ECLI:NL:GHDHA:2026:351
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- T.A. de Hek
- P.C. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanslagen inkomstenbelasting en afwijzing beroep op vertrouwensbeginsel
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) voor de jaren 2020 en 2021, waarin een belastbaar inkomen uit werk en woning werd vastgesteld op respectievelijk € 13.433 en € 13.725. De Inspecteur legde deze aanslagen op na controle van de ingediende aangiften en loongegevens. Belanghebbende stelde dat hij op het vertrouwensbeginsel mocht vertrouwen dat hij de bij voorlopige aanslagen verleende teruggaven niet hoefde terug te betalen.
De Rechtbank Den Haag verklaarde de beroepen ongegrond, stellende dat de aanslagen correct waren vastgesteld en dat het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat geen rechtsgeldige toezegging was gedaan. Belanghebbende stelde in hoger beroep geen nieuwe feiten of gronden aan, waardoor het Hof de uitspraak van de Rechtbank bevestigde.
Het Hof oordeelde dat de Inspecteur terecht afweek van de voorlopige aanslagen bij de definitieve vaststelling en dat de enkele vaststelling van een voorlopige aanslag geen bindende toezegging inhoudt. De proceskosten werden niet aan belanghebbende opgelegd. De uitspraak werd in het openbaar uitgesproken op 13 januari 2026.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de aanslagen inkomstenbelasting 2020 en 2021 en wijst het beroep op het vertrouwensbeginsel af.