Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Rekestnummers rechtbank : FA RK 23-1336 & FA RK 23-49 14
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Den Haag
In deze zaak diende een wrakingsverzoek tegen de voorzitter van de meervoudige kamer van het gerechtshof Den Haag, omdat deze eerder als rechter in eerste aanleg een beschikking had gegeven in een echtscheidingsprocedure tussen dezelfde partijen. Hoewel die beschikking niet tijdig was ingeschreven en daardoor haar rechtskracht verloor, had de voorzitter zich inhoudelijk al een oordeel gevormd over min of meer dezelfde geschilpunten.
De verzoeker vreesde dat deze eerdere betrokkenheid de onpartijdigheid van de voorzitter in het hoger beroep zou aantasten. De voorzitter stelde dat zij zich vrij voelde om onpartijdig te oordelen en verwees naar het uitgangspunt binnen het familierecht dat procedures over hetzelfde gezin binnen één gerecht door dezelfde rechter worden behandeld.
De wrakingskamer oordeelde dat ondanks het uitgangspunt van één gezin, één rechter binnen één instantie, de situatie in hoger beroep bijzondere omstandigheden bevatte. De eerdere inhoudelijke beoordeling door de voorzitter, inclusief bewijswaardering, rechtvaardigde objectief de vrees voor vooringenomenheid. Daarom werd het wrakingsverzoek toegewezen en werd bepaald dat een andere raadsheer de zaak zou behandelen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de voorzitter wordt toegewezen vanwege objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.