Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHDHA:2026:2090

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
9 juni 2026
Publicatiedatum
30 juni 2026
Zaaknummer
200.367.902/01
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen faillissementsverklaring Restaurant 't Zonnetje B.V. afgewezen wegens niet voldoen faillissementskosten

Restaurant 't Zonnetje B.V. is bij vonnis van de rechtbank Rotterdam failliet verklaard. In hoger beroep heeft 't Zonnetje verzocht dit vonnis te vernietigen, stellende dat er geen pluraliteit van schuldeisers meer is omdat een belangrijke schuldeiser haar vordering onvoorwaardelijk heeft kwijtgescholden en de procedure heeft ingetrokken.

Daarnaast stelde 't Zonnetje dat de curator misbruik van bevoegdheid maakte door het faillissement aan te vragen en verzocht zij om veroordeling van de curator in de faillissementskosten. Ook maakte zij bezwaar tegen het salarisvoorstel van de curator.

Het hof oordeelt dat geen sprake is van misbruik van bevoegdheid, aangezien het vorderingsrecht van de curator ondubbelzinnig is erkend. Hoewel steunvorderingen zijn komen te vervallen, heeft 't Zonnetje geen aanbod gedaan om de faillissementskosten te voldoen en geen zekerheid gesteld. Dit verhindert afwijzing van het faillissementsverzoek. Het hof bekrachtigt daarom het vonnis van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt het faillissementsvonnis en wijst het hoger beroep af wegens het ontbreken van betaling of zekerheid voor faillissementskosten.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Civiel recht
Team Handel
Zaaknummer hof : 200.367.902/01
Zaaknummer rechtbank : C/10/26/119 F
Arrest van 9 juni 2026
in de zaak van
Restaurant 't Zonnetje B.V.,
gevestigd in Vlaardingen,
appellante,
advocaat: mr. O. Huisman, kantoorhoudend in Rotterdam,
tegen
mr. Allard Carolus Johannes Hanrath,in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Bastasol Zonwering & Outdoor Living B.V.,
kantoorhoudend in Zaandam,
geïntimeerde,
advocaat: mr. D.N.J. Laan, kantoorhoudend in Alkmaar.
Het hof noemt partijen hierna 't Zonnetje en mr. Hanrath q.q..

1.Procesverloop

1.1
Bij vonnis van de rechtbank Rotterdam van 14 april 2026 is 't Zonnetje in staat van faillissement verklaard, met benoeming van mr. M. Aukema tot rechter commissaris en met aanstelling van mr. B.C. Doolaard, advocaat te Barendrecht, als curator. Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie van het hof op 21 april 2026, is 't Zonnetje van voornoemd vonnis in hoger beroep gekomen en heeft zij het hof verzocht dat vonnis te vernietigen. Op 29 mei 2026 heeft mr. Hanrath q.q. een verweerschrift ingediend. Daarnaast heeft het hof kennis genomen van de reactie op het verzoekschrift van de curator (met bijlagen) van 28 mei 2026 en van nader door partijen overgelegde producties.
1.2
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 2 juni 2026.
Verschenen zijn:
- [naam] (bestuurder), bijgestaan door mr. Huisman, namens ’t Zonnetje;
- Mr. Hanrath q.q., bijgestaan door mr. Laan, en
- de curator mr Doolaard.
1.3
Mr. Huisman en mr. Laan hebben hyb stanpunten toegelicht aan de hand van ter zitting overgelegde spreekaantekeningen.

