ECLI:NL:GHDHA:2026:209

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
24 februari 2026
Publicatiedatum
18 februari 2026
Zaaknummer
200.338.026/01
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:272 BWArt. 242 RvArt. 2 Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding schoonmaakovereenkomst wegens tekortschieten en vaststelling ongedaanmakingsverplichtingen

G&D en Plukon sloten een schoonmaakovereenkomst voor de fabriek van Plukon. Plukon stelde dat G&D tekortschiet in de schoonmaak, onderbouwd met rapporten van Eco2Clean en eigen controles, en ontbond de overeenkomst. G&D vorderde betaling van openstaande facturen en schadevergoeding wegens onterechte ontbinding.

Het hof oordeelt dat de algemene voorwaarden van G&D en het RF67-handboek als kwaliteitsnormen van toepassing zijn. Uit de rapportages en controles blijkt dat de schoonmaak onvoldoende was, met schimmel, kalkaanslag en roest. G&D is tekortgeschoten en in verzuim sinds 21 januari 2022. Het beroep op schuldeisersverzuim faalt.

De ontbinding door Plukon is daarom gerechtvaardigd. De ongedaanmakingsverplichtingen leiden ertoe dat Plukon geen schadevergoeding krijgt, omdat de waarde van de geleverde diensten gelijk wordt gesteld aan de betaalde prijs. G&D moet facturen herberekenen voor specialistische uren die niet vooraf zijn besproken. De buitengerechtelijke incassokosten worden verhoogd naar €2.435,-. Beide partijen worden in hun proceskosten veroordeeld.

Uitkomst: Het hof bevestigt dat Plukon de overeenkomst terecht heeft ontbonden wegens tekortschieten van G&D en wijst de schadevergoeding af; G&D moet facturen herberekenen en Plukon betaalt verhoogde incassokosten.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Civiel recht
Team Handel
Zaaknummer hof : 200.338.026/01
Zaak- en rolnummer rechtbank : C/10/646486 / HA ZA 22-848
Arrest van 24 februari 2026
in de zaak van
G & D Services B.V.,
gevestigd in Spijkenisse, gemeente Nissewaard,
appellante in principaal hoger beroep,
geïntimeerde in incidenteel hoger beroep,
advocaat: mr. P. Smit, kantoorhoudend in Spijkenisse,
tegen
Plukon Convenience Dronten B.V.,
gevestigd in Dronten,
geïntimeerde in principaal hoger beroep,
appellante in incidenteel hoger beroep,
advocaat: mr. J. den Hartog, kantoorhoudend in Utrecht.
Het hof noemt partijen hierna G&D en Plukon.

1.De zaak in het kort

1.1
G&D heeft voor Plukon schoonmaakwerkzaamheden verricht. Die samenwerking is beëindigd, nadat Plukon de overeenkomst tussen partijen heeft ontbonden. Volgens Plukon was sprake van (langdurige) wanprestatie door G&D. G&D vraagt in deze procedure om afrekening: uitbetaling van nog openstaande facturen en schadevergoeding vanwege de (in haar ogen) onterechte ontbinding.
1.2
Het hof oordeelt dat Plukon de overeenkomst met G&D mocht ontbinden, omdat G&D daarin tekortschoot. Schadevergoeding is daarmee niet aan de orde. Wel moet Plukon openstaande facturen aan G&D betalen. Het openstaande bedrag is echter lager dan G&D heeft gevorderd.

2.Procesverloop in hoger beroep

2.1
Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken:
  • de dagvaarding van 18 januari 2024, waarmee G&D in hoger beroep is gekomen van de vonnissen van de rechtbank Rotterdam van 19 juli 2023 en 1 november 2023;
  • het exploot van anticipatie van 19 februari 2024 van Plukon;
  • de memorie van grieven van G&D, met producties;
  • de memorie van antwoord in principaal appel, tevens houdende memorie van grieven in incidenteel appel van Plukon, met producties;
  • de memorie van antwoord in incidenteel appel van G&D, met producties;
  • de akte overlegging productie (10) die Plukon ter gelegenheid van de hierna te noemen mondelinge behandeling heeft overgelegd;
  • de akte overlegging producties (42 tot en met 50) die G&D ter gelegenheid van de hierna te noemen mondelinge behandeling heeft overgelegd.
2.2
Op 9 december 2025 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. De advocaten hebben de zaak toegelicht aan de hand van pleitaantekeningen die zij hebben overgelegd.

3.Feitelijke achtergrond

3.1
Volgens G&D heeft de rechtbank niet concreet alle feiten vastgesteld en heeft zij een aantal feiten ook niet juist vastgesteld. Deze (ongenummerde) grief faalt. Het is aan de rechter om uit de tussen partijen vaststaande feiten die feiten te selecteren die de rechter voor de beoordeling van het geschil relevant acht. Het hof zal de voor het hoger beroep relevante feiten zelf vaststellen.
3.2
G&D exploiteert een schoonmaakbedrijf. De heer [directeur G&D] (hierna: [directeur G&D]) is algemeen directeur van G&D.
3.3
Op 23 oktober 2019 hebben G&D en (de rechtsvoorgangster van) Plukon (Fresh Care Convenience B.V., hierna: FCC) een overeenkomst van opdracht gesloten. Deze overeenkomst had betrekking op het reinigen van diverse ruimtes inzake aangetroffen ‘Listeria’ in kidneybonen.
3.4
G&D en Plukon hebben op enig moment daarna ook een (niet op schrift gestelde) overeenkomst gesloten voor de fabrieksschoonmaak van Plukon. In de fabriek van Plukon worden groenten verwerkt. In een brief van 2 januari 2020 heeft [directeur G&D] namens G&D de gemaakte afspraken met Plukon bevestigd. In deze brief is onder meer het volgende opgenomen:
‘Hierbij bevestigen wij u de in november 2019 tussen u, de heer [manager Plukon] en ondergetekende gemaakte afspraken voor het schoonmaakonderhoud van uw pand aan de Cellebroederpoort 4 te Dronten, waarbij G&D de schoonmaak op urenbasis zal uitvoeren, conform de in uw bezit zijnde tarieven.
(…)
Verder zullen van toepassing zijn onze Algemene Voorwaarden januari 2012 welke wij u reeds eerder ter hand hebben gesteld.’
3.5
De algemene voorwaarden januari 2012 van G&D bevatten, onder meer, de volgende bepaling:
‘(…)
Artikel 13 Betaling Pro
a.
(…)
b.
Betaling dient te geschieden binnen 30 (niet eenmalige werkzaamheden), resp. 14 dagen (eenmalige werkzaamheden) na factuurdatum, bij gebreke waarvan de opdrachtgever in verzuim geraakt. De ten gevolge van het verzuim ontstane kosten van invordering, zowel de gerechtelijke, als buitengerechtelijke, zijn voor rekening van de opdrachtgever en worden begroot op tenminste 15% van het in te vorderen bedrag, zulks met een minimum van € 200,00. (…)’
3.6
In een e-mail van 3 februari 2020 heeft Plukon aan G&D een overzicht gestuurd van wat zij is tegengekomen bij de schoonmaakcontrole. In dit overzicht wordt, onder meer, melding gemaakt van vuil, schimmel, (zwarte/ bruine/groene) aanslag, groenteresten en roest.
3.7
Eco2Clean B.V. (hierna: Eco2Clean) is een bedrijf dat gespecialiseerd is in schoonmaak en borging van hygiëne en dat in opdracht van Plukon bij haar (periodiek) onderzoek doet naar de uitvoering van schoonmaakwerkzaamheden. In haar ‘Rapportage hygiëne-inspectie Fresh-Care Convenience B.V’ van 9 februari 2020 is onder meer het volgende opgenomen:
‘(…)
Onze bevindingen
Tijdens de hygiëne-inspectie hebben wij een de volgende bevindingen gedaan:

Bij de hygiëne-inspectie die gehouden is op 1 november 2019, hebben we geconcludeerd dat de schoonmaak onder niveau was. Nu kunnen we stellen dat er een inhaalslag van de schoonmaak heeft plaats gevonden en de schoonmaak van de fabriek er, in het algemeen, redelijk goed uit ziet. Een compliment naar de schoonmaak is hier wel op zijn plaats. Er zijn nog een aantal aandachts- en verbeterpunten, maar deze kunnen op korte termijn worden opgelost.

