Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHDHA:2026:477

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
7 april 2026
Publicatiedatum
27 maart 2026
Zaaknummer
200.337.746/01
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep over teruggave en schadevergoeding van twaalf schilderijen en een beeld

Zakelijke Koers B.V. en Luxury Exhibitions B.V. vorderen in hoger beroep schadevergoeding van [geïntimeerde] wegens het niet teruggeven van twaalf schilderijen en een beeld die zij in bewaring hadden gegeven. De rechtbank wees de vordering af, maar het hof komt tot een ander oordeel omdat foto’s tonen dat de schilderijen en het beeld in de woning van [geïntimeerde] aanwezig waren.

[geïntimeerde] betwist de echtheid van de foto’s en stelt dat deze gemanipuleerd zijn, maar het hof acht deze betwisting onvoldoende onderbouwd en niet geloofwaardig. Diverse verklaringen en foto’s ondersteunen de stelling van Zakelijke Koers c.s. dat de kunstwerken in bewaring waren gegeven.

Het hof stelt vast dat [geïntimeerde] toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van haar verplichtingen en onrechtmatig heeft gehandeld door de teruggave te weigeren. De waarde van de kunstwerken staat echter niet vast, omdat de schilderijen niet beschikbaar zijn voor taxatie en er geen goede set scherpe foto’s is. Daarom wordt een deskundigenbericht gelast om de waarde bij verkoop in het vrije verkeer te bepalen. De zaak wordt aangehouden voor nadere behandeling na rapportage van de deskundige.

Uitkomst: Het hof oordeelt dat de schilderijen en het beeld in bewaring zijn gegeven en dat [geïntimeerde] toerekenbaar tekortgeschoten is, maar de schade wordt nader vastgesteld door een deskundige.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Civiel recht
Team Handel
Zaaknummer hof : 200.337.746/01
Zaak- en rolnummer rechtbank : C/10/643636 / HA ZA 22-678
Arrest van 7 april 2026
in de zaak van

1.Zakelijke Koers B.V.,

gevestigd in Rotterdam,
2.
Luxury Exhibitions B.V.,
gevestigd in Moordrecht ,
appellanten in principaal hoger beroep,
geïntimeerden in incidenteel hoger beroep,
advocaat: mr. P. Quist, kantoorhoudend in Naaldwijk,
tegen
[geïntimeerde],
wonend in [woonplaats] ,
geïntimeerde in principaal hoger beroep,
appellante in incidenteel hoger beroep,
advocaat: mr. P.H.A. de Boer, kantoorhoudend in Rotterdam.
Het hof noemt partijen hierna Zakelijke Koers c.s. en [geïntimeerde] .

1.De zaak in het kort

1.1
Het gaat in deze zaak om twaalf schilderijen en een beeld, die volgens Zakelijke Koers c.s. tijdelijk zijn opgeslagen in het huis van [geïntimeerde] . [geïntimeerde] betwist de schilderen en het beeld van Zakelijke Koers c.s. te hebben ontvangen. Omdat de schilderijen en het beeld door [geïntimeerde] niet zijn teruggegeven, vorderen Zakelijke Koers c.s. € 152.500,00 aan schadevergoeding van [geïntimeerde] . De rechtbank heeft deze vordering van Zakelijke Koers afgewezen.
1.2
In hoger beroep komt het hof tot een ander oordeel, met name omdat [geïntimeerde] op foto’s staat met een aantal schilderijen en het beeld in haar woning. Het verweer van [geïntimeerde] dat de foto’s gefabriceerd zijn wordt verworpen. [geïntimeerde] dient daarom de waarde van de schilderijen en het beeld te vergoeden. Het hof is evenwel van oordeel dat de schade nog niet kan worden begroot. Het hof heeft behoefte aan nadere inlichtingen van een deskundige.

2.Procesverloop in hoger beroep

2.1
Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken:
  • de dagvaarding van 19 januari 2024 , waarmee Zakelijke Koers c.s. in hoger beroep zijn gekomen van het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 25 oktober 2023 (zoals hersteld bij vonnis van 22 november 2023);
  • het arrest van dit hof van 9 april 2024, waarin een mondelinge behandeling is gelast;
  • het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 23 mei 2024;
  • de memorie van grieven van Zakelijke Koers c.s., met bijlage;
  • de memorie van antwoord, tevens houdende incidenteel appel van [geïntimeerde] , met bijlagen;
  • de memorie van antwoord in incidenteel appel van Zakelijke Koers c.s.;
  • de bijlagen die Zakelijke Koers c.s. en de verklaring van drs. [betrokkene] die [geïntimeerde] ter gelegenheid van de hierna te noemen mondelinge behandeling hebben overgelegd.
2.2
Op 29 oktober 2025 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. De advocaten van partijen hebben de zaak toegelicht aan de hand van pleitaantekeningen die zij hebben overgelegd.

