Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
hierna te noemen: de Zoon,
1.[naam 1] Stamrecht B.V.,
hierna te noemen: Stamrecht BV,
geïntimeerde 1 in het principaal hoger beroep,
appellante 1 in het incidenteel hoger beroep,
[geïntimeerde 2],
eiseres in het incident,
hierna samen te noemen: Moeder cs,
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 11 april 2023, waarmee de Zoon in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de rechtbank Den Haag van 11 januari 2023 (hierna: het vonnis of het bestreden vonnis);
- het herstelexploot van 17 oktober 2023, waarbij Moeder cs zijn opgeroepen om op 12 december 2023, vertegenwoordigd door een advocaat, ter zitting van het hof te verschijnen.
- het door de Moeder op 31 oktober 2023 uitgebrachte anticipatie-exploot, waarbij de Zoon en de Stamrecht BV zijn opgeroepen om op 14 november 2023, vertegenwoordigd door een advocaat, ter zitting van het hof te verschijnen;
- de e-mail van de griffie van het hof van 14 november 2023 aan de toenmalige advocaat van de Zoon, mr. J.P. Sars, naar aanleiding van het anticipatie-exploot. In deze e-mail heeft het hof aan mr. Sars gevraagd of hij voornemens was om zich in deze zaak te stellen, met het antwoord hierop van dezelfde datum:
- de vermelding in het administratief systeem van het hof dat op 14 november 2023 verstek is verleend tegen appellant, dat appellant op 28 november 2023 niet is verschenen en evenmin instructies heeft gegeven, waarna de zaak op die datum ambtshalve is geroyeerd;
- de oproeping door de Moeder, gericht aan de Zoon en Stamrecht BV, tot hervatting procedure, tevens betekening akte houdende ontslag van instantie, met oproeping om op 2 april 2024 te verschijnen;
- de akte van Moeder cs, waarin zij een incident tot niet-ontvankelijkheid opent;
- de antwoordakte inzake een verzoek tot ontslag van instantie van de Zoon;
- de antwoordconclusie in het incident tevens memorie van grieven van de Zoon, met bijlagen;
- de memorie van antwoord, tevens grieven in het incidenteel appel, met bijlagen;
- de memorie van antwoord in het incidenteel appel, met bijlagen;
- de wijziging procesvertegenwoordiger van de Zoon;
- de brief van 23 december 2025 van mr. Beele met bijlage a tot en met c;
- de bijlage (notitie voorafgaand aan mondelinge behandeling), die Moeder cs op 13 januari 2026 ter gelegenheid van de hierna te noemen mondelinge behandeling heeft overgelegd;
- de bijlagen 41 tot en met 83 en een kopie van het proces-verbaal mondelinge behandeling eerste aanleg, die de Zoon op 14 januari 2026 ter gelegenheid van de hierna te noemen mondelinge behandeling heeft overgelegd.
- de weigering van de door de Zoon gevraagde vermeerdering van eis (bij H-formulier naar de griffie van het hof gezonden op donderdag 22 januari 2026 na sluitingstijd van de griffie; dus ontvangen op 23 januari 2026);
- de verwerping van het verweer van de Moeder dat de wederpartij de voornoemde producties 41 tot en met 83 (wegens de grote omvang ervan in strijd met de goede procesorde) te laat heeft overgelegd.
- zijn voorlopig oordeel dat geen ontslag van instantie zal worden verleend.
3.Feitelijke achtergrond
€ 255.479,70 opnames van de bankrekening bij ABN AMRO eindigend op… 924 plaatsgehad. Ook is van deze rekening een bedrag van in totaal € 536.978,- overgemaakt/contant betaald in verband met de aankoop van na te noemen pand in Portugal. Een deel van dit bedrag, te weten € 315.000,- betrof de koopsom ervan. Het resterende bedrag van € 221.978,15 is aangewend voor de verbouwing en inrichting van het pand en de aanleg van een zwembad. Het pand is thans eigendom van de Zoon. De biologische vader van de Zoon en ex-echtgenoot van de Moeder, de heer [naam 2] , drijft aldaar met zijn huidige partner een B&B.