Allereerst de kalkaanslag die op sommige plaatsen aanwezig is. Wanneer er wordt gezuurd met FoodClean SR 9, lost de kalk namelijk eenvoudig op. Belangrijk is wel dat er tijdens deze reinigingswerkzaamheden wordt na gepoetst om een maximaal resultaat te behalen.

(…)

Op de afdeling Schalen inpak Ic, zit er op de geleidingsstangen van de ontnesters een schimmelaanslag.

De binnenkant van de leidingen van de wassers zijn niet overal goed schoon.’
3.8
In een e-mail van 27 juli 2020 heeft Plukon G&D onder meer als volgt geïnformeerd:
‘(…)
Meike asked me to send you a few photos about cleaning.
So in the attachment you can see them.
On the wall there is a lot of mold. It is almost everywhere.
Also on the ceiling there is a lot of condensation.
The floors under the pallets, in vegetable and toppings cold room, are very dirty.’
3.9
In een e-mail van 31 augustus 2020 heeft Plukon G&D verzocht om de expeditie schoon te maken, omdat het daar al drie weken niet is schoongemaakt en erg stinkt. In dezelfde e-mail laat Plukon weten dat het niet helemaal goed gaat met de schoonmaak en dat er op dat moment veel klachten zijn over het feit dat het niet schoon is.
3.1
In een e-mail van 18 december 2020 heeft Plukon G&D het volgende bericht:
‘Goedemorgen,
Zie foto’s. Dit is toch geen werken op deze manier.’
3.11
Op 14 februari 2021 heeft Eco2Clean een Rapportage hygiëne-inspectie Plukon Food Groep opgesteld. In deze rapportage is, onder meer, het volgende opgenomen:
‘Onze bevindingen
Tijdens de inspectie hebben wij de volgende bevindingen gedaan:

Vergelijkend met het verslag van 9 februari 2020 moeten we tot de conclusie komen dat de schoonmaak op sommige afdelingen achteruit is gegaan.

Tijdens deze hygiëne-ronde hebben we op de afdelingen niet alle lijnen gefotografeerd, omdat bij de diverse lijnen steeds dezelfde vervuilingen naar voren kwamen.

(…)

Afdeling Snijderij: Op deze afdeling zijn 44 foto’s genomen. Op de Snijderij zijn schimmel- en kalkaanslag en spatvuil de meest voorkomende vervuilingen.

Afdeling schalen HC: Er zijn 18 foto’s genomen. Ook hier hebben we geconstateerd dat de schoonmaak is verslechterd.

(…)’
3.12
Op 22 februari 2021heeft G&D het volgende aan Plukon gemaild:
‘(…)Op verzoek van [medewerker Plukon] en conform handboek, dienen wij dagelijks de uitgevoerde werkzaamheden op een lijst af te vinken.
Kunnen wij deze lijst in veelvoud ontvangen, dan gaan we daar maandagavond mee aan de slag.
(…)’
3.13
In een e-mail van 3 juni 2021 heeft Plukon G&D onder meer het volgende bericht:
‘(…)
De laatste periodes veel gesproken over het optimaliseren van de schoonmaak in Dronten.
(…)
Kom ik op mijn laatste punt terecht: de fabriek wordt momenteel onvoldoende schoongemaakt. Vooral de vloeren zijn een punt van aandacht, maar ook de andere zaken zijn onder de maat.’
3.14
Uit de maandelijkse schoonmaakcontrole-lijsten van augustus, september en oktober 2021 volgt dat er op verschillende afdelingen sprake is van groenteresten, kalkaanslag, roest, vuile (machine)onderdelen en schimmel.
3.15
In een e-mail van 8 januari 2022 heeft Plukon G&D onder meer, het volgende bericht:
‘(…)
Zoals je weet, voldoet de kwaliteit van de schoonmaak al geruime tijd niet aan de overeengekomen eisen en aan de binnen onze industrie geldende standaarden voor schoonmaak. (…)
In februari 2021 heeft Eco2Clean Consultancy & Systems (hierna: Eco2Clean) – een onafhankelijk en gerenommeerd bedrijf gespecialiseerd in schoonmaak en borging van hygiëne – onderzoek gedaan naar de uitvoering van de schoonmaakwerkzaamheden. Uit dit onderzoek bleek dat in de productie op nagenoeg alle afdelingen onacceptabele vervuiling (kalk, schimmel en ander vuil) is aangetroffen, met name doordat machines en onderdelen onvoldoende werden schoongemaakt. Door Eco2Clean werd geconstateerd dat de kwaliteit van de schoonmaak ten opzichte van 2020 zelfs achteruit is gegaan terwijl deze toen al onder het overeengekomen niveau lag. Deze zorgwekkende onderzoeksresultaten zijn destijds met jou gedeeld.
Sinds dit onderzoek is G&D steeds in de gelegenheid gesteld om de kwaliteit van de schoonmaakwerkzaamheden te verbeteren. Naar aanleiding van het onderzoek van Eco2Clean heeft Plukon bijvoorbeeld aan G&D gevraagd om een plan van aanpak ter verbetering te maken, maar dit plan is – ondanks aandringen van onze kant – nooit opgeleverd. Maandelijks zenden wij een rapportage van de schoonmaakcontroles, waar elke keer uit blijkt dat de kwaliteit van de schoonmaak ondermaats is. G&D maakt niet inzichtelijk wat zij met de door Plukon gegeven feedback doet en de resultaten verbeteren ook niet. (…)
Op grond van bovenstaande punten constateer ik dat G&D toerekenbaar is tekortgekomen in de nakoming van haar verplichtingen. Ik stel G&D daarom namens Plukon in gebreke. (…), stel ik je in de gelegenheid om uiterlijk vrijdag 21 januari alsnog een plan van aanpak ter verbetering van de schoonmaak op te leveren. (…)
Mocht dit plan van aanpak niet binnen de genoemde termijn worden opgeleverd, of de kwaliteit van de schoonmaakwerkzaamheden niet binnen de gestelde termijn worden verbeterd, is G&D in verzuim.’
3.16
Op 8 januari 2022 heeft G&D in een reactie het volgende aan Plukon gemaild:
‘(…)
U stelt terecht dat Plukon sinds 2 januari 2020 schoonmaakdiensten afneemt. Daartoe hebben partijen ook een overeenkomst gesloten. Omdat die overeenkomst niet tijdig is opgezegd, is de looptijd van de overeenkomst verlengd tot en met 31 december 2022. Nadat deze verlenging ook u duidelijk was geworden, bent u ons gaan bestoken met onterechte klachten c.q. aantijgingen. Zeer kennelijk in een poging om tot vroegtijdig einde van de overeenkomst te geraken. Zulks ten onrechte en tevergeefs. Dat geldt ook voor hetgeen u in uw voornoemde e-mail aanvoert.
- Wij zijn nimmer op de hoogte gebracht dat de kwaliteit niet zou voldoen aan de overeengekomen eisen. Wij betwisten ook dat de kwaliteit ondermaats zou zijn. (…)
De maandelijks aangegeven aandachtspunten via de afdeling Quality worden altijd direct opgepakt en afgehandeld door de schoonmaakploeg (…). Vaak zijn de aandachtspunten al opgelost alvorens het rapport via uw organisatie ons (weken later) bereikt, waardoor die rapporten geen juist beeld geven.
Uw verwijzing naar de uitspraak van Eco2clean van 9 februari 2020 snijdt ook geen hout. Eco2clean geeft in haar rapport nota bene een compliment aan de schoonmaak (G&D Services) voor de kwaliteit. (…)’
3.17
Op 30 januari 2022 verscheen opnieuw een Rapportage hygiëne-inspectie Plukon Food Groep van Eco2Clean. Hierin valt, onder meer, het volgende te lezen:
‘Onze bevindingen
Tijdens deze inspectie zijn een groot aantal foto’s genomen. Over het algemeen kunnen we vaststellen dat de schoonmaak niet op het niveau is waar deze hoort te zijn. Wij stellen voor een afspraak te maken waarin wij onze bevindingen mondeling toelichten.’
3.18
In een e-mail van 4 februari 2022 heeft Plukon G&D laten weten dat per 14 februari 2022 een andere schoonmaakpartij de High Care afdeling voor haar rekening neemt.
3.19
G&D heeft Plukon, in haar brief van 7 februari 2022, laten weten dat zij niet accepteert dat de overeenkomst tussen haar en Plukon wordt geschonden.
3.2
In haar brief van 11 februari 2022 aan Plukon heeft G&D onder meer het volgende opgenomen:
‘(…) wij [hebben,toev. hof
] u al aangegeven dat de kwaliteit van ons werk dagelijks wordt geborgd door de ATP-metingen en kwaliteitslijsten die door ons worden ingevuld. (…)
Er is altijd dezelfde procedure gehanteerd: de afdeling Quality geeft de bevindingen aan, G&D Services BV lost de bevindingen op en koppelt dit terug aan het management, welke dit met de afdeling Quality bespreekt. (…)
Eco2Clean maakt jaarlijks dit rapport, (…). Deze bevindingen worden door onze schoonmaakploeg, (…), naar ieders tevredenheid afgehandeld. (…) Eco2Clean maakt foto’s van plekken op machines ed. waar de groente niet direct contact heeft met het afwerkmateriaal! Bij de bevindingen op deze plekken van de machine komt de kwaliteit van uw product niet in gevaar. De delen van machines en overige zaken, waar de groente wel in contact komt met het afwerkmateriaal worden namelijk dagelijks via ATP-metingen getest en goed bevonden (…).’
3.21
In een e-mail van 17 februari 2022 heeft G&D Plukon laten weten dat verschillende aandachtspunten inmiddels zijn aangepakt en dat voor de overige zaken op korte termijn een afspraak wordt gemaakt. Ook op 23 en 28 februari 2022 heeft G&D een verdere terugkoppeling gegeven over haar werkzaamheden naar aanleiding van het rapport van Eco2Clean.
3.22
Op 3 april 2022 heeft G&D een verbeterplan naar Plukon gemaild en verzocht om een datum in te plannen om het plan te bespreken.
3.23
Op 7 april 2022 heeft Plukon onder meer het volgende aan G&D gemaild:
‘(…)
Om van onze kant beter zicht te hebben op de periodieke en/ of extra werkzaamheden wil Plukon graag met je afspreken dat je de inzet van specialisten vooraf met [medewerker Plukon] bespreekt en ook separaat factureert met een verwijzing naar de uitgevoerde werkzaamheden. (…)’
3.24
G&D heeft op 11 april 2022 de volgende reactie aan Plukon gemaild:
‘(…)
Om de uitschieters inzichtelijk te maken (extra periodieke werkzaamheden), zal ik de zaken vooraf kenbaar maken aan [medewerker Plukon]. Deze zullen dan apart worden gefactureerd, met vermelding van de werkzaamheden.
(…)’
3.25
In een e-mail van 25 april 2022 heeft G&D een terugkoppeling aan Plukon gegeven van door haar genomen acties na toezending de week ervoor van foto’s van bevindingen van 10 april 2022. Hierin is onder meer te lezen:
‘(…)
Na toezending vorige week van de foto’s bevindingen 10 april, zijn we begonnen met het afwerken van de lijst.
Hieronder zie je de foto’s van de bevindingen na poetswerk periodieker.
De oorzaak van de foto’s die gemaakt zijn van de Dressing heeft een oorzaak.
Zoals je weet heeft hier naast onderhoud tevens een 24/7 productie plaatsgevonden, waardoor wij ten tijde van de schoonmaak niet in de dressing terecht konden.
Wellicht om bij 24/7 productie of onderhoud dit bij ons te melden (…)’
3.26
Op 29 april 2022 heeft Plukon, onder meer, het volgende aan G&D gemaild:
‘(…)
Daarnaast zien we
- onder werktijd wordt het werk vaak onderbroken voor ongeoorloofde rookpauzes, drinkpauzes en rustpauzes. (…).
- Hygiëneregels worden met handen en voeten overtreden.
-Men is ruim (1 tot soms 1,5 uur) voor einde werktijd klaar maar zit de werktijd uit. (…)
Daarnaast is de volgende in een lange reeks van incidenten en gezien de ernst vindt ik hier voldoende reden om vanaf 1 juni 2022 geen gebruik meer te maken van diensten. (…)’
3.27
Bij brief van 3 mei 2022 heeft Plukon de overeenkomst met G&D buitengerechtelijk ontbonden met ingang van 1 juni 2022.
3.28
Uit de maandelijkse schoonmaakcontrole-lijsten van februari, maart, april en mei 2022 volgt dat er op verschillende plaatsen sprake is van (onder meer) roest, vuil, kalkaanslag, productresten, schimmel (op meerdere plaatsen) en ongewassen karren.