3.Feiten

3.1
De rechtbank is in het bestreden vonnis onder 2.1 tot en met 2.7 van een aantal feiten uitgegaan. Deze feiten zijn niet in geschil, zodat het hof deze feiten voor zover in dit hoger beroep nog van belang tot uitgangspunt zal nemen. Samengevat en waar nodig aangevuld met andere feiten die als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende betwist zijn komen vast te staan, komen de feiten neer op het volgende.
3.2
In 2019 zijn diverse zaken van Zakelijke Koers c.s. opgeslagen bij [geïntimeerde] .
3.3
In augustus 2021 hebben Zakelijke Koers c.s. bij monde van hun bestuurder [bestuurder] (hierna: [bestuurder] ) aan [geïntimeerde] aangegeven dat zij hun zaken wilden ophalen. In de maanden daarna hebben Zakelijke Koers c.s. verschillende verzoeken tot afgifte gedaan aan het adres van [geïntimeerde] .
3.4
Na een door de voorzieningenrechter van de rechtbank op 13 juli 2022 aan Zakelijke Koers c.s. verleend verlof heeft de deurwaarder voor Zakelijke Koers c.s. op 19 juli 2022 beslag gelegd op diverse zaken die zich in de garage van [geïntimeerde] bevonden.
3.5
Op 19 juli 2022 is de deurwaarder ook in de woning van [geïntimeerde] geweest. Hij heeft daar geen zaken die onder het beslag vielen aangetroffen.

4.Procedure bij de rechtbank

4.1
Zakelijke Koers c.s. hebben [geïntimeerde] gedagvaard en gevorderd, na wijziging van eis, om bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, (samengevat weergegeven):
- voor recht te verklaren:
dat er tussen Zakelijke Koers c.s. en [geïntimeerde] een overeenkomst (van bewaarneming) is gesloten, en
dat Zakelijke Koers c.s. deze overeenkomst rechtsgeldig hebben opgezegd per 27 juni 2022;
  • [geïntimeerde] te veroordelen tot afgifte van de roerende zaken die op de door de deurwaarder opgemaakte beslaglijst staan vermeld, op straffe van een dwangsom;
  • [geïntimeerde] te veroordelen om aan Zakelijke Koers c.s. € 152.720,00 te betalen voor de zaken die niet bij het door hen gelegde beslag zijn aangetroffen en die niet door [geïntimeerde] zijn afgegeven, een en ander te vermeerderen met rente en (proces en beslag)kosten.
4.2
Bij ‘akte tevens vermeerdering van eis’ hebben Zakelijke Koers c.s. aan hun vorderingen toegevoegd om [geïntimeerde] te veroordelen tot vergoeding van de door Zakelijke Koers c.s. geleden schade op te maken bij staat.
4.3
[geïntimeerde] heeft verweer gevoerd en (samengevat weergegeven) betwist dat zij de schilderijen en het beeld in haar woning heeft gehad voor Zakelijke Koers c.s. Zij heeft daartoe onder meer aangevoerd, voor zover in dit hoger beroep van belang, dat de door Zakelijke Koers c.s. overgelegde foto’s, ter onderbouwing van hun stelling dat [geïntimeerde] de schilderijen en het beeld in haar woning heeft gehad, geënsceneerd dan wel gemanipuleerd en of bewerkt (met andere woorden: vals) zijn.
4.4
De rechtbank heeft de vorderingen van Zakelijke Koers c.s. deels toegewezen. Zij heeft:
  • voor recht verklaard dat er tussen Zakelijke Koers c.s. en [geïntimeerde] een overeenkomst is gesloten;
  • [geïntimeerde] veroordeeld tot afgifte aan Zakelijke Koers c.s. van de zaken die door de deurwaarder zijn beslagen als genoemd in het beslagexploot van 19 juli 2022 en van de zich in de garage van [geïntimeerde] bevindende stootwil, binnen veertien dagen na betekening van haar vonnis, en
  • het meer of anders gevorderde afgewezen.
4.5
De rechtbank heeft de proceskosten gecompenseerd.

