ECLI:NL:GHDHA:2026:2308

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
21 juli 2026
Publicatiedatum
14 juli 2026
Zaaknummer
200.345.608/01
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:913 BWArt. 7:914 BWArt. 7:922 BWArt. 6:2 BWArt. 6:136 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bekrachtiging vernietiging franchiseovereenkomst wegens strijd met dwingendrechtelijke bepalingen

Studio Miran vernietigde de franchiseovereenkomst met Gohealth buitengerechtelijk wegens strijd met dwingendrechtelijke bepalingen omtrent de standstill-termijn. De rechtbank oordeelde dat deze vernietiging rechtsgeldig was en veroordeelde Gohealth tot gedeeltelijke terugbetaling van betaalde bedragen en tot vergoeding van schade, waarna de zaak werd verwezen naar schadestaatprocedure.

In hoger beroep heeft Gohealth aangevoerd dat de overeenkomst niet in strijd was met de wet, dat Studio Miran geen belang had, en dat het beroep op vernietiging misbruik van recht zou zijn. Het hof verwierp deze grieven en bevestigde dat Studio Miran de wettelijke bedenktijd was ontnomen, waardoor zij benadeeld was. Ook het beroep op verrekening en onrechtmatig handelen werd door het hof bevestigd zoals door de rechtbank vastgesteld.

Het hof oordeelde dat de waarde van de door Gohealth geleverde prestaties gelijk moet worden gesteld aan de betaalde entree- en franchisefees, en verwierp het beroep op verrekening van de ledenfaciliteitvergoeding. De mogelijkheid van schade door onrechtmatig handelen werd als aannemelijk beschouwd, waarna het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigde en Gohealth veroordeelde in de proceskosten van het principaal hoger beroep, en Studio Miran in die van het incidenteel hoger beroep.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt de vernietiging van de franchiseovereenkomst wegens strijd met dwingendrechtelijke bepalingen en veroordeelt Gohealth in de proceskosten.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Civiel recht
Team Handel
Zaaknummer hof : 200.345.608/01
Zaak- en rolnummer rechtbank : C/10/668579 / HA ZA 23-973
Arrest van 21 juli 2026
in de zaak van
Gohealth United B.V.,
gevestigd in Rotterdam,
appellante in principaal hoger beroep,
geïntimeerde in incidenteel hoger beroep,
advocaat: mr. M.P.R. Sardjoe, kantoorhoudend in Amsterdam,
tegen
Studio Miran B.V.,
gevestigd in Capelle aan den IJssel,
geïntimeerde in principaal hoger beroep,
appellante in incidenteel hoger beroep,
advocaat: mr. M.C. Franken-Schoemaker, kantoorhoudend in Houten.
Het hof noemt partijen hierna Gohealth (of franchisegever) en Studio Miran (of franchisenemer).

1.De zaak in het kort

1.1
Deze zaak gaat over een franchiseovereenkomst, die franchisenemer buitengerechtelijk heeft vernietigd wegens strijd met dwingendrechtelijke wettelijke bepalingen.
1.2
De rechtbank heeft een verklaring voor recht gegeven dat deze vernietiging rechtsgeldig is geweest. De franchisegever moet, na verrekening met de waarde van de door hem verrichte prestaties, het door franchisenemer betaalde bedrag deels terugbetalen. Daarnaast heeft franchisegever volgens de rechtbank onrechtmatig gehandeld. De rechtbank heeft de zaak voor de schadebeoordeling naar de schadestaatprocedure verwezen.
1.3
Het hof is het met deze beslissingen eens.

2.Procesverloop in hoger beroep

Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken:
  • de dagvaarding van 14 augustus 2024, waarmee Gohealth in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 15 mei 2024;
  • het arrest van dit hof van 22 oktober 2024, waarin een mondelinge behandeling is gelast;
  • het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 12 december 2024;
  • de memorie van grieven van Gohealth;
  • de memorie van antwoord van Studio Miran tevens incidenteel hoger beroep;
  • de memorie van antwoord in het incidentele hoger beroep;
  • de akte na partijberaad van Gohealth;
  • de antwoordakte van Studio Miran;
  • de producties 1 tot en met 26 van Studio Miran;
  • de producties 1 tot en met 40 van Gohealth.