4.Procedure bij de rechtbank

4.1
G&D heeft Plukon gedagvaard en gevorderd dat Plukon wordt veroordeeld tot betaling aan G&D van:
  • een bedrag van € 79.641,15 wegens openstaande facturen van G&D, te vermeerderen met de contractuele rente vanaf 14 juni 2022 en in verband met schadevergoeding:
  • primaireen bedrag van € 667.522,69 althans € 534.413,99 ineens, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 1 juni 2022;
  • subsidiaireen bedrag van € 21.885,99 althans € 17.521,77 voor iedere week dat Plukon G&D in de periode van 1 juni 2022 tot en met 31 december 2022 niet tot het werk heeft toegelaten om de overeengekomen werkzaamheden te verrichten, te vermeerderen met de wettelijke rente over voornoemde bedragen ingaande aan het einde van de week waarop die bedragen betrekking hebben;
  • een en ander met veroordeling van Plukon in de kosten van dit geding, die van het gelegde conservatoire beslag daaronder begrepen.
4.2
G&D heeft – samengevat – aan haar vordering ten grondslag gelegd dat zij steeds heeft voldaan aan de overeenkomst met Plukon. Er is, buiten ATP-metingen, geen concrete maatstaf afgesproken waar de schoonmaak aan moest voldoen en de ATP-metingen waren altijd goed. Als het al zo zou zijn dat de schoonmaak onvoldoende was, dan lag dat aan Plukon zelf. Door haar toedoen kon G&D haar werkzaamheden niet altijd even goed uitvoeren.
4.3
Plukon heeft verweer gevoerd.
4.4
Plukon heeft op haar beurt in reconventie onder meer gevorderd dat G&D, bij wijze van ongedaanmakingsverbintenis in verband met de ontbinding van de overeenkomst door Plukon, wordt veroordeeld om aan Plukon te betalen een bedrag van € 65.144,51 excl. BTW, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 1 juni 2022, te vermeerderen met buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente.
4.5
De rechtbank heeft in conventie de vordering van G&D gedeeltelijk toegewezen en Plukon veroordeeld tot betaling van € 44.811,91 te vermeerderen met de contractuele rente van 8% per jaar over een bedrag van € 43.600,91 en de proceskosten gecompenseerd. In reconventie heeft de rechtbank de vordering van Plukon afgewezen en Plukon in de proceskosten veroordeeld.

5.Vorderingen in hoger beroep

In het principaal hoger beroep

5.1
G&D vordert in hoger beroep dat Plukon alsnog, in aanvulling op het reeds door de rechtbank aan G&D toegekende bedrag, wordt veroordeeld tot betaling van (€ 10.154,40 + € 23.808,48 =) € 33.959,88 te vermeerderen met de contractuele rente van 8% per jaar, althans de wettelijke handelsrente. Verder vordert G&D ook in hoger beroep dat Plukon wordt veroordeeld tot betaling van schadevergoeding, zoals ook bij de rechtbank is gevorderd, een en ander met veroordeling van Plukon in de kosten van het geding in beide instanties.
5.2
Kort gezegd zien de bezwaren van G&D op het volgende. De rechtbank heeft ten onrechte geoordeeld dat G&D is tekortgeschoten in de nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst (grieven I en II). De rechtbank heeft ook ten onrechte geoordeeld dat Plukon de tussen partijen gesloten overeenkomst mocht ontbinden. Daarbij heeft de rechtbank de door G&D gevorderde schadevergoeding ten onrechte afgewezen (grief III). Verder is ten onrechte geoordeeld dat G&D voor de door de specialisten uitgevoerde werkzaamheden slechts het lagere, ‘gewone’ tarief in rekening mocht brengen omdat de inzet van specialisten niet vooraf met Plukon is besproken (grieven IV en V). De rechtbank heeft de contractuele rente die verschuldigd is over openstaande factuurbedragen niet juist toegewezen (grief VI). Ten slotte heeft de rechtbank een te laag bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten toegewezen (grief VII), heeft zij ten onrechte de proceskosten gecompenseerd (grief VIII) en heeft zij ten onrechte niet de volledige vordering van G&D toegewezen (IX).
5.3
Plukon heeft verweer gevoerd.
In het incidenteel hoger beroep
5.4
Plukon heeft incidenteel beroep ingesteld. Zij kan zich niet verenigen met de afwijzing door de rechtbank van haar vordering tot terugbetaling van een deel van het door haar voor de schoonmaakwerkzaamheden betaalde bedrag (grief 1). Ook kan Plukon zich niet vinden in het oordeel van de rechtbank dat de algemene voorwaarden op de overeenkomst van toepassing zijn (grief 2). Plukon eist in incidenteel hoger beroep dat G&D wordt veroordeeld tot betaling aan Plukon van:
  • een bedrag van € 72.351,27 excl. BTW bij wijze van ongedaanmakingsverbintenis in verband met de ontbinding van de overeenkomst door Plukon;
  • een bedrag van € 4.975,47 in verband met ten onrechte door Plukon aan G&D betaalde (contractuele) rente;
  • een bedrag van € 3.760,- op grond van ten onrechte door Plukon aan G&D betaalde proceskosten in reconventie in eerste aanleg;
  • de proceskosten van het hoger beroep.
5.5
G&D heeft verweer gevoerd.