5.Vordering in hoger beroep

principaal hoger beroep

5.1
Zakelijke Koers c.s. hebben in hoger beroep hun eis gewijzigd en vorderen, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, het vonnis van de Rechtbank Rotterdam van 25 oktober 2023 (verbeterd bij vonnis van 22 november 2023) te vernietigen en de vorderingen van appellanten alsnog toe te wijzen, en:
i. geïntimeerde te veroordelen tot de betaling van schadevergoeding van € 152.550,00, althans tot vergoeding van de door appellanten geleden schade op te maken bij staat, met rente;
geïntimeerde te veroordelen in de buitengerechtelijke kosten van € 5.000,00, en
geïntimeerde te veroordelen in de reële proceskosten van € 60.000,00, met rente.
5.2
Tijdens de mondelinge behandeling heeft [geïntimeerde] erop gewezen dat de memorie van antwoord in het incidenteel hoger beroep een (enigszins) andere – gewijzigde – eis in het principaal hoger beroep bevat, omdat daarin ook om verwijzing naar de schadestaat wordt gevraagd. Omdat Zakelijke Koers c.s. hun eis in het principaal hoger beroep niet op deze wijze hebben kunnen wijzigen, gaat het hof uit van de eis zoals opgenomen in de memorie van grieven.
5.3
De grondslag van hun schadevergoedingsvordering baseren Zakelijke Koers c.s. primair op hun stelling dat [geïntimeerde] uit hoofde van een tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst op eerste verzoek van Zakelijke Koers c.s. gehouden was de twaalf schilderijen en het beeld terug te geven aan Zakelijke Koers c.s. Nu [geïntimeerde] afgifte weigert, althans verhindert, schiet zij toerekenbaar tekort in de nakoming van de op haar rustende verplichting tot afgifte, aldus Zakelijke Koers c.s. Aangezien afgifte volgens [geïntimeerde] zelf onmogelijk is, zo stellen Zakelijke Koers c.s., zijn zij genoodzaakt vervangende schadevergoeding te vorderen. Subsidiair baseren Zakelijke Koers c.s. hun vordering op hun stelling dat [geïntimeerde] onrechtmatig handelt jegens Zakelijke Koers c.s. door de genoemde schilderijen en het beeld te hebben verduisterd, althans niet af te staan aan Zakelijke Koers c.s.
incidenteel hoger beroep
5.4
[geïntimeerde] vordert in incidenteel hoger beroep de beslissing onder 5.3 van het vonnis van 25 oktober 2023, waarbij de proceskosten zijn gecompenseerd, te vernietigen en Zakelijke Koers c.s. te veroordelen in de proceskosten van beide instanties.
5.5
Zakelijke Koers c.s. hebben in het incidenteel hoger beroep geconcludeerd tot bekrachtiging van het bestreden vonnis.