2.Beoordeling van het hoger beroep

2.1
In het bestreden vonnis heeft de rechtbank overwogen dat summierlijk is gebleken van het vorderingsrecht van Mr. Hanrath q.q. en van het bestaan van feiten en omstandigheden welke aantonen dat 't Zonnetje in de toestand verkeert dat zij heeft opgehouden te betalen. Daarbij heeft de rechtbank – voor zover van belang voor het onderhavige hoger beroep – overwogen dat ‘t Zonnetje heeft erkend dat er sprake is van (opeisbare) vorderingen van meerdere schuldeisers. Het verweer [van ’t Zonnetje] komt er op neer dat met CVH Elburg B.V. (hierna: CVH Elburg) een betalingsregeling is getroffen waaruit volgt dat na betaling uit haar aandeel in het door het beslag getroffen banksaldo kwijting zal worden verleend voor het restant. De steunvordering zou daarmee niet 'echt' zijn. Dit verweer slaagt niet door het feit dat dat op dit moment de vordering van CVH Elburg nog steeds bestaat (Hoge Raad 25 mei 2018. ECLI: NL:20l 8:774).
2.2 '
't Zonnetje heeft het hof verzocht het bestreden vonnis te vernietigen. Daartoe heeft zij aangevoerd dat er geen sprake meer is van pluraliteit van schuldeisers nu CVH Elburg op 20 mei 2026 heeft laten weten dat zij haar vordering op ’t Zonnetje onvoorwaardelijk kwijtscheldt. Daarnaast heeft CVH Elburg de bij de rechtbank Rotterdam lopende procedure tegen ’t Zonnetje ingetrokken.
2.3 ’
’t Zonnetje heeft verder aangevoerd dat zij van mening is dat Mr. Hanrath q.q. misbruik van bevoegdheid maakt door het faillissement van ’t Zonnetje aan te vragen. Dit omdat hij in de (ingetrokken) procedure tussen CHV Elburg en ’t Zonnetje zich op het standpunt heeft gesteld dat de vordering van CHV Elburg niet bestaat. ’t Zonnetje heeft het hof dan ook verzocht mr. Hanrath q.q. te veroordelen in de faillissementskosten.
2.4
Tot slot heeft ’t Zonnetje bezwaar gemaakt tegen de door de curator ingediende salarisvoorstel. Volgens ’t Zonnetje is de door curator opgevoerde tijdsbesteding te hoog en had de curator gelet op het ingestelde hoger beroep een afwachtende houding moeten aannemen. Desgevraagd heeft ’t Zonnetje ter zitting van het hof verklaard dat zij geen zekerheid heeft gesteld voor de faillissementskosten.
2.5
Ter zitting van het hof hebben partijen en de curator hun standpunten toegelicht.
2.6
Gelet op de aan het hof overgelegde stukken en het verhandelde ter terechtzitting is overweegt het hof als volgt.
2.7
Anders dan ’t Zonnetje heeft betoogd is het hof van oordeel dat mr. Hanrath q.q. geen misbruik van bevoegdheid heeft gemaakt door haar faillissement aan te vragen, nu ’t Zonnetje ook in hoger beroep het vorderingsrecht van mr. Hanrath q.q. ondubbelzinnig heeft erkend. Het staat een schuldeiser immers vrij om het faillissement van een schuldenaar aan te vragen als zijn vordering onbetaald wordt gelaten. Het hof zal het verzoek van ’t Zonnetje om mr. Hanrath q.q. in de faillissementskosten te veroordelen dan ook afwijzen.
2.8
Gelet op het voorgaande is het hof is verder van oordeel dat in hoger beroep summierlijk is gebleken van het vorderingsrecht van Mr. Hanrath q.q. en van feiten en omstandigheden die meebrengen dat 't Zonnetje verkeert in een toestand van te hebben opgehouden te betalen. Hoewel er in hoger beroep is gebleken dat er geen steunvorderingen meer zijn, heeft ’t Zonnetje geen aanbod gedaan om de faillissementskosten te voldoen. Desgevraagd heeft zij ter zitting van het hof verklaard dat er ook geen zekerheid is gesteld voor deze kosten. Dit staat de door ’t Zonnetje verzochte afwijzing van het verzoek tot faillietverklaring in de weg. Het bestreden vonnis zal dan ook worden bekrachtigd. Het door ’t Zonnetje opgeworpen bezwaar tegen het salarisvoorstel van de curator behoeft gelet op deze uitkomst geen bespreking.

3.Beslissing

Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 14 april 2026.
Dit arrest is gewezen door mr. R.G.C. Veneman, mr. I. Brand en mr. R.F. Groos en in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2026 in aanwezigheid van de griffier.