6.Beoordeling in hoger beroep

6.1
In hoger beroep zijn de volgende (hoofd)onderwerpen nog aan de orde: is de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden van G&D overeengekomen en zijn er kwaliteitscriteria overeengekomen? Vervolgens dient de vraag te worden beantwoord of sprake is geweest van tekortschieten door G&D en of Plukon gerechtigd was de overeenkomst te ontbinden.
Totstandkoming overeenkomst: algemene voorwaarden en RF67-handboek van toepassing?
6.2
Volgens G&D heeft zij in november 2019 een overeenkomst gesloten met Plukon, inhoudend dat G&D per 1 januari 2020 het schoonmaakonderhoud van de productieruimtes van het pand, inclusief de zich in die ruimtes bevindende machines van Plukon zal verrichten. Op deze (mondelinge) overeenkomst zijn volgens G&D haar algemene voorwaarden van toepassing. Dat blijkt uit de verklaring van de heer [manager Plukon] (destijds vestigingsmanager bij de rechtsvoorgangster van Plukon, hierna: [manager Plukon]). Bij het aangaan van de overeenkomst zijn geen concrete kwaliteitsnormen overeengekomen waaraan de schoonmaak moest voldoen. Pas een jaar na het sluiten van de overeenkomst presenteerde Plukon een handboek met werkinstructies voor het verrichten van schoonmaakwerkzaamheden, het RF67-handboek.
6.3
Plukon stelt zich op het standpunt dat tussen partijen al op 28 oktober 2019 een (niet op schrift gestelde) overeenkomst voor de fabrieksschoonmaak door G&D tot stand is gekomen. Zij betwist dat de algemene voorwaarden van toepassing zijn. Volgens haar is zij voor of bij het aangaan van de overeenkomst niet in de gelegenheid gesteld om kennis te nemen van deze voorwaarden. Volgens Plukon heeft zij de algemene voorwaarden pas in november 2021 ontvangen als verweer tegen de toen door haar gedane opzegging. De verklaring van [manager Plukon] is volgens Plukon ongeloofwaardig, onder meer omdat [manager Plukon] ziek is en fysiek niet in staat zou zijn om deze verklaring door te nemen. Dat haar een exemplaar van de algemene voorwaarden is overhandigd, is volgens Plukon hoogst onaannemelijk, omdat het voor de hand had gelegen dat er dan ook een exemplaar digitaal zou zijn nagezonden. Bovendien kloppen sommige bepalingen uit de voorwaarden niet met hetgeen feitelijk tussen partijen is overeengekomen, zoals de tijden waarop wordt schoongemaakt. Ten slotte waren [operational director Staay] (operational director bij Staay Food Group, hierna: [operational director Staay]) en [manager Plukon] ten tijde van de vermeende besprekingen waarin de algemene voorwaarden zouden zijn besproken, niet vertegenwoordigingsbevoegd om de gelding van deze voorwaarden namens Plukon (toen nog FCC) te aanvaarden.
6.4
Op grond van het dossier en hetgeen ter zitting is besproken, stelt het hof vast dat partijen in oktober 2019 een op zichzelf staande, schriftelijke overeenkomst hebben gesloten voor de reiniging van diverse ruimtes inzake aangetroffen ‘Listeria’ in kidneybonen. Vervolgens zijn partijen medio november 2019 mondeling overeengekomen dat G&D met ingang van 1 januari 2020 de hele fabriek zou schoonmaken.
6.5
Volgens G&D heeft zij (in de persoon van [directeur G&D]) bij het sluiten van de eerste (Listeria-) overeenkomst haar algemene voorwaarden aan Plukon overhandigd en is bij het sluiten van de latere overeenkomst (waarover het in deze procedure gaat) afgesproken dat die voorwaarden ook op die (tweede) overeenkomst van toepassing zijn. Die gang van zaken wordt bevestigd in de verklaring van [manager Plukon]. Hierin is, onder meer, opgenomen:
‘(…) [directeur G&D] heeft, voordat G&D Services met haar werkzaamheden begon, samen met mij en [operational director Staay] de door G&D Services te hanteren tarieven en voorwaarden besproken, waaronder ook de algemene voorwaarden van G&D Services. Een exemplaar van die algemene voorwaarden heeft [directeur G&D] persoonlijk aan ons overhandigd. (…)
Omdat dit goed beviel en ik de kwaliteit van de dienstverlenging van ASGB[voorloper van G&D, toev. hof]
kende, hebben [operational director Staay] en ik kort daarna, in november 2019, met [directeur G&D] gesproken over het sluiten van een overeenkomst voor de schoonmaak van de gehele productielocatie per 1 januari 2020. Daarbij is afgesproken dat G&D Services haar werkzaamheden op dezelfde voorwaarden zou verrichten als de voorwaarden die wij voor aanvang van de werkzaamheden door G&D Services in oktober 2019 al besproken hadden, (…). Dat heeft tot overeenstemming geleid, (…).’
6.6
Dat de verklaring van [manager Plukon] ongeloofwaardig zou zijn, onder meer omdat [manager Plukon] ziek is en fysiek niet in staat zou zijn om deze verklaring door te nemen, is door Plukon verder niet onderbouwd. Het hof heeft dan ook geen reden om aan deze verklaring te twijfelen. Verder betekent de omstandigheid dat er niet een digitale versie van de algemene voorwaarden is meegestuurd niet dat deze voorwaarden niet fysiek zijn overhandigd. En ook de omstandigheid dat (wellicht) niet alle algemene voorwaarden één op één betrekking hebben op de specifieke situatie bij Plukon betekent niet dat die voorwaarden niet zijn overhandigd. Het verweer, ten slotte, dat [operational director Staay] en [manager Plukon] niet bevoegd waren om de gelding van de voorwaarden te aanvaarden, snijdt evenmin hout. Niet in geschil is immers dat [operational director Staay] en [manager Plukon] ook betrokken waren bij het aangaan van de ‘Listeria-overeenkomst’, waartoe zij kennelijk wel bevoegd waren. Bovendien valt niet in te zien waarom zij niet bevoegd waren om de voorwaarden te aanvaarden, maar wel om (het overige deel van) de schoonmaakovereenkomst te sluiten. Dat sprake was van een schoonmaakovereenkomst tussen partijen en dat deze namens Plukon is gesloten door [manager Plukon] en [operational director Staay], is tussen partijen immers niet in geschil.
6.7
Het voorgaande brengt mee dat tot uitgangspunt heeft te gelden dat op de schoonmaakovereenkomst tussen partijen de algemene voorwaarden van G&D van toepassing zijn.
6.8
Dat geldt naar het oordeel van het hof ook voor het van toepassing zijn van het RF67- handboek, als toe te passen kwaliteitsnorm waaraan de schoonmaak moest voldoen. In haar brief van 28 januari 2022 aan Plukon verwijst G&D zelf naar deze afspraak: ‘
In het gesprek met [operational director Staay] (directie) en [manager Plukon] van November 2019 is afgesproken dat het de reiniging van de gehele fabriek betreft (handboek RF67). (…)’. Daar komt bij dat in de Listeria-overeenkomst uitdrukkelijk ook de toepassing van het RF67-handboek is afgesproken als kwaliteitsnorm. Dan ligt het voor de hand, evenals bij de algemene voorwaarden, dat dit ook bij de mondelinge overeenkomst voor de hele fabriek is overeengekomen.
Is G&D tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst?
6.9
Volgens Plukon was de kwaliteit van de schoonmaak door G&D steeds onder de maat en reageerde G&D stelstelmatig niet op klachten van Plukon over de kwaliteit van de schoonmaak. Plukon verwijst in dit verband naar de rapporten van Eco2Clean, waaruit volgt dat er nog veel ruimte is voor verbetering en dat op veel plekken schimmelaanslag, kalkaanslag, roest, (aangekoekte) groenteresten en algehele vervuiling wordt aangetroffen. Plukon stuurde verder maandelijks schoonmaakrapportages naar G&D, met het verzoek om concrete maatregelen te nemen en om een terugkoppeling te geven ten aanzien van de in de rapportages gesignaleerde problemen, maar daarop werd door G&D geen actie ondernomen. Plukon heeft over de kwaliteit van de schoonmaak ook regelmatig geklaagd bij G&D. Het stelselmatig leveren van een gebrekkige kwaliteit in de schoonmaak van de productielocatie is een ernstige tekortkoming die zonder meer ontbinding rechtvaardigt, aldus Plukon.
6.1
G&D stelt zich op het standpunt dat zij haar verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst steeds is nagekomen. Van tekortschieten door haar is geen sprake. Partijen zijn, buiten de zogenaamde dagelijkse ATP-metingen, ook geen concrete maatstaf overeengekomen waaraan de schoonmaakwerkzaamheden moesten voldoen. De uitkomst van die ATP-metingen is nooit negatief geweest. Dat blijkt ook uit het feit dat Plukon de productielijn nooit heeft stilgelegd of niet heeft opgestart omdat die productielijn niet schoon zou zijn. In het rapport van 9 februari 2020 van Eco2Clean is zelfs geconstateerd dat een compliment voor de schoonmaak op z’n plaats was. Er wordt slechts een paar aandachtspunten genoemd, die geen tekortkoming door G&D opleveren. Zo was de afdeling Dressing de verantwoordelijkheid van Plukon zelf en was schimmelvorming onder andere het gevolg van een niet goed functionerend luchtbehandelingssysteem van Plukon zelf. Ook uit de rapportages van Eco2Clean van 14 februari 2021 en van 30 januari 2022 volgt niet dat sprake was van tekortschieten door G&D. De door Plukon overgelegde foto’s geven een onjuist beeld: G&D werd steeds achteraf door Plukon met foto’s geconfronteerd waaruit zou moeten blijken dat zij haar werk niet goed deed, terwijl niet duidelijk was van wanneer die foto’s dateerden. Bovendien waren aandachtspunten al door G&D verholpen dan wel zagen de foto’s op periodiek werk dat op dat moment nog verricht moest worden.