6.Beoordeling in hoger beroep

in principaal en incidenteel hoger beroep

6.1
[geïntimeerde] heeft voldaan aan de veroordeling tot afgifte van de in het vonnis van 25 oktober 2023 genoemde zaken. In dit hoger beroep gaat het nog alleen over de zaken die volgens Zakelijke Koers c.s. in bewaring zijn gegeven aan [geïntimeerde] en niet zijn aangetroffen bij [geïntimeerde] door de deurwaarder toen hij op 19 juli 2022 beslag legde bij [geïntimeerde] , namelijk:
- een beeld met de naam [naam kunstwerk] , van de kunstenaar [kunstenaar 1] , keramisch, brons, groen 60 cm hoog, met als beschrijving: [beschrijving 1] ,
- vier olieverfschilderijen van de schilder [kunstenaar 2] in een zwarte lijst van 45 x 65 cm, zonder beschrijving,
- een olieverfschilderij van de schilder [kunstenaar 2] in een zwarte lijst van 80 x 120 cm, met als beschrijving: [beschrijving 2] ,
- een olieverfschilderij van de schilder [kunstenaar 2] in een zwarte lijst van 90 x l10 cm, met als beschrijving: [beschrijving 3] ,
- een olieverfschilderij van de schilder [kunstenaar 2] in een zwarte lijst van 110 x150 cm, met als beschrijving: [beschrijving 4] ,
- een olieverfschilderij van de schilder [kunstenaar 2] in een zwarte lijst van 90 x 120 cm, met als beschrijving: [beschrijving 5] ,
- een olieverfschilderij van de schilder [kunstenaar 2] in een zwarte lijst van 90 x 120 cm, met als beschrijving: [beschrijving 6] ,
- een olieverfschilderij van de schilder [kunstenaar 2] in een zwarte lijst van 90 x 120 cm, met als beschrijving: [beschrijving 7] ,
- een olieverfschilderij van de schilder [kunstenaar 2] in een zwarte lijst van 90 x 120 cm, met als beschrijving: [beschrijving 8] ,
- een olieverfschilderij van de schilder [kunstenaar 2] in een zwarte lijst van 90 x 120 cm, met als beschrijving: [beschrijving 9] .
6.2
De rechtbank heeft de schadevergoedingsvordering van Zakelijke Koers c.s. betreffende voormelde schilderijen en het beeld afgewezen, omdat de bestuurder van Zakelijke Koers c.s. ( [bestuurder] ) zelf bij de zaken kon (hij beschikte over een sleutel van de woning en garage) en deze zou kunnen hebben weggehaald, terwijl van [geïntimeerde] niet verwacht mocht worden dat zij steeds controleerde welke zaken bij haar waren opgeslagen, en zij niet de zorg had over de gestalde zaken.
6.3
De memorie van grieven van Zakelijke Koers c.s. telt drie grieven. In hun grieven 1 en 2 betogen Zakelijke Koers c.s. – verkort zakelijk weergeven – dat zij wel degelijk de schilderijen en het beeld in de woning van [geïntimeerde] hebben ‘gestald’ en dat [geïntimeerde] deze heeft verduisterd. Daarmee is sprake van een toerekenbare tekortkoming onder de overeenkomst op grond waarvan Zakelijke Koers c.s. deze zaken bij haar mochten plaatsen en is daarnaast ook sprake geweest van onrechtmatig handelen.
6.4
Zakelijke Koers c.s. hebben ter onderbouwing van hun stelling dat [geïntimeerde] de schilderijen en het beeld onder zich heeft gehad ten behoeve van Zakelijke Koers c.s. schriftelijke verklaringen overgelegd van gezinsleden van de bestuurder van Zakelijke Koers c.s. en van enkele zakelijke contacten. Eén van die contacten – [naam 1] – verklaart:
“ [naam 2] kende ik al enige tijd. Zij was een vriendin van de familie [bestuurder] . Ik heb haar een aantal keer in het pand in [stad] ontmoet, en een aantal keren aan boord van de [locatie 1] in Nederland en ook ben ik uitgenodigd geweest, om samen met [bestuurder] bij haar Koreaans te komen eten. Tijdens mijn bezoek aan haar woning begin 2020, zag ik rechts in de kamer, tegenover de eettafel, op een houten dressoir, het [naam kunstwerk] beeld dat ik zo goed kende, wat op de [locatie 2] , [locatie 3] en in het pand in [stad] had gestaan.”
6.5
Zakelijke Koers c.s. hebben ook een schriftelijke verklaring overgelegd van de deurwaarder die het beslag heeft gelegd. Hij verklaart in zijn brief van 7 juni 2023:
“Ten tijde van deze beslaglegging heeft mevrouw [geïntimeerde] mij verklaard; ik heb enkele schilderijen gekregen van de heer [bestuurder] met als doel deze over te schilderen”
6.6
Ten slotte hebben Zakelijke Koers c.s. ter verdere onderbouwing van hun stellingen 33 foto’s overgelegd. Op een aantal daarvan is de woonkamer van [geïntimeerde] te zien met schilderijen van de schilder [kunstenaar 2] , alsmede (een deel van) het beeld [naam kunstwerk] . Ook is op de foto’s [geïntimeerde] zelf in haar woonkamer te zien, terwijl zij bezig is met het naschilderen van twee van schilderijen van [kunstenaar 2] op een groter doek.
6.7
[geïntimeerde] heeft betwist dat zij de twaalf schilderijen en het beeld in haar woning heeft gehad opgeslagen voor Zakelijke Koers c.s. Ter onderbouwing van haar betwisting heeft [geïntimeerde] een zestal verklaringen van kennissen overgelegd. Zij verklaren allen de twaalf schilderijen en het beeld nimmer in de woning van [geïntimeerde] te hebben gezien. [geïntimeerde] betwist verder dat [naam 1] ooit bij haar thuis is geweest.
6.8
