Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
3.Feitelijke achtergrond
Your contract has a little miscommunication. You started 01-02-2022 and the contract is for 12 months. So in my administration your contract expires on 31-01-2023. So in december 2022 and januari 2023 I make your payslip. Just talk to [naam] [[naam]] about this. (…) So I hope you get a new contract soon, but it is not up to me. When you got a new (singed) contract just mail it to me.”
4.Procedure bij de kantonrechter
5.Verzoek in hoger beroep
6.Beoordeling in hoger beroep
2021naar 1 februari 2022. Echter, dit maakt de boekhouder op uit de eigen administratie, zo schrijft zij. Niet is gesteld of gebleken dat zij hiervan kennis heeft op basis van de feitelijke gang van zaken (zie 3.5). Datzelfde geldt voor de loonstroken die zijn opgemaakt vanaf februari 2022, die 1 februari 2022 als datum van indiensttreding vermelden. Deze leveren dan ook geen overtuigend bewijs voor de door Fooditive gestelde gang van zaken. Gelet ook op de wisselende kwalificatie van Fooditive over de
aardvan de aan [verweerder] gedane betalingen in de maanden december 2021 en januari 2022 (last internship fee, bonus of salarisverhoging, blijk van waardering en deels ter overbrugging, het was Kerst, het was een bonus) en het ontbreken van een overtuigende uitleg over de
hoogtevan de twee, maandelijkse betalingen die hebben plaatsgevonden, die vele malen hoger was dan de maandelijkse stagevergoeding van € 300,- die [verweerder] daarvoor ontving, acht het hof alle elementen aanwezig voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst ex art. 7:610 BW Pro. Er was sprake van het verrichten van (loonvormende) arbeid voor het realiseren van het primaire, commerciële doel van de vennootschap - niet langer met het oog op de opleiding van [verweerder] (die immers voor wat betreft zijn bacheloropleiding was voltooid), er werd loon betaald in plaats van een veel lagere stagevergoeding en er was (onbetwist) een gezagsrelatie tussen [verweerder] en Fooditive.
Following our conversation this morning with Nicolas and myself, you expressed that you do not wish to move forward with Fooditive. We respect your decision and will proceed accordingly. Given the circumstances, we would like to settle all outstanding matters. As agreed, we request the return of the salary provided for July, as it was advanced under the assumption of continued work which did not materialize.” [verweerder] is ook niet meer op de werkvloer teruggekeerd. De door [verweerder] ingeschakelde advocaat stelde zich in zijn brief van 6 augustus 2024 ook op het standpunt dat de arbeidsovereenkomst beëindigd was.
“(…) and we will be severing all ties with you. This is an official notification, not just a warning”. Het verzoekschrift met de vordering tot herstel van de arbeidsovereenkomst van [verweerder] is niet binnen de wettelijke vervaltermijn van twee maanden na 16 juli 2024 of 23 juli 2024 bij de kantonrechter ingediend en moet ook daarom worden afgewezen, aldus Fooditive.
you do not wish to move forward with Fooditive”). Zeker gelet op de gesprekken die nog na 16 juli 2024 liepen tussen [naam] en [verweerder] over een verbeterplan en voortzetting van de arbeidsovereenkomst, had het op de weg gelegen van Fooditive om te onderzoeken of [verweerder] de arbeidsovereenkomst daadwerkelijk had opgezegd en zich realiseerde wat de consequenties waren voor onder andere zijn aanspraak op een WW-uitkering. Fooditive heeft onvoldoende onderbouwd dat hiervan sprake is geweest. Dat [verweerder] op enig moment niet meer reageerde op de berichten van Fooditive acht het hof begrijpelijk, gelet op het feit dat zijn account per 16 juli 2024 was afgesloten en het dreigement op 23 juli 2024 dat [naam] de stagebegeleiders van [verweerder] zou informeren dat [verweerder] niet aan de vereisten van zijn afstudeerproject zou hebben voldaan en hem bovendien schreef “
you are the worst thing that happened to me”. Hier kan evenmin een bevestiging van een opzegging uit worden afgeleid. De sommatiebrief van de gemachtigde van [verweerder] van 6 augustus 2024 leidt ook niet tot een andere conclusie. Uit die brief en de daaropvolgende correspondentie blijkt dat [verweerder] meende dat
Fooditivede arbeidsovereenkomst had beëindigd. Dit heeft Fooditive op haar beurt ontkend.
we will be severing all ties with you” is daartoe onvoldoende.
.
7.Beslissing
en in zoverre opnieuw rechtdoende
- veroordeelt Fooditive om aan [verweerder] het achterstallig loon te betalen over de periode van 11 juli 2024 tot 1 februari 2025;
- bekrachtigt de beschikking voor het overige;
- bepaalt dat de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is geëindigd op 1 februari 2025;
- veroordeelt Fooditive om aan [verweerder] te betalen de tot 1 februari 2025 opgebouwde en openstaande vakantiedagen (27) van € 5.032,83 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van opeisbaarheid en de wettelijke verhoging van 50%;
- veroordeelt Fooditive om aan [verweerder] te betalen het tot 1 februari 2025 opgebouwde vakantiegeld van € 1.362,08 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van opeisbaarheid en de wettelijke verhoging van 50%;
- veroordeelt Fooditive in de kosten van de procedure in principaal hoger beroep, aan de zijde van [verweerder] begroot op € 3.142,-;
- veroordeelt Fooditive in de kosten van de procedure in incidenteel hoger beroep, aan de zijde van [verweerder] begroot op € 645,-;
- bepaalt dat als Fooditive niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en deze beschikking vervolgens wordt betekend, Fooditive de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 98,-;
- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst af wat in hoger beroep meer of anders is verzocht.