6.11
Het hof overweegt als volgt. Uitgangspunt is dat het RF67-handboek met de bijbehorende werkinstructies had te gelden voor de door G&D uitgevoerde schoonmaak (zie hiervoor rov. 6.8). Zou conform het RF67-handboek worden schoongemaakt, dan was het resultaat van de schoonmaak dat apparaten, vloeren en wanden schoon en droog werden opgeleverd, vrij van groenteresten, kalkaanslag, roest en schimmel.
6.12
Uit het Eco2Clean-rapport van 9 februari 2020 volgt dat er, ten opzichte van het jaar daarvoor (toen G&D nog niet schoonmaakte), een inhaalslag van de schoonmaak heeft plaatsgevonden. Er zijn op dat moment nog wel aandachts- en verbeterpunten, maar die kunnen – aldus het rapport – op korte termijn worden opgelost. Die positieve lijn is echter niet voortgezet: (in elk geval) in de periode vanaf 27 juli 2020 heeft Plukon meerdere e-mails aan G&D gestuurd waarin zij steeds liet weten dat de schoonmaak niet op orde was. Zo werd G&D op 27 juli 2020 gewezen op de aanwezigheid van schimmel (‘
on the wall there is a lot of mold. It’s almost everywhere’). Op 31 augustus 2020 is G&D verzocht de expeditie schoon te maken, omdat dat al drie weken niet was gebeurd en het erg stonk. Ook op 18 december 2020, 3 juni 2021 en 8 januari 2022 heeft Plukon G&D uitdrukkelijk gewezen op tekortkomingen in de schoonmaak.
6.13
Het beeld dat de schoonmaak niet op orde was, vindt ook bevestiging in de (vervolg)rapportages van Eco2Clean. Waar zij in haar rapportage kort na de start van de overeenkomst nog constateert dat er een ‘inhaalslag van de schoonmaak heeft plaatsgevonden’, valt in de rapportage van februari 2021 te lezen dat de schoonmaak er op sommige afdeling op achteruit is gegaan en worden er meerdere vervuilingen geconstateerd. Ook de rapportage van januari 2022 vermeldt: ‘
Over het algemeen kunnen we vaststellen dat de schoonmaak niet op het niveau is waar deze hoort te zijn’.
6.14
Ook uit de maandelijkse schoonmaaklijsten (in elk geval vanaf augustus 2021) volgt dat steeds sprake is van (onder meer) groenteresten, kalkaanslag, roest, vuile (machine)onderdelen en schimmel. Plukon heeft onweersproken gesteld dat zij deze lijsten iedere maand ook aan G&D verstrekte.
6.15
De foto’s die door Plukon zijn overgelegd, komen zowel uit de rapportages van Eco2Clean als uit de maandelijkse controlelijsten van Plukon zelf. De controles door Eco2Clean zijn weliswaar eens per jaar uitgevoerd en de controles door Plukon zelf eens per maand, en zijn in die zin dus momentopnames, maar de conclusie is consequent dezelfde: de schoonmaak is niet op orde. De stelling van G&D dat de foto’s zagen op zogenaamd periodiek werk dat dan dus nog verricht moest worden (waardoor het voor de hand ligt dat het betreffende onderdeel op het moment van de foto vies is) is door G&D verder niet onderbouwd, zodat niet valt in te zien of, en zo ja, voor welke foto’s dat zou gelden.
6.16
Uit het voorgaande volgt dat de fabriek (vloeren, wanden en apparaten) niet – zoals afgesproken – dagelijks schoon en droog, vrij van groenteresten, kalkaanslag, roest en schimmel werd opgeleverd. De conclusie is dan ook dat de schoonmaak door G&D onvoldoende was en dat G&D is tekortgeschoten in de nakoming van de tussen partijen gesloten (schoonmaak)overeenkomst. Dat geldt ook wanneer wordt ‘gecorrigeerd’ voor de afdeling Dressing, voor zover die door Plukon zelf werd schoongemaakt. Uit de overgelegde maandrapportages volgt dat ook op de andere afdelingen (‘Snijderij’, ‘Fruit’, ‘Fust opslag’, ‘Zakken opgooi’, ‘zakken LH’, ‘Schalen HH’, ‘trap, ‘krattenwasserij’, ‘HH schalen opgooi’, ‘LH Inpak’, ‘Expeditie, containers, fustopslag’ en de ‘sluis’) regelmatig de nodige vervuiling is aangetroffen.
6.17
Het hof gaat voorbij aan de stellingen van G&D dat geen sprake kan zijn van tekortschieten, omdat de uitkomst van de ATP-metingen steeds positief is geweest en Plukon de productie nooit vanwege de hygiëne heeft hoeven stilleggen. Plukon heeft onweersproken betoogd dat een succesvolle ATP-meting nog niet wil zeggen dat het oppervlak of apparaat voldoende schoongemaakt is. Met een ATP-meting wordt een door de schoonmaker zelfgekozen oppervlak getest. Daarmee wordt niet noodzakelijk gecontroleerd of een machine of oppervlak voldoende vrij is van groenteresten, roestvorming, kalkaanslag en schimmelvorming, hetgeen ook blijkt uit de fotorapportages. Daar komt nog bij dat er ook met betrekking tot de ATP-metingen inhoudelijk het nodige valt aan te merken: deze metingen werden regelmatig ook niet uitgevoerd of gaven een onmogelijk resultaat.
6.18
De omstandigheid, ten slotte, dat Plukon vanwege de hygiëne de productie nooit heeft hoeven stilleggen, is niet een maatstaf voor de vraag of G&D aan haar schoonmaakverplichtingen heeft voldaan. Bovendien heeft Plukon, ook ter zitting nog, toegelicht dat er een vrijgave-ronde is voordat de productie ’s ochtends weer wordt opgestart, en dat Plukon regelmatig eerst nog zelf moest schoonmaken voordat de productie kon worden opgestart. Deze gang van zaken is door G&D niet gemotiveerd bestreden.
6.19
De slotsom is dan ook dat G&D is tekortgeschoten in haar verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst en dat zij vanaf 21 januari 2022 in verzuim is (zie rov. 3.15).
Schuldeisersverzuim?
6.2
G&D heeft ook nog aangevoerd dat misschien niet altijd alles ‘tandenborstelschoon’ was, maar dat dat kwam door toedoen van Plukon. Plukon stelde geen deugdelijk materiaal en materieel aan G&D ter beschikking. Er waren onder meer te weinig (en bovendien niet goed werkende) spuitpistolen en slangen, er was structureel rommel (objecten) aanwezig waardoor G&D haar werkzaamheden niet naar behoren kon uitoefenen en er was sprake van defecte schrobzuigmachines en schuimautomaten. Ook viel de zogenaamde
slimaherhaaldelijk in storing, waardoor de inhoud van de putten in de vloer omhoog kwam, met enorme hopen groenteresten tot gevolg. Verder werd er volgens G&D door de productieafdelingen structureel (veel) langer doorgewerkt en werden de productieafdelingen niet vrij van groenteresten opgeleverd voor aanvang van de werkzaamheden. G&D had daardoor (veel) minder tijd om haar werkzaamheden uit te voeren. Voor zover de schoonmaak niet op orde zou zijn, kwam dat dus niet door toedoen van G&D, maar van Plukon. Er was, kortom, sprake van schuldeisersverzuim aan de kant van Plukon.
6.21
Plukon heeft betwist dat sprake is van verzuim aan haar kant. Volgens Plukon wijst G&D op diverse individuele incidenten die zich over een periode van tweeëneenhalf jaar zouden hebben voorgedaan. Dat zich in zo’n periode incidenten voordoen, is niet vreemd en doet ook niet af aan het totaalbeeld van gebrekkige schoonmaak. Ook betwist Plukon dat haar eigen medewerkers verplicht waren om de machines groentevrij op te leveren.
6.22
Het hof overweegt als volgt. Van schuldeisersverzuim is slechts sprake als verhindering van de correcte nakoming uitsluitend wordt veroorzaakt door een beletsel aan de zijde van de schuldeiser. Bovendien moet de verhindering in de nakoming aan de schuldeiser kunnen worden toegerekend. De schuldenaar die zich beroept op schuldeisersverzuim van zijn wederpartij dient te stellen en zo nodig te bewijzen dat aan de voorwaarden voor het intreden van schuldeisersverzuim is voldaan. Dat betekent in dit geval dat G&D feiten moet stellen, en zo nodig bewijzen, die tot de conclusie kunnen leiden dat de nakoming van haar verbintenis verhinderd is doordat Plukon de daartoe noodzakelijke medewerking niet verleende of doordat een ander beletsel aan de zijde van Plukon is opgekomen (vgl. ECLI:NL:HR:2008:BB8648).
6.23
Plukon heeft de verwijten aan haar adres stuk voor stuk weersproken dan wel in een bredere context geplaatst. Een verzoek om regenpakken door G&D is door haar opgepakt. Dat geldt ook voor het herstel van de ATP-meter, de schrobmachines, het storingsprobleem in de
slimaen de aanwezigheid van rommel in de schoon te maken ruimtes. Hier is door G&D niets meer tegen ingebracht, zodat zij in dit verband onvoldoende heeft gesteld. Het enkele gegeven dat er, in een periode van tweeëneenhalf jaar, een aantal keer sprake is van machines of apparaten die hersteld moeten worden of van andere verbeteringen in het proces die moeten plaatsvinden, rechtvaardigt niet de conclusie dat de (langdurige) wanprestatie door G&D uitsluitend en toerekenbaar is toe te schrijven aan Plukon. Dat geldt ook voor de stelling dat de productie structureel veel langer doorging waardoor G&D te weinig tijd had voor de schoonmaak. Uit het dossier kan slechts worden afgeleid dat daarvan incidenteel en op een enkele afdeling sprake was. De stelling van G&D dat de schimmelvorming zou worden veroorzaakt door een niet goed functionerend luchtbehandelingssysteem is door haar verder niet onderbouwd. Dat geldt ook voor het standpunt van G&D dat de eigen medewerkers van Plukon verplicht waren om de machines groentevrij op te leveren. Dat blijkt nergens uit. Tot de conclusie dat het uitsluitend aan Plukon is te wijten dat ‘de schoonmaak over het algemeen niet op het niveau is waarop deze hoort te zijn’ kan dit dus allemaal niet leiden. Van schuldeisersverzuim is dan ook geen sprake.