Bij de beoordeling wordt vooropgesteld dat de rechtbank voor recht heeft verklaard dat tussen Zakelijke Koers c.s. en [geïntimeerde] een overeenkomst is gesloten. Tegen dat oordeel is [geïntimeerde] niet opgekomen in hoger beroep, zodat ook het hof daarvan zal uitgaan.
Zijn de foto’s vervalst en/of geënsceneerd?
6.9
Van belang in deze zaak is of de foto’s die zijn overgelegd door Zakelijke Koers c.s. authentiek zijn, wat door [geïntimeerde] wordt betwist. Zakelijke Koers c.s. hebben bij dagvaarding drie foto’s overgelegd. Op twee van deze foto’s is één van de schilderijen van de schilder [kunstenaar 2] zichtbaar ( een schilderij met [aanvullende beschrijving] ) in de woonkamer van [geïntimeerde] (staand op de grond). Op één van de foto’s is op de achtergrond ook een deel van het beeld [naam kunstwerk] te zien. De derde foto is van het beeld [naam kunstwerk] .
6.1
In reactie op deze foto’s heeft [geïntimeerde] in haar conclusie van antwoord aangevoerd dat de eerste twee foto’s inderdaad in de woning van [geïntimeerde] lijken te zijn gemaakt, maar dat zij ‘deze objecten’ daar nog nooit heeft gezien of gehad en dat [bestuurder] bewust een schilderij of afdruk daarvan heeft gefotografeerd in haar woning ten einde [geïntimeerde] ‘een poot te kunnen uitdraaien’.
6.11
Bij akte van 7 februari 2023 hebben Zakelijke Koers c.s. vervolgens nog drie foto’s overgelegd. Op twee daarvan is [geïntimeerde] te zien, terwijl zij het schilderij van [aanvullende beschrijving] naschildert op een groot doek. Op een derde foto is [geïntimeerde] te zien in haar woonkamer terwijl zij een ander schilderij van [kunstenaar 2] (ook van [nadere beschrijving] ) naschildert.
6.12
Geconfronteerd met deze foto’s heeft [geïntimeerde] tijdens de mondelinge behandeling in eerste aanleg aangevoerd dat deze foto’s waarschijnlijk zijn vervalst door een dochter van [bestuurder] , die handig zou zijn met computers. Ook heeft [geïntimeerde] aangevoerd dat zij niet de originele schilderijen van [kunstenaar 2] naschilderde, maar haar werk maakte aan de hand van een afbeelding dat op een doek werd geprojecteerd, waarna het [geïntimeerde] het inkleurde. Dat de foto’s niet kloppen, is haar bevestigd door een professionele fotograaf, aldus [geïntimeerde] , die daaraan toevoegde dat dit onder andere is te zien aan “het foute perspectief van de linker ezel, de onduidelijke en gerafelde rand van het schilderij (na inzoomen) en het feit dat het rechter schilderij scherper in beeld is terwijl die verder weg van de lens staat”.
6.13
Tijdens de mondelinge behandeling heeft [geïntimeerde] de rechtbank gevraagd om Zakelijke Koers c.s. te verzoeken om de foto’s bij de griffie te deponeren, zodat die door een deskundige onderzocht kunnen worden. In haar akte na comparitie heeft [geïntimeerde] dat verzoek herhaald.
6.14
Zakelijke Koers c.s. hebben een USB-stick (ten minste in hoger beroep) met de digitale bestanden van foto’s. Op de USB-stick die in hoger beroep is overgelegd, staan in totaal 33 foto’s. Op zestien van deze foto’s is zichtbaar dat [geïntimeerde] één van de schilderijen van [kunstenaar 2] aan het naschilderen is, in haar woonkamer. Op de andere foto’s staan andere schilderijen van [kunstenaar 2] en is ook de woonkamer van [geïntimeerde] zichtbaar.
6.15
[geïntimeerde] heeft ter onderbouwing van haar betwisting dat de door Zakelijke Koers c.s. overgelegde foto’s vals zijn bij haar memorie van antwoord (van 3 september 2024) een rapport van Recherchebureau Zuid (hierna: RBZ) overgelegd, waarin dit bureau de conclusie trekt dat de drie voor onderzoek aangeleverde foto’s waarschijnlijk bewerkt zijn, maar dat deze conclusie niet met 100% zekerheid kan worden gesteld vanwege het ontbreken van de originele foto’s. In het rapport wordt het volgende opgemerkt:
“Er is een onderzoek uitgevoerd om te beoordelen of de drie aangeleverde foto’s
origineel zijn of mogelijk bewerkt. Dit onderzoek omvatte zowel visuele inspectie als softwarematige inspectie. Op basis van de bevindingen van het onderzoek is het waarschijnlijk dat de drie aangeleverde foto's bewerkt zijn en dus niet origineel. Het is echter belangrijk om op te merken dat deze conclusie niet met 100% zekerheid kan worden gesteld vanwege het ontbreken van de originele foto's. Om de bevindingen van RBZ Recherche verder te versterken en meer zekerheid te verkrijgen, is aanvullende metadata nodig. Deze metadata zou kunnen helpen om de oorsprong en geschiedenis van de foto's beter te begrijpen, waardoor een nauwkeurigere analyse mogelijk wordt.(…)
Foto 1 Uitkomst 4[waarschijnlijk bewerkt, hof]
: schaduw gezicht loopt afwijkend. Kwaststeel heeft geen schaduw!
Foto 2 Uitkomst 4[waarschijnlijk bewerkt, hof]
: Schaduw doek lijkt zwart ingekleurd
Foto 3 Uitkomst 4[waarschijnlijk bewerkt, hof]
: Rand van deksel lijkt onvolledig, Tevens is de hand van een lagere resolutie dan het schilderij.”
6.16
