] , [directeur 1] en [directeur 2] gestuurd.
- Op 22 mei 2015 heeft [verzoeker] een tweede versie van het contract aan [directeur 1] gestuurd. [directeur 1] heeft het op 26 mei 2015 als pdf teruggestuurd aan [verzoeker] . Dat contract is identiek aan de versie van 22 mei 2015, met dien verstande dat het contract is gedateerd op 3 juni 2011 en van handtekeningen en stempels is voorzien.
- Op 27 mei 2015 heeft [verzoeker] het contract (het pdf document dat [directeur 1] hem had toegestuurd) aan Deloitte gezonden, die het vervolgens heeft doorgestuurd naar de Belastingdienst. Mede op basis van deze informatie heeft de Belastingdienst geconcludeerd dat de door Enraf-Nonius betaalde commissies voor een bedrag van € 11.175.000,- fiscaal aftrekbaar waren.
- Naar aanleiding van de inval van de FIOD in 2024 heeft [verzoeker] op 1 oktober 2024 aan Zimmer informatie verstrekt over het Sri Lanka project. In dat verband heeft [verzoeker] hem onder meer het Delmege contract verstrekt en geschreven dat het contract in 2011 was ondertekend.
Zimmer) in October 2024 as being the Delmege agreement entered into in 2011.
- [verzoeker] heeft de tekst van het Delmege contract in mei 2015 zo gewijzigd dat het lijkt alsof het Delmege contract in 2011 is gesloten, voordat de contracten met het Ministerie voor Volksgezondheid van Sri Lanka die benodigd waren voor het ziekenhuisproject, rond waren.
- De ondertekeningsdatum van het Delmege contract (3 juni 2011), die is aangebracht door de personen die het contract hebben ondertekend ( [directeur 1] (voor EN-Projects) en [directeur 3] (voor Delmege)) sluit naadloos aan bij die door [verzoeker] gemaakte wijzigingen. Het betoog van [verzoeker] dat hij de geantedateerde ondertekeningsdatum over het hoofd heeft gezien, is onaannemelijk gezien zijn functie, het feit dat de documentnaam van het door [directeur 1] aan hem toegezonden contract “Delmege Agreement 2011.PDF” was. Daarbij is ook relevant dat het contract belangrijk was voor de beoordeling van de aftrekbaarheid van omvangrijke commissiebedragen. Bovendien heeft [verzoeker] niet alleen aan de Belastingdienst doen voorkomen dat dit een contract uit 2011 was, maar in ieder geval ook aan Zimmer, Rabobank en (verzekeraar) Atradius.
- De uitleg van [verzoeker] dat de getekende versie van het Memorandum of Understanding uit 2008 niet kon worden gevonden, rechtvaardigt het achteraf fabriceren van een contract “uit 2011” niet. De door [verzoeker] in het Delmege contract gemaakte wijzigingen staan ook haaks op zijn uitleg achteraf dat slechts bedoeld is alsnog afspraken uit 2008-2011 te formaliseren.
- De stelling van [verzoeker] , dat de in het Delmege contract genoemde werkzaamheden daadwerkelijk zijn verricht, vindt geen steun in de feiten. De onderzoeksbevindingen van het door Enraf-Nonius ingeschakelde onderzoeksbureau Ebben werpen namelijk een heel ander licht op de zaak. Uit dat onderzoek blijkt dat de door Enraf-Nonius te betalen 15% commissie aanvankelijk (in 2008) was bedoeld als vergoeding voor “
With the assistance of DFC, EN-P has signed contracts with the Ministry of Health of Sri Lanka” veranderd in “
With the assistance of DFC, EN-Pis likely to signcontracts with the Ministry of Health of Sri Lanka”. Verder heeft hij in de zin: “
Carry out the implementation under the terms of a contract signed between EN-P and Ministry of Health of Sri Lankaon 21st June 2011” de onderstreepte datum verwijderd.
5.Beslissing
- bekrachtigt de bestreden beschikking voor het overige;
- veroordeelt [verzoeker] in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van Enraf-Nonius begroot op € 3.596,-, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover deze kosten als [verzoeker] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft betaald;
- bepaalt dat als [geivknaam1] niet veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en deze beschikking vervolgens wordt betekend [verzoeker] de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 92,-, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten als [geivknaam1]deze niet binnen veertien dagen na betekening heeft betaald;
- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.