Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Afdeling Civiel recht
1.Het vervolg van deze zaak in het kort
2.2 Het verdere procesverloop in hoger beroep
- het bericht van mr. Wetzels van 31 december 2025, waarin Yunus Emre laat weten af te zien van de haar in de tussenbeschikking geboden mogelijkheid het horen van getuigen;
- het V6-formulier van 23 februari 2026 met bijgevoegd een akte uitlating van Yunus Emre.
3.De verdere beoordeling van het hoger beroep
‘
47. [verzoekster] biedt aan al haar stellingen te bewijzen met alle middelen rechtens.48. [verzoekster] biedt, onder uitdrukkelijke betwisting dat enige bewijslast op haar rust, meer in het bijzonder bewijs aan van haar stelling, dat er nimmer sprake is geweest van een voorziening in een vacature van tijdelijke aard, door het doen horen van getuigen, waaronder zijzelf als partijgetuige en het horen van de voormalige directeur van de school mevrouw [naam] die bereid is dit onder ede te verklaren.’
Het aanbod onder 47 is algemeen van aard en het aanbod onder 48 heeft betrekking op haar stellingen in incidenteel hoger beroep en dus niet op de feiten die [verzoekster] ten grondslag heeft gelegd aan haar beroep op dwaling (waar haar stellingen in principaal hoger beroep op zien). Dat het bewijsaanbod niet voldoet aan de eisen die in hoger beroep worden gesteld staat daarmee vast. Dat verandert niet doordat Yunus Emre in hoger beroep wel is toegelaten tot het leveren van tegenbewijs op een ander punt (de vacature van kennelijk tijdelijke aard). De twee beslissingen houden geen verband met elkaar.
niettegen het oordeel dat geen sprake is van misbruik van omstandigheden. Dat betekent dat het hof er bij blijft dat tegen het oordeel van de kantonrechter inzake misbruik van omstandigheden niet is gegriefd. Ook dat is dus geen grond voor heroverweging.
griffierecht: € 827,-
salaris advocaat: € 3.225,- (2,5 punt à tarief II)
nakosten: € 189,-Totaal: € 4.241,-
nakosten: € 189,-
4.Beslissing in het principaal en het incidenteel hoger beroep
- bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag van 26 januari 2024;
- veroordeelt [verzoekster] in de kosten in principaal beroep tot op heden aan de zijde van Yunus Emre begroot op € 4.241,-, te vermeerderen met wettelijke rente over deze kosten als [verzoekster] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft betaald;
- bepaalt in principaal beroep dat als [verzoekster] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en deze beschikking vervolgens wordt betekend, [verzoekster] de kosten van betekening moet betalen plus extra kosten van € 98,-, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten als zij deze niet binnen veertien dagen na betekening heeft betaald;
- veroordeelt Yunus Emre in de kosten in incidenteel beroep tot op heden aan de zijde van [verzoekster] begroot op € 843,-;
- bepaalt in incidenteel beroep dat als Yunus Emre niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en deze beschikking vervolgens moet wordt betekend, Yunus Emre de kosten van betekening moet betalen plus extra kosten van € 98,-;
- wijst af het meer of anders verzochte.