Het hof is van oordeel dat aan het overgelegde rapport van RBZ niet of nauwelijks waarde kan worden gehecht. De door RBZ gegeven toelichting voor haar conclusie dat de (slechts drie aan haar verstrekte) foto’s waarschijnlijk zijn bewerkt, is daarvoor te summier en te weinig navolgbaar. Verder biedt deze conclusie ook slechts beperkt steun aan het standpunt van [geïntimeerde] dat de foto’s
geheelzijn vervalst. Een bewerkte foto (waarop bijvoorbeeld ‘een schaduw is ingekleurd’) is daarmee nog niet een geheel gefabriceerde foto (in de zin van een afbeelding van situatie die in het geheel niet heeft bestaan). Ter toelichting dient verder het volgende.
6.17
RBZ heeft slechts drie foto’s onderzocht (terwijl er ruim dertig zijn overgelegd). [geïntimeerde] heeft niet (voldoende) uitgelegd waarom zij niet ook de andere foto’s, die digitaal ter beschikking zijn gesteld, heeft laten onderzoeken. Het rapport van RBZ is gedateerd op 20 mei 2024, terwijl de eerste mondelinge behandeling bij het hof heeft plaatsgevonden op 23 mei 2024 en de USB stick in elk geval vanaf dat moment tot het procesdossier is gaan behoren. [geïntimeerde] had dus in elk geval na die mondelinge behandeling – waarop haar de USB stick met de in deze procedure overgelegde foto’s is aangereikt – de mogelijkheid (aanvullend) onderzoek te laten verrichten door RBZ, maar zij heeft daar geen gebruik van gemaakt.
6.18
In de tweede plaats concludeert RBZ dat de drie onderzochte foto’s waarschijnlijk zijn ‘bewerkt’, waarbij per foto een toelichting wordt gegeven over (kennelijk) visueel zichtbare ongerijmdheden. Indien de opmerkingen over de gebreken visueel worden vergeleken met de overgelegde foto’s op de USB-stick (in plaats van met de foto’s afgedrukt in het rapport van RBZ) – zijn die gebreken echter niet (voldoende) navolgbaar/zichtbaar. Deze gebreken zijn ook weer andere gebreken dan die welke de door [geïntimeerde] naar eigen zeggen eerder geconsulteerde professionele fotograaf heeft aangewezen.
6.19
Hierbij wreekt zich ook dat het rapport weliswaar vermeldt dat zowel visueel als softwarematig onderzoek is gedaan, maar dat vervolgens niet voldoende navolgbaar is toegelicht hoe RBZ haar conclusies heeft bereikt. In het bijzonder wordt niet toegelicht wat de softwarematige analyse heeft ingehouden en tot welk resultaat dat heeft geleid. De advocaat van [geïntimeerde] kon, daar naar gevraagd tijdens de mondelinge behandeling bij het hof, ook geen opheldering over verschaffen, noch bevestigen dat RBZ de digitale bestanden van de foto’s daadwerkelijk heeft geanalyseerd.
6.2
Voor zover [geïntimeerde] aanvoert dat het haar ook niet kan worden verweten geen verdere (digitale) analyse van de foto’s te hebben laten uitvoeren omdat de brondocumenten niet zijn overgelegd, heeft zij dat betoog niet op een voldoende begrijpelijke navolgbare wijze toegelicht. Met name heeft [geïntimeerde] niet toegelicht waarom digitaal onderzoek aan de foto’s die zijn overgelegd op de USB-stick niet mogelijk dan wel niet verhelderend heeft kunnen zijn.
6.21
Daarbij wordt opgemerkt dat [geïntimeerde] ook niet in voldoende mate is ingegaan op de reactie van Zakelijke Koers c.s. (in haar memorie van antwoord in het incidenteel hoger beroep) dat digitaal onderzoek aan de foto’s (inclusief metadata/EXIF data) wel mogelijk was en dat uit het rapport zelf volgt dat deze data niet zijn onderzocht.
6.22
Verder geldt dat het heeft op de weg van [geïntimeerde] heeft gelegen nader toe te lichten wat er precies ‘vervalst’ is op de foto’s, waarop zij zichtbaar is in haar woonkamer met schilderijen waarvan Zakelijke Koers c.s. de teruggave vorderen. [geïntimeerde] betwist niet dat zij zelf zichtbaar is op de foto’s en dat deze gemaakt zijn in haar woning. In wat [geïntimeerde] naar voren brengt ligt wel besloten dat zij betwist dat zij de schilderijen die zichtbaar zijn op de foto’s voorhanden heeft gehad/heeft nageschilderd (zij zou slechts plaatjes daarvan hebben gehad), maar door haar – en ook door RBZ – is niet in voldoende mate toegelicht hoe het dan mogelijk is dat daarvan een groot aantal verschillende foto’s zijn ‘gefabriceerd’. Indien [geïntimeerde] heeft bedoeld te betogen dat de foto’s geheel ‘vals’ zijn, heeft zij haar betwisting onvoldoende toegelicht. Voor zover [geïntimeerde] heeft bedoeld te betogen dat de foto’s weliswaar deels authentiek zijn (bijvoorbeeld wel van haar woonkamer), maar (bijvoorbeeld) de afbeeldingen van de schilderijen van [kunstenaar 2] in (bestaande) foto’s zijn geplakt, had zij daarin duidelijker moeten zijn. Dat betoog wordt weer niet of nauwelijks onderbouwd door het door haar overgelegde rapport van RBZ. In dat geval heeft het ook op de weg gelegen van [geïntimeerde] , RBZ te vragen te onderbouwen dat de schilderijen in de afbeeldingen zijn ‘geplakt’.
6.23
In het midden kan verder blijven of RBZ wel als voldoende (specifiek) deskundig kan worden beschouwd (wat Zakelijke Koers c.s. betwisten).
6.24
