Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 9 mei 2026, waarmee MVDP in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam, locatie Dordrecht van 13 februari 2025 (hierna: het bestreden vonnis);
- de memorie van grieven van MVDP Advocaten, met bijlagen.
3.Feitelijke achtergrond
4.Procedure bij de rechtbank
- € 1.763,24 voor de door haar aan [geïntimeerde] verstuurde facturen voor verleende juridische diensten;
- € 264,49 aan buitengerechtelijke incassokosten; en
-€ 45,83 aan wettelijke rente tot en met 19 februari 2024,
zijnde in totaal € 2.073,56, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 februari 2024. Daarnaast is ook een proceskostenveroordeling gevorderd.
5.Beoordeling in hoger beroep
grief Ien
grief IIwordt het volgende vooropgesteld.
Honoraires d’avocat-arrest worden aangeduid. Het oordeel luidt (samengevat) als volgt.
(r.o. 43).
Honoraires d’avocat-arrest betreft een kostenbeding met enkel een weergave van het uurtarief niet een beding dat ‘duidelijk en begrijpelijk’ is geformuleerd voor de consument. Het gevolg is dat het getoetst kan worden op ‘oneerlijkheid’ gelet op het bepaalde in art. 4 lid 2 van Pro de Richtlijn omdat gesteld noch gebleken is dat afzonderlijk over de hoogte van het uurtarief van de advocaat is onderhandeld.
Euribor-arrest) het daarvoor geldende toetsingskader samengevat weergegeven en daarbij onder meer overwogen als volgt:
Honoraires d’avocat-arrest overwogen betekent het enkele feit dat het kostenbeding niet voldoet aan het transparantievereiste niet zonder meer dat het beding ook oneerlijk is (r.o. 52).
Euribor-arrest, onder verwijzing naar wat was overwogen in het
AOV-polis-arrest).
Honoraires d’avocat-arrest, r.o. 36).
Honoraires d’avocat-arrest. In dit arrest heeft het HvJEU immers overwogen – in antwoord op de vierde vraag – dat enkel de schending van een transparantieverplichting nog niet meebrengt dat sprake is van een oneerlijk beding. Een relevant verschil is verder dat in de casus van het Honoraires d’avocat-arrest het burgerlijk recht van Litouwen voorschreef dat elk beding in een consumentenovereenkomst duidelijk en begrijpelijk moest worden opgesteld en bedingen die niet aan dat vereiste voldeden (zonder verdere toetsing of sprake is van een aanzienlijke verstoring van het evenwicht in strijd met de goede trouw) als oneerlijk moesten worden beschouwd (zie onder punt 9). Zoals blijkt uit de verwijzingsbeslissing en uit de opmerkingen van de Litouwse regering, heeft de Republiek Litouwen ervoor gekozen een hoger beschermingsniveau te verzekeren dan waartoe de Richtlijn verplicht (zie onder punt 49). De Nederlandse wetgever heeft daar niet voor gekozen.
6.Beslissing
veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen € 379,16 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 overeen Pro bedrag van € 329,70 vanaf 16 november 2023 tot de dag dat volledig is betaald;”