Overeenkomst terecht ontbonden?
6.24
Nu het beroep op schuldeisersverzuim door G&D niet slaagt, terwijl sprake is van toerekenbaar tekortschieten door G&D zelf, mocht Plukon de overeenkomst met G&D ontbinden. Het hof verwerpt daarbij het betoog van G&D dat zij ten tijde van de ontbinding niet langer in verzuim verkeerde, omdat zij intussen de kwaliteit van de schoonmaak naar een hoger niveau had getild. G&D heeft tegenover de gemotiveerde betwisting hiervan door Plukon, deze stelling onvoldoende onderbouwd. Zo blijkt uit de schoonmaaklijsten van februari tot en met mei 2022 (zie rov. 3.28) dat het schoonmaakwerk op diverse punten niet in orde was. Dat – zoals G&D naar voren brengt – de resultaten van de residu-controle in mei 2022 goed waren, maakt dat niet anders, omdat dit een deelaspect betreft en dus geen graadmeter is voor de kwaliteit van het
overallverrichte schoonmaakwerk. Daarmee stranden grieven I, II en III) van G&D.
Verzoeken ex art. 22 Rv Pro om Plukon te gelasten alsnog de testresultaten van de ATP-metingen en IFS-auditrapporten in het geding te brengen
6.25
Volgens G&D werd aan de hand van de ATP-metingen beoordeeld of de productielijn voldoende schoon was. De uitkomst van deze (dagelijkse) test is volgens haar nooit negatief geweest en Plukon heeft de productie nooit hoeven stilleggen. Ook kreeg Plukon jaarlijks zogenaamde IFS-audits, waarbij onder andere op de kwaliteit van de schoonmaak werd getoetst. Voor zover G&D bekend, heeft dit nooit tot afkeuring geleid. G&D heeft verzocht om Plukon ex art. 22 Rv Pro te gelasten de gegevens van de ATP-testen in het geding te brengen, evenals de IFS-auditrapporten uit de periode dat G&D de schoonmaakwerkzaamheden uitvoerde.
6.26
Het hof overweegt ten aanzien van deze verzoeken als volgt. Zoals in het voorgaande al is overwogen, betekent de enkele omstandigheid dat de ATP-testen goed zijn (daargelaten dat dat niet altijd het geval was) niet dat G&D heeft voldaan aan haar verplichtingen. Dat geldt ook voor de IFS-audits: de enkele omstandigheid dat die audit nooit tot een afkeuring heeft geleid, brengt niet zonder meer mee dat G&D dus heeft voldaan aan haar verplichtingen uit de overeenkomst met Plukon. Gelet hierop ontbreekt het belang van het overleggen van de IFS-audits en de ATP-testresultaten. De verzoeken van G&D worden daarom afgewezen.
Ongedaanmakingsverplichtingen ( grief 1 incidenteel appel)
6.27
Plukon heeft (in eerste aanleg in reconventie) vergoeding van schade gevorderd die zij heeft geleden als gevolg van (onder andere) de ontbinding van de overeenkomst. In hoger beroep vordert Plukon nog een bedrag van € 72.351,27 (excl. BTW). Dit bedrag representeert een compensatie voor het feit dat de schoonmaak stelselmatig onder de maat is geweest en wordt bij wijze van ongedaanmakingsverbintenis van G&D gevorderd. Plukon voert aan dat de overeenkomst per 1 juni 2022 is ontbonden. Dit impliceert dat G&D aan Plukon een deel van de voor de schoonmaak ontvangen bedragen moet terugbetalen. Omdat de aard van de door Plukon ontvangen prestatie uitsluit dat zij ongedaan gemaakt wordt, treedt daarvoor een waardebepaling in de plaats op grond van art. 6:272 BW Pro. Daarvoor moet de waarde van de schoonmaak voor Plukon worden bepaald. De waarde van de schoonmaak is volgens Plukon minder dan wat zij ervoor heeft betaald, omdat G&D is tekortgeschoten in de nakoming van haar schoonmaakverplichtingen. Plukon vordert als gezegd € 72.351,27 excl. BTW. Dat komt overeen met 20% van het door Plukon aan G&D voor de schoonmaak betaalde bedrag over de periode van 8 januari 2022 tot 1 juni 2022. Dit komt haar redelijk voor.
6.28
Volgens G&D hebben de door haar verrichte prestaties voor Plukon de waarde gehad die Plukon daarvoor aan G&D betaald heeft. Uitgangspunt is dan ook dat G&D volledig betaald dient te worden voor de door haar geleverde diensten.
6.29
Het hof overweegt als volgt. Door de ontbinding van de overeenkomst tussen Plukon en G&D ontstaan ongedaanmakingsverbintenissen. Dat betekent enerzijds dat G&D, in beginsel, alle ontvangen bedragen van Plukon moeten terugbetalen. Anderzijds moet Plukon (de waarde van) de door G&D geleverde schoonmaakdiensten terugbetalen. Omdat de aard van de door G&D geleverde prestatie (schoonmaak) meebrengt dat deze niet kan worden gerestitueerd, dient daarvoor een waardevergoeding te worden berekend, welke vervolgens door Plukon aan G&D moet worden gerestitueerd.
6.3
In principe moet de ontvanger van de prestatie (hier: Plukon) die waarde vergoeden die in het economische leven normaal aan de prestatie wordt toegekend. Als de prestatie aan de overeenkomst beantwoordt, zal de waarde veelal gesteld kunnen worden op de hoogte van de tegenprestatie (hier dus: de door G&D verzonden facturen voor de schoonmaak). Of de ontvanger (Plukon) het normale profijt van de prestatie heeft gehad, doet in beginsel bij de bepaling van de waarde niet ter zake. Dat
kananders zijn wanneer de prestatie niet aan de verbintenis heeft beantwoord. Dan hoeft niet de economische waarde te worden vergoed, maar de subjectieve waarde die de prestatie voor de ontvanger heeft gehad.
6.31
Plukon vordert als gezegd, bij wijze van ongedaanmakingsverbintenis, een bedrag van € 72.351,27 van G&D. Dit is als gezegd 20% van het totaal door Plukon voor de schoonmaak betaalde bedrag van 8 januari 2022 tot 1 juni 2022. Het hof leidt hieruit af dat Plukon de waarde van de schoonmaak over die periode dus vaststelt op 80% van het betaalde bedrag. Over de periode van 1 januari 2020 tot 8 januari 2022 wordt niets teruggevorderd, zodat over die periode de geleverde prestaties tegen elkaar wegvallen.
6.32
Niet gebleken is op welke (objectieve) maatstaf Plukon zich bij het vaststellen van de (subjectieve) waarde van de aan haar geleverde diensten heeft gebaseerd. Zij had bijvoorbeeld kunnen uiteenzetten hoeveel uur zij (gemiddeld) kwijt is geweest met schoonmaak voordat zij ’s ochtends de productie weer kon opstarten om vervolgens de waarde daarvan in mindering te brengen op de ‘economische waarde’. Ook van andere objectieve factoren op grond waarvan de subjectieve waarde (afwijkend van de economische waarde) kan worden vastgesteld, is niet gebleken.
6.33
Hoewel de prestatie van G&D niet aan de verbintenis heeft beantwoord (vastgesteld is immers dat G&D is tekortgeschoten), valt bij deze stand van zaken niet in te zien dat de waarde van de prestatie door G&D op een (willekeurig) percentage van de economische waarde kan worden bepaald. Het hof gaat daarom wat de waarde van de prestatie(s) van G&D betreft in beginsel uit van de economische waarde van de door haar verrichte diensten. Dat brengt mee dat de ongedaanmakingsverbintenissen tegen elkaar wegvallen en dat de vordering van Plukon wordt afgewezen. Van verrekening is geen sprake en de door Plukon aan G&D betaalde (contractuele) rente is terecht betaald. Grief 1 in het incidenteel appel is daarmee vergeefs voorgesteld.
Herberekening facturen (grieven IV, V en VI principaal appel)
6.34
G&D heeft zich op het standpunt gesteld dat de door haar in rekening gebrachte facturen correct zijn en dus volledig moeten worden betaald. Volgens G&D werd het (dagelijkse) schoonmaakwerk zowel door reguliere schoonmaakmedewerkers als door zogenaamde specialisten uitgevoerd. Voor deze specialisten gold een hoger uurloon dan voor de reguliere medewerkers. Alle schoonmaakmedewerkers (regulier en specialist) moesten dagelijks ‘in- en uitklokken’. Op basis van de daarmee verkregen gegevens zond Plukon de urengegevens aan G&D, die zij vervolgens kon en mocht factureren. Volgens G&D verleende Plukon daarmee op voorhand fiat aan de door G&D in rekening te brengen facturen. Er was geen afspraak waarbij alle specialistische werkzaamheden vooraf met Plukon zouden worden besproken. De conclusie is dan ook dat Plukon het totale openstaande factuurbedrag is verschuldigd, zoals dat door G&D is gevorderd. Herberekening van de facturen is niet aan de orde.
6.35
Volgens Plukon heeft G&D in de periode na 7 april 2022 ten onrechte nagelaten om de door specialisten gewerkte uren voorafgaand aan hun werkzaamheden inzichtelijk te maken. Plukon had daarom verzocht. G&D heeft weliswaar bevestigd dat zij aan dat verzoek zou voldoen, maar heeft dat niet gedaan. G&D heeft deze kosten ook niet afzonderlijk gefactureerd. Door dat niet te doen, heeft G&D geen aanspraak op betaling van de uren van de specialisten tegen het uurtarief van de specialisten, maar slechts tegen het lagere tarief van de reguliere schoonmakers.
6.36
Het hof overweegt als volgt. Plukon heeft in haar e-mail van 7 april 2022, onder meer, het volgende aan G&D geschreven:
‘(...)
Wat daarnaast belangrijk is voor de totale kostenpost is de verhouding specialist/schoonmaker. Uit de met jou gedeelde analyse bleek dat deze verhouding in een aantal weken behoorlijk is gaan afwijken van ‘normaal’. Jij gaf aan dat dit veroorzaakt wordt door periodieken en audit werkzaamheden.
Om van onze kant beter zicht te hebben op de periodieken en/of extra werkzaamhedenwil Plukon graag met je afspreken dat je de inzet van specialisten vooraf met [medewerker Plukon] bespreekt en ook separaat factureert met een verwijzing naar de uitgevoerde werkzaamheden[onderstreping hof]
. (…)
Ik denk dat we op deze manier uit de uren discussie kunnen blijven en op goede basis met elkaar kunnen werken.’
6.37
Namens G&D is hierop, bij e-mail van 11 april 2022, als volgt gereageerd:
‘(…)
Om de uitschieters inzichtelijk te maken (extra periodieke werkzaamheden), zal ik de zaken vooraf kenbaar maken aan [medewerker Plukon].
Deze zullen dan apart worden gefactureerd, met vermelding van de werkzaamheden. (…)’
6.38
In de e-mail van Plukon van 7 april 2022 wordt G&D met zoveel woorden verzocht om de uren van specialisten vanaf dat moment vooraf (dus voordat zij worden ingezet) inzichtelijk te maken aan Plukon. Ook de achtergrond van dat verzoek valt in de e-mail te lezen: gebleken is dat de verhouding specialist/schoonmaker in korte tijd is gaan afwijken van normaal en Plukon wil beter zicht hebben op de periodieken en/of extra werkzaamheden. Met haar reactie van 11 april 2022, waarin G&D toezegt dat zij extra periodieke werkzaamheden op voorhand kenbaar zal maken, gaat zij (al dan niet bewust) langs het verzoek van Plukon heen. Gelet op het – niet mis te verstane – verzoek van Plukon en de achtergrond daarvan, had het op de weg van G&D gelegen om aan dat verzoek te voldoen door vanaf dat moment voorafgaand aan de inzet van specialisten dit met Plukon te bespreken en daarvoor toestemming te verkrijgen. Dat heeft G&D zonder nadere toelichting niet gedaan, en dat leidt ertoe dat G&D vanaf dat moment voor de door haar ingezette specialisten slechts het reguliere tarief in rekening mag brengen.
6.39
Het argument van G&D dat zij pas factureerde nadat de gewerkte uren al door Plukon waren goedgekeurd maakt het voorgaande niet anders. De omstandigheid dat medewerkers van G&D in- en uitklokken bij Plukon betekent niet dat de inzet van een betreffende medewerker (in het bijzonder de inzet van een specialist) vooraf aan Plukon inzichtelijk is gemaakt. Bovendien betekent het aantal uren dat is ‘geklokt’ ook niet automatisch dat die uren ook door Plukon zijn ‘goedgekeurd’.
6.4
Deze stand van zaken leidt er, ook naar het oordeel van het hof, toe dat G&D voor alle door de specialisten gewerkte uren die Plukon (aanvankelijk) onbetaald heeft gelaten (de nota’s na 7 april 2022) slechts aanspraak kan maken op het uurtarief van een ‘reguliere’ schoonmaker. Daarmee stranden de grieven IV, V en VI (voor zover deze grief betrekking heeft op de herberekening van het factuurbedrag).
Contractuele rente (grief V principaal appel)
6.41
Volgens G&D heeft de rechtbank ten onrechte geoordeeld dat de contractuele rente moet worden toegewezen vanaf 30 dagen na factuurdatum van iedere factuur die op 2 juni 2022 open stond. Volgens G&D heeft de rechtbank daarbij ten onrechte geen rekening gehouden met de facturen die zij op 22 juni 2022 nog aan Plukon heeft gestuurd.
6.42
Plukon stelt zich op het standpunt dat G&D geen belang heeft bij deze grief, omdat Plukon ook over de op 22 juni 2022 ontvangen facturen de contractuele rente heeft betaald.
6.43
G&D heeft niet betwist dat Plukon ook over de op 22 juni 2022 ontvangen facturen contactuele rente heeft betaald. Dat brengt mee dat deze grief, bij gebrek aan belang, faalt.
Buitengerechtelijke kosten (grief VII principaal appel)
6.44
Volgens G&D heeft de rechtbank ten onrechte geoordeeld dat haar slechts een bedrag van € 1.211,- aan buitengerechtelijke incassokosten toekomt. Plukon is, op grond van de algemene voorwaarden, 15% van de vordering van G&D per 9 juni 2022 aan buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd, te weten een bedrag van € 25.019,48.
6.45
Plukon betwist dat G&D recht heeft op een bedrag van € 25.019,48 aan buitengerechtelijke kosten. Volgens Plukon ontbreekt een grondslag daarvoor, omdat de algemene voorwaarden niet van toepassing zijn op de overeenkomst. Subsidiair meent Plukon dat G&D deze vergoeding niet toekomt, omdat het incassokostenbeding uit de algemene voorwaarden kwalificeert als een boetebeding, waarvan G&D geen nakoming kan vorderen naast haar vordering tot betaling van de openstaande facturen. Meer subsidiair geldt dat het incassobeding uit de algemene voorwaarden dient te worden gematigd tot het bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten waarop G&D conform het BIK-besluit recht zou hebben. Met betrekking tot de door G&D overgelegde declaratie betoogt Plukon dat die kosten van kleur verschieten omdat er een procedure is gevolgd. Daardoor zijn de kosten niet langer als buitengerechtelijke incassokosten aan te merken.
6.46
Uit hetgeen hiervoor is overwogen, volgt dat, anders dan door Plukon wordt betoogd, de algemene voorwaarden op de onderhavige overeenkomst van toepassing zijn, zodat aan dat verweer wordt voorbijgegaan.
6.47
Daarmee dient zich de vraag aan of artikel 13 sub b van Pro de algemene voorwaarden van G&D kwalificeert als boetebeding. Plukon stelt zich weliswaar op het standpunt dat de bepaling als boetebeding kwalificeert, maar laat na dit standpunt te onderbouwen. Nu G&D betwist dat de bepaling als boetebeding moet worden aangemerkt en de tekst van de bepaling zonder nadere toelichting, die dus ontbreekt, geen aanknopingspunten biedt voor het standpunt van Plukon, gaat het hof ook aan dit verweer van Plukon voorbij.
6.48
Evenals de rechtbank beoordeelt het hof de vordering ten aanzien van de buitengerechtelijke incassokosten tegen de achtergrond van het arrest van de Hoge Raad van 10 juli 2015 (ECLI:NL:HR:2015:1868). Hieruit volgt dat het de rechter vrijstaat om met toepassing van artikel 242 Rv Pro een incassobeding ambtshalve te matigen tot het bedrag dat overeenkomstig artikel 2 van Pro het Besluit Vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten wordt begroot, indien niet wordt gesteld of bij betwisting aannemelijk wordt gemaakt dat de werkelijke kosten hoger zijn dan dat bedrag.
6.49
Uit de door G&D overgelegde factuur volgt dat zij een bedrag van € 2.435,- aan (werkelijke) buitengerechtelijke kosten heeft gemaakt. De factuur die door G&D is overgelegd, is door Plukon als zodanig niet betwist. Uit de specificatie van deze factuur volgt dat de verrichte werkzaamheden meer behelzen dan het versturen van enkele gestandaardiseerde stukken. Bij die stand van zaken zal het hof de buitengerechtelijke incassokosten toewijzen tot een bedrag van € 2.435,-.
Overig
6.5
G&D heeft nog een grief (VIII) gericht tegen de compensatie van de proceskosten in conventie in eerste aanleg. Gelet op hetgeen hiervoor in rov. 6.9 – 6.24 is overwogen, faalt deze grief. Datzelfde geldt voor grief IX.
6.51
Partijen hebben geen (voldoende concrete) feiten gesteld die, indien bewezen, tot een andere uitkomst kunnen leiden. Aan de bewijsaanbiedingen gaat het hof daarom voorbij.
Conclusie en proceskosten
6.52
De conclusie is dat het (principaal) hoger beroep van G&D niet slaagt, behalve ten aanzien van de buitengerechtelijke incassokosten. Daarom zal het hof het vonnis, behalve op dat punt, bekrachtigen. Het hof zal G&D als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij veroordelen in de proceskosten van het principale hoger beroep.
6.53
Het incidenteel hoger beroep van Plukon slaagt evenmin. Het hof zal Plukon daarom veroordelen in de kosten van het incidentele hoger beroep.
6.54
Het hof begroot de proceskosten aan de zijde van Plukon op:
griffierecht € 6.561,-
salaris advocaat € 11.238,-(2 punten × tarief VII nieuw € 5.619,-)
nakosten € 189,-(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 17.988,-
6.55
Het hof zal de gevorderde wettelijke rente over de proceskosten toewijzen zoals vermeld in de beslissing
.
6.56
Het hof begroot de proceskosten aan de zijde van G&D op:
salaris advocaat € 8.428,50 (1½ punt × tarief VII)
nakosten € 189,-(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 8.617,50
Het hof zal de gevorderde wettelijke rente over de proceskosten toewijzen zoals vermeld in de beslissing
.

7.Beslissing

Het hof:
  • vernietigt het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 1 november 2023 uitsluitend ten aanzien van de vergoeding van de buitengerechtelijke kosten en doet in zoverre opnieuw recht:
  • veroordeelt Plukon tot betaling aan G&D van € 2.435,- aan buitengerechtelijke incassokosten;
  • bekrachtigt de vonnissen van de rechtbank Rotterdam van 19 juli 2023 en 1 november 2023 voor het overige;
  • veroordeelt G&D in de kosten van de procedure in principaal hoger beroep, aan de zijde van Plukon begroot op € 17.988,- vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten als G&D deze niet binnen veertien dagen na heden heeft betaald;
  • bepaalt dat als G&D niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en dit arrest vervolgens wordt betekend, G&D de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 98,-, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten als G&D deze niet binnen veertien dagen na betekening heeft betaald;
  • veroordeelt Plukon in de kosten van de procedure in incidenteel hoger beroep, aan de zijde van G&D begroot op € 8.617,50 vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten als Plukon deze niet binnen veertien dagen na heden heeft betaald;
  • bepaalt dat als Plukon niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en dit arrest vervolgens wordt betekend, Plukon de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 98,-, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten als Plukon deze niet binnen veertien dagen na betekening heeft betaald;
  • verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad;
  • wijst af wat in hoger beroep meer of anders is gevorderd.
Dit arrest is gewezen door mrs. R.G.C. Veneman, I. Brand en A.J. Swelheim en in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2026 in aanwezigheid van de griffier.