3.Feitelijke achtergrond

3.1
Studio Miran, met als bestuurders [naam 1] en [naam 2], exploiteerde sinds 2016 een sportschool in een gehuurde ruimte aan de Bermweg 226 in Capelle aan den IJssel. Tijdens de Coronacrisis (omstreeks maart 2020 tot begin 2022) zijn toegangsbeperkende maatregelen van overheidswege van kracht geweest. Eind 2021 heeft brand gewoed in een nabijgelegen pand waardoor Studio Miran ernstige rookschade heeft opgelopen en het pand aan de Bermweg tijdelijk onbruikbaar was geworden en moest worden gerenoveerd.
3.2
Studio Miran is toen op zoek gegaan naar een alternatieve sportruimte voor haar leden gedurende de renovatie van het pand aan de Bermweg. In de eerste helft van januari 2022 heeft zij met een derde overeenstemming bereikt voor tijdelijke huur elders, te weten een locatie aan de Meewissenlaan in Capelle aan den IJssel.
3.3
In dezelfde periode is Studio Miran in contact gekomen met vertegenwoordigers van Gohealth (de heren [naam 3], [naam 4] en [naam 5]). Gohealth exploiteert een franchiseformule voor sportscholen. Vertegenwoordigers van beide partijen hebben op 20 januari 2022 voor het eerst met elkaar gesproken. Enkele dagen later, op 25 januari 2025, hebben partijen de volgende overeenkomsten getekend:
- een intentieovereenkomst (LOI) met een precontractueel informatiedocument (PID),
- een franchiseovereenkomst,
- een allonge bij de franchiseovereenkomst;
- een overeenkomst van geldlening (van € 20.000,-), met Gohealth als leninggever en
Studio Miran (Gohealth Clubs Capelle aan de IJssel) als leningnemer.
3.4
De allonge bepaalt onder andere het volgende:
“1.3 In algemene zin geldt dat Franchisenemer na ondertekening LOI en PID en
Franchiseovereenkomst een gehele maand de tijd heeft, in casu tot 1 maart 2022, om volledig af te zien van de franchiseovereenkomst. In dat geval geldt de Franchiseovereenkomst als opgezegd voordat deze is aangegaan en de entreefee wordt dan omgezet naar een eenmalige betaling voor advisering en ondersteuning door GoHealth United BV bij de (her)start van de onderneming na sluiting door Corona en brand.
1.4
In afwijking op pagina 5 (Verrekening) geldt dat Franchisenemer een vaste eenmalige vergoeding van € 10.000,- betaalt om alle leden van Franchisenemer die vanaf datum ondertekening onderhavige Allonge tot 30 juni 2022 (i.e. verwachte datum oplevering van de herstelde locatie aan de Bermweg of definitief vervangende ruimte op nieuwe locatie in Capelle aan den IJssel) gebruik willen maken van de GoHealth diensten en trainingsfaciliteiten op de vestigingen Rotterdam, Ridderkerk en/of Vlaardingen volledig te faciliteren.(…)(hierna: de ledenfaciliteit)
1.5
In afwijking op Artikel 20.3 geldt dat Partijen een eenmalige korting van€ 10.000,- op de Entreefee[hof: van oorspronkelijk € 20.000,-]
zijn overeengekomen (…)
1.6
In afwijking op Artikel 20.4 geldt dat Partijen een korting van € 2.000,- per maand op de Franchisefee[hof: van oorspronkelijk € 3.000,-]
zijn overeengekomen vanaf 1 maart 2022 tot (..)
3.5
Studio Miran heeft vóór 1 maart 2022 tweemaal een bedrag van € 10.000,- plus btw (dus tweemaal € 12.100,-) betaald aan Gohealth, respectievelijk voor de entreefee en voor de ledenfaciliteit. Tijdens de looptijd van de franchiseovereenkomst heeft Studio Miran de maandelijkse franchisefee (van € 1.000,- exclusief btw) betaald, en wel tot een totaalbedrag van € 19.360,- (inclusief btw).
3.6
Op advies van Gohealth heeft Studio Miran haar tijdelijke locatie aan de Meeuwissenlaan laten inrichten in de kleuren van Gohealth. Deze tijdelijke locatie is op 15 februari 2022 als vestiging van Gohealth geopend. De inrichting ervan is gefinancierd uit de verzekeringsuitkering aan Studio Miran.
3.7
De locatie aan de Bermweg 226 is na renovatie op 11 januari 2023 heropend als vestiging van Gohealth. De kosten van die renovatie zijn voor het grootste deel gefinancierd uit de schadeuitkering van € 153.942,82, die Studio Miran van de verzekeraar heeft ontvangen.
3.8
De bestuurders van Studio Miran hebben op 23 januari 2023 aan Gohealth laten weten dat zij wilden stoppen met de exploitatie van de sportschool. De franchiseovereenkomst is in overleg beëindigd per 1 juli 2023. Studio Miran heeft de sportschool (onder bepaalde voorwaarden) op 1 juni 2023, ingaande 1 juli 2023, via een activa-passiva-transactie voor € 78.600,- verkocht aan een aan Gohealth gelieerde vennootschap. Een uit deze koopovereenkomst voortvloeiend geschil hebben koper(s) en verkoper beëindigd met een Vaststellingsovereenkomst (VSO) van 23 november 2023, die voorzag in een betaling van een bedrag van € 47.697,70 aan Studio Miran ten behoeve van de overdracht van de activa
3.9
Bij brief van 19 juli 2023 heeft Studio Miran aan Gohealth laten weten dat zij de franchiseovereenkomst vernietigde wegens totstandkoming in strijd met dwingendrechtelijke bepalingen.

