Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het verzoekschrift van [verzoeker], met 22 bijlagen;
- het verweerschrift van Damen met verzoek in het incident en tegenverzoek, met 15 bijlagen;
- de pleitaantekeningen van [verzoeker].
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft bewust gekozen voor een arbeidsovereenkomst met een lokale dochteronderneming van Damen Holding B.V. in de Verenigde Arabische Emiraten (VAE), waarbij hij afzag van de bescherming die een Nederlands arbeidscontract biedt. Damen bood weliswaar een Nederlands contract aan, maar verzoeker wees dit uitdrukkelijk af en wilde een lokaal contract sluiten.
Na het sluiten van het lokale contract met de dochteronderneming in de VAE, bleef Damen consequent verklaren dat er geen arbeidsovereenkomst tussen haar en verzoeker bestond. Verzoeker stelde dat Damen in de praktijk zijn werkgever was, maar dit werd door de rechtbank niet gevolgd. De werkzaamheden van verzoeker waren gericht op herfinanciering ten behoeve van Damen, maar dit rechtvaardigt geen arbeidsverhouding met Damen zelf.
De rechtbank concludeert dat Damen geen materiële werkgever is geworden en dat er geen arbeidsovereenkomst tussen partijen is gesloten. Verzoekers vorderingen tot verklaring voor recht, vernietiging van opzegging en loonbetaling worden afgewezen. De proceskosten worden door partijen zelf gedragen.
Uitkomst: De rechtbank wijst alle verzoeken af omdat er geen arbeidsovereenkomst tussen verzoeker en Damen Holding B.V. bestond.