Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.Procesverloop in hoger beroep
2.Feitelijke achtergrond
“Gevolgen waardeverandering (warme grond). In verband met planologische aanpassingen of bestemmingswijzigingen zou een deel van de in dit advies betrokken percelen onderhevig kunnen zijn aan mogelijke waardeveranderingen. Deze percelen maakten in de periode voorafgaande aan de wens tot splitsing van het land- en tuinbouwbedrijf onderdeel uit van het door de familie [achternaam] gehouden en als eenheid geëxploiteerde complex van gronden. Door een aantal van u is verzocht de mogelijke waardeveranderingen te betrekken in het bindend advies. Het belang van een bindend advies op dit punt neemt toe door de hiervoor genoemde splitsing van de percelen in gemeenschappelijk bezit. Deze splitsing zou in voorkomende gevallen als ongewenst gevolg kunnen hebben dat waardeverschillen (slechts) toekomen aan een of enkele eigenaren of gebruikers, terwijl bij splitsing van deze percelen geen rekening gehouden kan worden met toekomstige waardeveranderingen. Immers, van deze mogelijke waardeveranderingen zijn ontstaan, aard en de omvang op de dit moment niet vast te stellen. Daarom adviseren wij bindend dat binnen 2 maanden na aanvaarding van dit bindend advies, alle bij dit bindend advies betrokken heren [achternaam] schriftelijk overeenkomen dat waardeveranderingen van de percelen waar onderhavig advies betrekking op heeft, en die uitsluitend en direct het gevolg zijn van planologische of bestemmingswijzigingen, evenredig, ieder voor een vijfde deel, zullen worden toegewezen aan en financieel afgerekend tussen de huidige pachters en eigenaren. Deze toewijzing en verrekening geldt gedurende een periode van twintig jaren na aanvaarding van dit bindend advies en dient middels een kettingbeding te worden opgelegd aan mogelijke rechtsopvolgers van betrokkenen.”
- erflater een negatief vermogen had in de maatschap van € 392.814
- [zoon 1] een vermogen had van € 105.498
- [zoon 2] een vermogen had van € 43.497.
€ 537.314, de BV heeft overigens een lijfrenteverplichting jegens [erflater 2] . Op de balans is deze verplichting opgenomen voor een bedrag van € 129.914.
3.Het vonnis van de rechtbank van 11 oktober 2023
4.De vordering van appellanten
5.De vordering van [zoon 2]
1. Moeder en [zoon 1] te veroordelen om binnen zes weken na betekening van het in dezen te wijzen arrest mee te werken aan het passeren van de door [zoon 2] als productie 61 overgelegde conceptakten, met de aanpassingen zoals genoemd in de als bijlage 62 overgelegde e-mail van 26 oktober 2022, dus met kettingbeding maar zonder grondruil, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 2.500 per of gedeelte van een dag dat moeder en [zoon 1] in gebreke blijven om aan deze veroordeling te voldoen, met een maximum van € 100.000.
2. [zoon 1] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 59.399,84, althans een door uw hof in goede justitie te bepalen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 mei 2024 tot aan de dag der algehele voldoening.
6.Meerwaarde beding (grief 1)
pacta sunt servandageldt. De bindend-adviesovereenkomst is een bijzondere verschijningsvorm van de vaststellingsovereenkomst, waardoor deze wordt beheerst door de algemene regels van het overeenkomstenrecht.
7.Financiële afwikkeling van de besloten vennootschap?
€ 168.106,23.
8.Legaat A en legaat B (appel en incidenteel appel)
9.Afwikkeling van de maatschap
- Er wordt met vele mutatie geschoven, welke niet te controleren zijn;
- De totale mutaties komen niet overeen met het totaal van de afzonderlijke mutaties;
- De mutaties komen niet overeen met de banksaldi;
- Privé stortingen door [zoon 2] worden niet meegenomen in de renteberekeningen (terwijl [zoon 1] zijn privé-stortingen in de besloten vennootschap wel meeneemt in de renteberekeningen);
- Het valt meteen op dat [zoon 1] rente en aflossingen ter zake van een geldlening opeens ten onrechte voor rekening van [zoon 2] en erflater laat komen. Ook brengt hij geheel ten onrechte de resterende aflossing ten laste van [zoon 2] . Dit levert [zoon 1] een aanzienlijk voordeel op.
10.Samenvatting
11.Dwangsom
12.Proceskosten
13.Beslissing
€ 28.849,42 in mindering mag brengen op legaat A en, in zoverre opnieuw rechtdoende: