ECLI:NL:GHDHA:2026:2085
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging keuzevrijheid fondsvorming bij beperking aansprakelijkheid olietankschip
Op 23 juni 2018 veroorzaakte de tanker Bow Jubail een olieverontreiniging in de haven van Rotterdam door tegen een steiger te varen, waardoor stookolie ontsnapte. NCC, destijds eigenaar van het schip, wilde haar aansprakelijkheid beperken volgens het CLC-verdrag en de Wet aansprakelijkheid olietankschepen (Waot) door een fonds te vormen.
NCC stelde aanvankelijk voor het fonds te vormen via een garantie van de P&I club, maar wijzigde dit in een storting in de consignatiekas. Koole Terminal betwistte deze wijze van fondsvorming vanwege het lagere rentevoordeel bij consignatiekas in vergelijking met een garantie.
De rechtbank verwierp het bezwaar van Koole en stelde het fondsbedrag inclusief wettelijke rente en kosten vast, te storten in de consignatiekas. Koole ging in hoger beroep, maar het hof bevestigde de rechtbankbeslissing. Het hof oordeelde dat het CLC-verdrag de keuzevrijheid in fondsvorming waarborgt en dat de nationale regeling omtrent renteaanwas na fondsvorming niet mag leiden tot beperking van deze keuzevrijheid.
Het hof benadrukte dat storting in de consignatiekas een bevrijdende betaling is, waardoor de rente na storting lager is dan bij zekerheidstelling, die een belofte tot latere betaling inhoudt. Dit verschil rechtvaardigt echter geen beperking van de keuzevrijheid. Ook werd opgemerkt dat consignatiekas voordelen kan bieden, zoals een lager insolventierisico. De grief van Koole werd verworpen en de beschikking van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking en bevestigt de keuzevrijheid van fondsvorming door storting in de consignatiekas ondanks lagere renteaanwas.