4.Procedure bij de rechtbank

4.1
Studio Miran heeft Gohealth gedagvaard en samengevat gevorderd:
I. een verklaring voor recht dat Studio Miran de franchiseovereenkomst en de daarmee verbonden allonge rechtsgeldig heeft vernietigd, dan wel vernietiging van deze overeenkomsten;
II. een verklaring voor recht dat Gohealth onrechtmatig jegens Studio Miran heeft gehandeld en dat Gohealth gehouden is de schade van Studio Miran te vergoeden;
III. veroordeling van Gohealth tot betaling aan Studio Miran van € 43.500,-, vermeerderd met de wettelijke (handels)rente met ingang van 19 juli 2023;
IV. veroordeling van Gohealth om aan Studio Miran haar schade te vergoeden ‘op te maken bij staat;
V. veroordeling van Gohealth in de proceskosten van Studio Miran.
4.2
De rechtbank heeft vordering I (primair), vordering II, vordering IV en vordering V toegewezen. De rechtbank heeft vordering III toegewezen tot een bedrag van € 12.100,- (met wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW Pro) en de verweren van Gohealth verworpen.
4.3
De rechtbank heeft in dit verband, kort samengevat en voor zover thans van belang, als volgt overwogen:
De franchiseovereenkomst met allonge is in strijd met de artikelen 7:913 en 7:914 BW tot stand gekomen.
Van die bepalingen mag niet ten nadele van Studio Miran worden afgeweken. De rechtbank verwerpt het standpunt van Gohealth dat de afwijking niet ten nadele van Studio Miran is geweest.
Het beroep van Gohealth op onvoldoende belang, misbruik van bevoegdheid en onaanvaardbaarheid wordt verworpen.
Door de vernietiging is de rechtsgrond aan de nakoming van de verbintenissen (franchisefee, entreefee, ledenfaciliteit) komen te ontvallen en moeten de betaalde bedragen in beginsel aan Studio Miran worden terugbetaald.
Het beroep van Gohealth op verrekening met de waarde van de door haar verrichte en niet meer ongedaan te maken prestaties (artikel 6:210 lid 2 BW Pro) slaagt voor wat betreft de teruggevorderde bedragen voor franchisefee en entreefee. Dit geldt niet voor het bedrag dat Studio Miran heeft betaald voor de ledenfaciliteit (€ 12.100,-).
Bij de ongedaanmakingsverbintenissen die voortvloeien uit de vernietiging van de franchiseovereenkomst moet de koopovereenkomst (de activa-passivatransactie in 2023) tussen Studio Miran en GHCF (die volgens Gohealth voor Studio Miran voordelig is geweest) buiten beschouwing blijven.
Er is geen sprake van ongerechtvaardigde verrijking.
Gohealth heeft onrechtmatig gehandeld en de mogelijkheid van schade is aannemelijk. De rechtbank verwijst de zaak naar de schadestaatprocedure.
Gohealth moet de proceskosten betalen.