Het hof weegt verder ten nadele van [geïntimeerde] mee dat zij ook niet steeds consistent heeft verklaard over haar bekendheid met de schilderijen van [kunstenaar 2] . In haar conclusie van antwoord stelde zij nog dat zij ‘de objecten’ (de twee schilderijen en het beeld, die op de foto’s zichtbaar waren) nog nooit had gezien. Deze ontkenning valt niet te rijmen met haar latere verklaring – in reactie op de foto’s waarop [geïntimeerde] te zien is met de bewuste schilderijen – dat zij niet de originele schilderijen heeft nageschilderd, maar vanaf een plaatje/projectie op doek. Ook indien dat laatste het geval is geweest, kende [geïntimeerde] deze schilderijen dus wel, sterker nog, kan zij geacht worden zeer vertrouwd te zijn geweest met deze schilderijen.
6.25
Resumerend: (i) het heeft op de weg gelegen van [geïntimeerde] om, ter onderbouwing van haar betwisting van de echtheid daarvan, de foto’s waarop zij te zien is in haar woning met de schilderijen die zijn overlegd (op een USB stick) op een meer volledige en deugdelijke wijze te laten onderzoeken, (ii) [geïntimeerde] heeft haar betwisting van de ‘echtheid’ van de foto’s verder onvoldoende geconcretiseerd door aan te voeren dat de foto’s ‘vals’ zijn en door niet aan te geven op welke wijze dan sprake is van vervalste of bewerkte foto’s, en (iii) en [geïntimeerde] heeft ook niet steeds even consistent verklaard over haar bekendheid met de schilderijen van [kunstenaar 2] , waarvan Zakelijke Koers teruggave verlangt, wat ook afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van haar betwisting en haar verklaringen over de foto’s.
6.26
Het gevolg is dat de betwisting door [geïntimeerde] van de echtheid van de foto’s niet voldoende gemotiveerd/geloofwaardig is en dat het ervoor moet worden gehouden dat de foto’s niet zijn vervalst.
6.27
Op de foto’s zijn diverse schilderijen ( [geïntimeerde] zelf komt tot vijf) en het beeld [naam kunstwerk] zichtbaar in de woning van [geïntimeerde] . Zakelijke Koers c.s. hebben daarmee voldoende gemotiveerd onderbouwd dat de collectie van twaalf schilderijen van [kunstenaar 2] en het beeld in de woning van [geïntimeerde] waren opgeslagen. [geïntimeerde] heeft haar betwisting van deze stelling onvoldoende feitelijk en onvoldoende geloofwaardig onderbouwd. Verder heeft zij ook onvoldoende gemotiveerd weersproken dat Zakelijke Koers c.s. de twaalf schilderijen van [kunstenaar 2] en het beeld in hun bezit hebben gehad. Alles wat [geïntimeerde] verder nog heeft aangevoerd ter betwisting van de stelling dat de twaalf schilderijen en het beeld in haar woning waren opgeslagen (zoals de overgelegde verklaringen), legt ook onvoldoende gewicht in de schaal.
6.28
De conclusie is dat het hof voorbij gaat aan de betwisting door [geïntimeerde] en als vaststaand aanneemt dat [geïntimeerde] de schilderijen en het beeld onder zich heeft gehad ten behoeve van Zakelijke Koers c.s. Aan bewijslevering – en aan het verzoek van [geïntimeerde] om een deskundige te benoemen om de echtheid van de foto’s te beoordelen – wordt daarom niet meer toegekomen.
6.29
De op het voorgaande gerichte klachten in de grieven 1 en 2 slagen. Bij verdere behandeling van deze grieven hebben Zakelijke Koers c.s. geen belang. De behandeling van grief 3 (over de buitengerechtelijke kosten en de proceskosten) en van de grief van [geïntimeerde] in het incidenteel hoger beroep (over de proceskosten) wordt aangehouden.
Conclusie: er is sprake geweest van een toerekenbare tekortkoming / onrechtmatig handelen
6.3
Door te weigeren de twaalf schilderijen en het beeld aan Zakelijke Koers c.s. terug te geven, is [geïntimeerde] toerekenbaar tekortgeschoten onder de overeenkomst (waarvan het bestaan door de rechtbank voor recht is verklaard, welk oordeel in hoger beroep onbestreden is gebleven).
6.31
In het midden kan verder blijven of – zoals Zakelijke Koers c.s. betogen – deze overeenkomst als een bewaarnemingsovereenkomst kan kwalificeren, omdat dit voor de verdere beoordeling niet uitmaakt. Het voorgaande brengt ook mee dat [geïntimeerde] onrechtmatig heeft gehandeld jegens Zakelijke Koers c.s. Met dit oordeel staat vast dat, voor zover Zakelijke Koers c.s. schade hebben geleden als gevolg van deze gedragingen van [geïntimeerde] , [geïntimeerde] deze schade dient te vergoeden.
6.32
Zakelijke Koers c.s. heeft niet toegelicht per welk moment [geïntimeerde] volgens hen in verzuim is geraakt. Gelet op de betwisting van het gevorderde door [geïntimeerde] in haar conclusie van antwoord van 12 oktober 2022 kan zij in elk geval per die datum geacht worden in verzuim te zijn geraakt.
6.33
[geïntimeerde] heeft verder nog betwist dat Zakelijke Koers c.s. de rechtmatig eigenaren zijn van de schilderijen en het beeld. Voor zover zij hiermee stelt dat Zakelijke Koers c.s. geen schade hebben geleden, althans geen recht hebben op schadevergoeding strandt dit betoog. Immers, in hoger beroep is onbestreden gebleven dat tussen Zakelijke Koers c.s. en [geïntimeerde] een overeenkomst bestaat op grond waarvan [geïntimeerde] gehouden is de schilderijen en het beeld terug te geven, of Zakelijke Koers c.s. daar nu eigenaar van is of niet. Nu [geïntimeerde] dit niet doet, rest een verbintenis tot vervangende schadevergoeding. Of Zakelijke Koers c.s. ook rechtsgeldig het eigendom van deze zaken hebben verworven uit de faillissementsboedel van Incentive World en in hoeverre de curator ervan op de hoogte is geweest dat deze zaken zich in de boedel bevonden, kan daarom verder in het midden blijven.
