Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 11 juli 2024, waarmee [appellant] in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag van 11 april 2024 (hierna: het bestreden vonnis);
- de memorie van grieven van [appellant] ;
- de memorie van antwoord van het Waarborgfonds.
3.Feitelijke achtergrond
4.Procedure bij de kantonrechter
5.Vordering in hoger beroep
6.Beoordeling in hoger beroep
Gezag van gewijsde verzetvonnis
.
7.Beslissing
- bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag van 11 april 2024;
- wijst af de vordering tot terugbetaling van hetgeen [appellant] ter uitvoering van het vonnis van 11 april 2024 aan het Waarborgfonds heeft betaald;
- veroordeelt [appellant] in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van het Waarborgfonds begroot op € 5.495,-, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten als [appellant] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft betaald;
- bepaalt dat als [appellant] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en dit arrest vervolgens wordt betekend, [appellant] de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 92,-, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten als [appellant] deze niet binnen veertien dagen na betekening heeft betaald;
- verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad voor zover het de proceskosten betreft.