5.Vorderingen in hoger beroep

Gohealth concludeert met negen grieven tot vernietiging van het vonnis en alsnog afwijzing van de vorderingen van Studio Miran. Studio Miran concludeert tot bekrachtiging van het vonnis, met dien verstande dat zij, gelet op haar grief in het incidentele hoger beroep, vordert dat het afgewezen deel van haar vordering (de terugbetaling van de entreefee en de franchisefee) alsnog wordt toegewezen.

6.Beoordeling in hoger beroep

6.1
Het hof zal de grieven in het principale en incidentele hoger beroep hierna bespreken.
De totstandkoming franchiseovereenkomst, afwijking ten nadele? (grieven 1 en 2 van Gohealth)
6.2
Gohealth heeft primair betoogd dat de franchiseovereenkomst niet in strijd met de artikelen 7:913 en 7:914 BW tot stand is gekomen en dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de standstill-verplichtingen niet in acht zijn genomen.
6.3
Het hof verwerpt dit betoog. Het hof is het eens met de rechtbank in de overwegingen 4.2, 4.3, 4.5 en 4.6 en verwerpt het standpunt van Gohealth dat de standstill-bepaling in alternatieve vorm door partijen is gerespecteerd. Zoals de rechtbank met juistheid heeft geoordeeld is Studio Miran op een te vroeg tijdstip - in strijd met dwingendrechtelijke bepalingen die juist bescherming van de (overenthousiaste) franchisenemer beogen - de franchiseovereenkomst ‘ingetrokken’. Hierdoor is haar de wettelijke termijn voor beraad ontnomen. De omstandigheid dat de allonge de mogelijkheid bood om de franchiseovereenkomst op een later tijdstip ongedaan te maken, doet hier onvoldoende aan af.
6.4
Gohealth heeft subsidiair betoogd dat in de franchiseovereenkomst niet ten nadele van de franchisenemer (in de zin van artikel 7:922 BW Pro) is afgeweken. Het hof verwerpt ook dit betoog en is het eens met de rechtbank. Zoals vermeld, heeft Studio Miran de door de wetgever dwingend voorgeschreven termijn voor beraad niet gehad en is zij voortijdig de franchiseovereenkomst ‘ingetrokken’. Zij kon zich hier niet zonder meer van losmaken. Reeds hierdoor is zij benadeeld. De stelling van Gohealth dat Studio Miran aanvankelijk (en ook na 1 maart 2022) positief was over de samenwerking leidt niet tot een andere conclusie. Het subsidiaire betoog faalt eveneens.
Geen belang? (grief 3 van Gohealth)
6.5
Gohealth heeft nog aangevoerd dat Studio Miran geen belang heeft bij haar vorderingen. Hierin krijgt Gohealth geen gelijk. Het hof is het eens met de rechtbank in overwegingen 4.8 en 4.9, omdat - zoals hiervoor reeds overwogen - Studio Miran wel degelijk belang had bij naleving van de wettelijke (dwingendrechtelijke) verplichtingen.
Misbruik van bevoegdheid, beroep onaanvaardbaar? (grief 4 van Gohealth)
6.6
Volgens Gohealth maakt Studio Miran misbruik van recht door de vernietiging van de franchiseovereenkomst in te roepen, althans is dit beroep naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Studio Miran heeft, aldus Gohealth, nagelaten om binnen bekwame tijd na constatering van de schending van de standstill-bepaling zich op vernietiging te beroepen. Hierdoor heeft zij bij Gohealth het vertrouwen gewekt dat zij de alternatieve standstill-bepaling in de allonge had aanvaard en het beroep op vernietiging had prijsgegeven. Hier komt bij dat de franchiseovereenkomst inmiddels was beëindigd en de onderneming was verkocht. Het beroep op vernietiging is daarom volgens Gohealth naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.