6.34
In al het voorgaande ligt ook besloten een verwerping van het beroep van [geïntimeerde] dat Zakelijke Koers c.s. misbruik maken van procesrecht (zoals aangevoerd tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep).
Schade: de waarde van de twaalf schilderijen en het beeld staat niet vast
6.35
Volgens Zakelijke Koers c.s. behoren zeven schilderijen, te weten de schilderijen in de formaten 110 x 150cm, 110 x 90cm, 120 x 80cm, en vier schilderijen in het formaat 45 x 65cm, en het beeld [naam kunstwerk] toe aan Zakelijke Koers en behoren vijf schilderijen toe aan Luxury Exhibitions, te weten de vijf schilderijen met het formaat 90 x 120cm. [geïntimeerde] dient de waarde van de zeven schilderijen en het beeld en de waarde van de vijf schilderijen aan respectievelijk Zakelijke Koers en Luxury Exhibitions te voldoen.
6.36
Zakelijke Koers c.s. hebben ter onderbouwing van hun schade een
Valuation Reportin het geding gebracht, gedateerd 30 april 2024, opgesteld door mevrouw [expert] van de Gausachs Foundation (hierna: het valuation report). [geïntimeerde] heeft de expertise van mevrouw [expert] en de inhoud van het valuation report betwist. Waar het valuation report uitkomt op een waarde voor de schilderijen en het beeld van € 169.500,00 komt [geïntimeerde] tot een waarde van € 6.150,00.
6.37
Het hof ziet aanleiding om een deskundigenbericht te gelasten om de waarde van de schilderijen en het beeld te bepalen. Aan de deskundige zal worden gevraagd de waarde te bepalen van de schilderijen en het beeld bij verkoop in het vrije verkeer, wat erop neerkomt dat een schatting zal moeten worden gemaakt van de opbrengst van de schilderijen en het beeld bij openbare veiling. Het hof merkt daarbij op dat de vaststelling van de waarde van de schilderijen waarschijnlijk niet anders dan globaal geschat kan worden. De schilderijen zelf zijn immers niet beschikbaar voor waardering, maar ook een goede set scherpe foto’s van alle twaalf schilderijen ontbreekt, althans is niet overgelegd in deze procedure. Een zeer globale schatting van de waarde lijkt bij deze stand van zaken het hoogst haalbare.
6.38
Het hof is voorlopig van oordeel dat kan worden volstaan met de benoeming van één deskundige. Het hof is voornemens als deskundige te benoemen: de heer. R. Silberman NIVRE-re, van het bedrijf Ouëndag&Silberman, te Den Haag.
6.39
Het hof is voornemens aan de deskundige de volgende vraag voor te leggen:
Wat is naar uw deskundig oordeel de waarde in het economische verkeer per 12 oktober 2022 (de datum waarop [geïntimeerde] geacht kan worden in verzuim te zijn geraakt) van de volgende zaken:
- een beeld met de naam [naam kunstwerk] , keramisch, brons, groen 60cm hoog, met als beschrijving: [beschrijving 1] ,
- vier olieverfschilderijen van de schilder [kunstenaar 2] in een zwarte lijst van 45 x 65cm, zonder beschrijving,
- een olieverfschilderij van de schilder [kunstenaar 2] in een zwarte lijst van 80 x 120cm, met als beschrijving: [beschrijving 2] ,
- een olieverfschilderij van de schilder [kunstenaar 2] in een zwarte lijst van 90 x l10cm, met als beschrijving: [beschrijving 3] ,
- een olieverfschilderij van de schilder [kunstenaar 2] in een zwarte lijst van 110 x150cm, met als beschrijving: [beschrijving 4] ,
- een olieverfschilderij van de schilder [kunstenaar 2] in een zwarte lijst van 90 x 120cm, met als beschrijving: [beschrijving 5] ,
- een olieverfschilderij van de schilder [kunstenaar 2] in een zwarte lijst van 90 x 120cm, met als beschrijving: [beschrijving 6] ,
- een olieverfschilderij van de schilder [kunstenaar 2] in een zwarte lijst van 90 x 120cm, met als beschrijving: [beschrijving 7] ,
- een olieverfschilderij van de schilder [kunstenaar 2] in een zwarte lijst van 90 x 120cm, met als beschrijving [beschrijving 8] ,
- een olieverfschilderij van de schilder [kunstenaar 2] in een zwarte lijst van 90 x 120cm, met als beschrijving: [beschrijving 9] .
6.4
Het hof zal de zaak naar de rol verwijzen om partijen in de gelegenheid te stellen zich uit te laten over de persoon van de te benoemen deskundige en de aan de deskundige te stellen vragen. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

7.Beslissing

Het hof (in principaal en incidenteel hoger beroep):
- verwijst de zaak naar de rol van 28 april 2026 voor het nemen van een akte door partijen waarin zij zich kunnen uitlaten over de persoon van de te benoemen deskundige en de aan deze deskundige te stellen vragen;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. A.J.P. Schild, J. de Graaf en G.J.M. Verburg en in het openbaar uitgesproken op 7 april 2026 in aanwezigheid van de griffier.