Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- het verzoekschrift in hoger beroep, ingekomen op de griffie van het hof op 15 oktober 2024, waarmee [verzoeker] in hoger beroep is gekomen van de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam van 16 juli 2024;
- het verweerschrift in hoger beroep van Damen Holding.
3.Feiten
Total Salary of EUR 30,000 per month.
- de opzegging door Damen Holding te vernietigen op de voet van art. 7:671b lid 1 jo. art. 7:681 lid 1 sub a BW Pro;
- te verklaren voor recht op de voet van art. 7:686a lid 3 BW dat er tussen [verzoeker] en Damen Holding sinds 10 juli 2023 een arbeidsovereenkomst bestaat die onverminderd voortduurt;
- Damen Holding te veroordelen om vanaf januari 2024 het achterstallig salaris van € 30.000,- per maand te voldoen, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente.
4.Beoordeling in hoger beroep
webetalen vanuit deze entiteit” erop dat Damen Holding een opdracht aan DWI geeft om het salaris van [verzoeker] te betalen en dus, zo begrijpt het hof, dat Damen Holding het salaris betaalde.
5.Beslissing
- bekrachtigt van de kantonrechter Dordrecht van 16 juli 2024;
- veroordeelt [verzoeker] in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van Damen Holding tot op heden begroot op € 4.618,-;
- bepaalt dat als [verzoeker] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en deze beschikking vervolgens wordt betekend, [verzoeker] de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 92,-;
- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.