6.7
Het hof verwerpt dat betoog en stelt daartoe het volgende voorop.
Bij de beoordeling of de toepassing van een wettelijke regel in een bepaald geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is (art. 6:2 lid 2 BW Pro of art. 6:248 lid 2 BW Pro) dient de rechter terughoudendheid te betrachten. Dit geldt te meer indien het gaat om een regel van dwingend recht. Als in de wettelijke regel al een afweging van belangen door de wetgever besloten ligt, zal een beroep op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid ten aanzien van die belangen alleen in uitzonderlijke gevallen kunnen slagen (HR 7 oktober 2022, ECLI:NL:HR:2022:1374; rov. 3.2.1).
6.8
In dit geval is van belang dat de wetgever al een belangenafweging heeft gemaakt ten voordele van de franchisenemer door bewust te kiezen voor een standstill-periode van vier weken waarvan niet ten nadele van de franchisenemer kan worden afgeweken en in verband waarmee gedurende een verjaringstermijn van drie jaar in rechte vernietiging kan worden gevorderd. Wel is in de memorie van toelichting opgemerkt dat de franchisenemer een eigen verantwoordelijkheid heeft om een vermeende schending en een beroep op vernietiging binnen bekwame tijd na constatering van de vermeende schending duidelijk kenbaar te maken bij de franchisegever. Doet de franchisenemer dit niet, dan kan onder omstandigheden sprake zijn van misbruik van recht ex artikel 3:13 BW Pro (TK Kamerstukken
II2019/20, 35392, nr. 3, p. 49-50). Dit betekent dat slechts in bijzondere of uitzonderlijke omstandigheden het beroep op vernietiging door de franchisenemer onaanvaardbaar geoordeeld kan worden. Ook misbruik van recht kan niet licht, en in elk geval niet met het enkele verzuim de franchisegever binnen bekwame tijd in te lichten over het beroep op vernietiging, worden aangenomen.
6.9
De door Gohealth geschetste omstandigheden halen deze ‘hoge drempel’ niet. Ook als aangenomen zou worden dat Studio Miran niet ‘binnen bekwame tijd’ na constatering van de schending heeft gereageerd, door pas op 19 juli 2023 - ruim een jaar na het aangaan van de overeenkomst en op een moment dat deze reeds was beëindigd -(overigens wel binnen de verjaringstermijn van drie jaar) een beroep op artikel 7:914 BW Pro te doen, is dit onvoldoende om het beroep op vernietiging onaanvaardbaar te oordelen, dan wel om het inroepen van vernietiging tot misbruik van recht te bestempelen. De tijd die Studio Miran heeft genomen is, ook in combinatie met de tevredenheid waarvan Studio Miran volgens Gohealth steeds heeft doen blijken, niet genoeg om bij Gohealth het gerechtvaardigd vertrouwen te wekken dat Studio Miran zich niet (meer) op vernietiging zou beroepen. Ook de bijkomende omstandigheden waarop Gohealth zich verder nog beroept kunnen haar niet baten. Van die omstandigheden draagt Gohealth in dit verband (artikel 3:13 en Pro 6:248 lid 2 BW) de stelplicht en de bewijslast. Voor zover Gohealth heeft gesteld dat Studio Miran de franchiseovereenkomst hoe dan ook (ook na vier weken bedenktijd) zou hebben gesloten, en dat deze overeenkomst voor Studio Miran alleen maar voordelig is geweest, zijn deze stellingen door Studio Miran steeds voldoende betwist. Mede omdat Gohealth haar bewijsaanbiedingen niet op deze stellingen heeft gericht, zijn genoemde omstandigheden niet komen vast te staan. Alleen al daarom kunnen zij het beroep op misbruik van recht of de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid niet doen slagen. Grief 4 faalt dan ook.
Gevolgen vernietiging;Verrekening ten aanzien van de entreefee en de franchisefee? (incidentele grief Studio Miran)
6.1
Door de vernietiging van de franchiseovereenkomst en de daarmee samenhangende allonge is de rechtsgrond aan de hieruit voortvloeiende verbintenissen komen te ontvallen. Zoals de rechtbank met juistheid heeft geoordeeld, heeft Studio Miran
in beginselrecht op terugbetaling van de gevorderde entreefee, franchisefee en ledenfaciliteit-vergoeding. Daar staat tegenover dat de tegenprestaties van Gohealth ongedaan gemaakt moeten worden. Voor zover dat niet mogelijk is, treedt op grond van artikel 6:210 lid 2 vergoeding Pro van de waarde van die onverschuldigd verrichte prestaties in de plaats van ongedaanmaking, mits dit redelijk is en, voor zover hier van belang, indien de ontvanger erin had toegestemd een prestatie te verrichten.
6.11
De rechtbank heeft de tegenprestaties van Gohealth gewaardeerd op de omvang van de door Studio Miran betaalde entreefee en franchisefee, en wel als volgt:
(4.18) In een situatie als de onderhavige, waarin de franchisenemer tegen betaling diensten afneemt van de franchisegever, kan uitgangspunt zijn dat het betaalde bedrag overeenkomt met de waarde van de door de franchisegever geleverde diensten. De overeengekomen vergoeding is de prijs die de afnemer bereid is te betalen voor het product van de wederpartij. Een entreefee en een franchisefee zijn in dat verband de gebruikelijke componenten voor het bepalen van de waarde van de diensten van de franchisegever. Onder omstandigheden is denkbaar dat dit anders is. Zo heeft Studio Miran, gesteld dat de prestaties van Gohealth voor haar geen enkele waarde hebben gehad. Zij heeft dat standpunt echter niet geconcretiseerd, hetgeen wel van haar had mogen worden verwacht. Niet gesteld of gebleken is bijvoorbeeld dat de entreefee en de franchisefee ongebruikelijk hoog waren. Naar het oordeel van de rechtbank moet het er daarom voor worden gehouden dat de waarde van de door Gohealth geleverde prestaties moet worden bepaald op de omvang van de door Studio Miran betaalde entreefee en franchisefee. In dit verband moet worden bedacht dat het gaat om de waarde van de door Gohealth geleverde prestaties op het moment van de ontvangst daarvan door Studio Miran en dus niet om de waarde die zij daar achteraf aan hecht. De rechtbank acht het verder redelijk dat een waardevergoeding tot dit bedrag in de plaats treedt van een vordering tot ongedaanmaking. Daarbij acht de rechtbank van belang dat Studio Miran gedurende anderhalf jaar gebruik heeft gemaakt van de diensten van Gohealth en ook dat Studio Miran niets concreets heeft gesteld ter onderbouwing van haar (kennelijke) standpunt dat het aan Gohealth te wijten zou zijn dat zij na die anderhalf jaar genoodzaakt was haar onderneming te verkopen.”
6.12
