ECLI:NL:GHDHA:2026:504
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Executeur vordert afwijzing vordering ex-partner op nalatenschap erflater
De executeur-testamentair van de nalatenschap van erflater is in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de rechtbank dat haar veroordeelde tot betaling van een bedrag van €24.899,19 aan de ex-partner van erflater. De ex-partner was verstek verleend in hoger beroep, maar het hof handhaafde de procedure op tegenspraak.
De procedure betreft vorderingen uit hoofde van de verdeling van de huwelijksgemeenschap en vermeende schulden die de ex-partner zou hebben voldaan namens erflater. De executeur betwistte meerdere posten van de vordering, waaronder vermeende schulden aan derden en onbetaalde gebruiksvergoeding en partneralimentatie.
Het hof oordeelde dat de ex-partner onvoldoende bewijs had geleverd voor diverse vorderingen, dat sommige vorderingen verjaard waren en dat bepaalde bedragen niet aan de orde waren gesteld bij eerdere verdelingen. Alleen een bedrag van €725,14 plus wettelijke rente werd als verschuldigd erkend.
Het hof vernietigde het bestreden vonnis voor zover het de betaling van €24.899,19 en de proceskostenveroordeling betrof, en veroordeelde de executeur tot betaling van het lagere bedrag. Tevens werd de ex-partner veroordeeld in de proceskosten van zowel eerste aanleg als hoger beroep.
Het arrest werd gewezen door drie raadsheren en uitgesproken op 17 maart 2026.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis voor het grootste deel en bepaalt dat de executeur slechts €725,14 plus rente aan de ex-partner verschuldigd is, met veroordeling van de ex-partner in proceskosten.