Studio Miran voert in de toelichting op haar grief aan (i) dat de rechtbank ten onrechte voorbij is gegaan aan het feit dat Gohealth nimmer heeft aangetoond dat de entreefee en franchisefee redelijk waren, noch dat deze niet kostendekkend waren, en (ii) dat zij wel degelijk heeft geklaagd over het ontbreken van de aan de franchisefee gekoppelde prestaties, zoals het niet voeren van marketingcampagnes, het ontbreken van haar vestiging op de website van Gohealth en de beperkte en lage kwaliteit van de leads die Gohealth heeft aangedragen. Zij verwijst hiervoor naar WhatsApp -gesprekken (productie 25).
6.13
Het hof verwerpt deze grief. Niet alleen zijn de stellingen van Studio Miran vaag en weinig onderbouwd, bovendien heeft Studio Miran het (terechte) en degelijk gemotiveerde oordeel van de rechtbank niet, althans niet deugdelijk, weersproken. Zo is Studio Miran niet ingegaan op het oordeel van de rechtbank dat Studio Miran niet heeft onderbouwd dat de door Gohealth geleverde prestaties voor haar geen enkele waarde hebben gehad. Evenmin heeft zij gesteld of is gebleken dat de entreefee en franchisefee ongebruikelijk hoog waren. Sterker nog, het hof constateert dat Gohealth beide fee’s juist aanzienlijk heeft verlaagd (zie 1.5 en 1.6 Allonge, vermeld in overweging 3.4). Het betoog van Studio Miran (onder i) faalt ook hierom. Betoog (ii) faalt eveneens. Los van het feit dat verwijzing naar Appjes zonder concrete toelichting om welke Appjes het gaat, ontoereikend is, leest het hof in deze Appjes geen duidelijke klachten over de kwaliteit van de ‘dienstverlening’ door Gohealth. In ieder geval merkt het hof op dat Gohealth vrijwel steeds behoorlijk heeft gereageerd op vragen/opmerkingen van Studio Miran en daar vervolgens naar heeft gehandeld.
Gevolgen van de vernietiging;de afwijzing van het beroep op verrekening ten aanzien van de ledenfaciliteit? (grief 5 van Gohealth)
6.14
Gohealth heeft in dit verband aangevoerd dat Studio Miran door de ledenfaciliteit aan haar leden andere mogelijkheden om te sporten heeft kunnen aanbieden, zodat Studio Miran geen abonnementsgelden hoefde terug te betalen in de periode dat de tijdelijke locatie nog niet beschikbaar was. Bovendien heeft Studio Miran het bedrag van de ledenfaciliteit ook teruggekregen van de verzekering, zodat zij dubbele inkomsten heeft genoten. Er is daarom volgens Gohealth wel degelijk reden voor verrekening.
6.15
Studio Miran heeft deze stellingen betwist. Zij heeft naar haar zeggen de contributie van januari 2022 niet geïncasseerd en geen dubbele inkomsten genoten.
6.16
Het hof verwerpt de grief van Gohealth. Het gaat hierbij, kort gezegd, om de vraag welke waarde de ledenfaciliteit voor Studio Miran heeft gehad. Zoals de rechtbank, onbetwist en met juistheid, heeft geoordeeld rust op Gohealth de stelplicht ten aanzien van de feiten die kunnen leiden tot een geslaagd beroep op verrekening.
6.17
In dit verband is onbestreden gebleven de stelling van Studio Miran dat haar leden nauwelijks gebruik hebben gemaakt van de alternatieve sportmogelijkheden, terwijl daarnaast vaststaat dat Studio Miran geen contributie voor januari 2022 heeft geïncasseerd. Nu de tijdelijke locatie vervolgens kort daarna (al half februari 2022) open is gegaan, heeft ook het hof twijfels over de waarde voor Studio Miran van de ledenfaciliteit. In ieder geval is niet zonder meer duidelijk dat deze waarde overeenkomt met de betaalde vergoeding van € 12.100,- (inclusief btw). Onder deze omstandigheden faalt, mede, gelet op artikel 6:136 BW Pro, het beroep op verrekening.
Ongerechtvaardigde verrijking? (grief 6 van Gohealth)
6.18
Gohealth klaagt over de verwerping van het beroep hierop. De klacht faalt, nu deze slechts is onderbouwd met verwijzing naar de conclusie van antwoord in eerste aanleg. Het hof is het met de rechtbank eens.
Onrechtmatig handelen Gohealth? (grief 7 Gohealth)
6.19
Volgens Gohealth heeft zij niet onrechtmatig gehandeld. Zij klaagt over het andersluidende oordeel van de rechtbank.
6.2
Het hof verwerpt de grief. Het oordeel van de rechtbank (rov. 4.25) is in het licht van vorenstaande overwegingen juist.
Mogelijkheid van schade aannemelijk? (grief 8 Gohealth)
6.21
Gohealth klaagt over de verwijzing van de zaak naar de schadestaatprocedure. Volgens Gohealth heeft Studio Miran geen schade geleden, althans ontbreekt het causaal verband en/of is sprake van eigen schuld, dan wel voordeeltoerekening.
6.22
Het hof verwerpt de grief. De rechtbank heeft met juistheid als maatstaf voor verwijzing naar de schadestaat-procedure gehanteerd
‘dat de mogelijkheid van schade als gevolg van het onrechtmatig handelen van Gohealth aannemelijk is’. Ook het hof acht deze mogelijkheid aanwezig. Het door Gohealth gestelde maakt dit niet anders.
6.23
Evenals de rechtbank is het hof van oordeel dat het debat over het causaal verband, de eigen schuld en voordeelstoerekening in de schadestaatprocedure kan plaatsvinden.
De proceskosten? (grief 9 Gohealth)
6.24
Deze grief heeft geen zelfstandige betekenis en faalt eveneens.
Conclusie en proceskosten
6.25
De conclusie is dat het hoger beroep van Gohealth niet slaagt, terwijl Studio Miran in het incidenteel hoger beroep evenmin succes heeft. Daarom zal het hof het vonnis bekrachtigen. Het hof zal Gohealth als de in het ongelijk gestelde partij veroordelen in de proceskosten van het principaal hoger beroep en Studio Miran in die van het incidenteel hoger beroep. Het hof komt niet toe aan bewijslevering. Er zijn geen concrete feiten te bewijzen aangeboden die, indien bewezen, tot een andere beslissing zouden kunnen leiden.
6.26
Het hof begroot de proceskosten in het principaal hoger beroep aan de zijde van
Studio Miran op:
griffierecht € 798,-
salaris advocaat € 5.880,- (2,5 punt × tarief IV)
nakosten € 189,-(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 6.867,-.
6.27
Het hof begroot de proceskosten in het incidenteel hoger beroep aan de zijde van Gohealth op € 1.290,- aan salaris advocaat.

7.Beslissing

Het hof:
  • bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 15 mei 2024;
  • veroordeelt Gohealth in de kosten van de procedure in het principaal hoger beroep, aan de zijde van Studio Miran begroot op € 6.867,-; bepaalt dat als Gohealth niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en dit arrest vervolgens wordt betekend, Gohealth de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 98,-;
  • veroordeelt Studio Miran in de kosten van het incidenteel hoger beroep, aan de zijde van Gohealth begroot op € 1.290,-, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten, indien Studio Miran deze niet binnen veertien dagen na heden heeft betaald;
  • verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.
Dit arrest is gewezen door mr. M.P.J. Ruijpers, mr. F.W.J. Meijer en mr. J.P. Heering en in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2026 in aanwezigheid van de griffier.