(in het vonnis overwegingen 2.8, 2.12 en 2.13)De Moeder heeft op 29 december 2017 het pand ‘De Hulle’ in eigendom overgedragen aan de Zoon voor een door de Zoon te betalen koopsom van € 600.000,-. Deze koopsom (met notariskosten) is door Stamrecht BV aan de Zoon verstrekt in de vorm van een geldlening ten bedrage van € 614.690,-. Tot zekerheid hiervan heeft de Zoon aan de Moeder op dezelfde dag een recht van hypotheek verleend. Bij latere hypotheekakte van 27 september 2019 is het door de Zoon geleende bedrag van € 614.690,- verminderd tot een bedrag van € 514.690,- en is Stamrecht BV in plaats van de Moeder als schuldeiser/de hypotheeknemer vermeld. De verlaging van de hypotheeksom hield verband met een schenking van € 100.000,- van de Moeder aan de Zoon.
(in het vonnis deels weergegeven in overweging 2.9)Op 15 januari 2018 is ten titel van geldlening een bedrag van € 315.000,- verstrekt voor de aankoop van een pand in Portugal. Het geld is toen vanaf de bankrekening van Moeder eindigend op [nummer 1] overgemaakt naar de Portugese advocaat van de Zoon. Het pand staat op naam van de Zoon.
4.Procedure bij de rechtbank
I. Terugbetaling van geldlening 2 aan Stamrecht BV, verminderd met het schenkingsbedrag van € 100.000,- en de daarover vervallen rente; aldus een bedrag in hoofdsom van
€ 517.262,93, met rente.
II. Terugbetaling aan de Moeder dan wel Stamrecht BV van een bedrag in hoofdsom van
€ 826.680,90, met rente. Dit bedrag is opgebouwd uit:
(a) geldlening 3,
(b) betaalde kosten van € 221.978,15 voor verbouwing en inrichting pand Portugal,
(c) verschuldigde rente en
(d) onterechte opnames door de Zoon vanaf de bankrekening van de Moeder ten bedrage van € 255.479,70.
III. Terugbetaling aan de Moeder van geldlening 1, met rente, tot een bedrag van
€ 75.365,95.
A. Een bedrag van
€ 18.000aan rente over het schenkingsbedrag van € 100.000.
B. Storting door de Moeder van agio ten bedrage van
€ 1.001.998,80 + p.m.ten behoeve van Stamrecht BV.
C. Een verklaring voor recht dat de Moeder niet bevoegd was om deze procedure te starten en beslagen te leggen en dat de Moeder ten opzichte van de Zoon aansprakelijk is voor de daaruit voortvloeiende schade, op te maken bij staat.
D. Teruglevering door de Moeder aan de Zoon van de thans door de Moeder bewoonde flat aan de [adres] in [woonplaats 2] voor een bedrag van
€ 200.000,-.
in conventietoegewezen, met veroordeling van de Zoon in de proceskosten. De rechtbank heeft de Moeder
in conventieniet-ontvankelijk verklaard in haar vordering met betrekking tot geldlening 3 en het meer of anders gevorderde afgewezen. De rechtbank heeft vordering A
in reconventietoegewezen tot een bedrag van € 4.500, het meer of anders gevorderde afgewezen en de proceskosten gecompenseerd. De rechtbank heeft voormelde veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
‘De Hulle’ (geldlening 2) kwijt te schelden. De rechtbank gaat aan deze stelling voorbij, aangezien Stamrecht B.V. dit heeft betwist, de stelling niet is onderbouwd en in de processtukken geen aanknopingspunt is te vinden voor deze bedoeling (overweging 4.5).
[hof: Grief I van de Zoon]
[hof: grief 4 van de Zoon (voor de zekerheid) en grief I van Moeder cs (hierna voor de duidelijkheid: grief A)]
[hof: grief II van Moeder cs (hierna voor de duidelijkheid: grief B)]
[hof: grief 2 van de Zoon]
[hof: grief 3 van de Zoon].
€ 4.500,-. (overweging 4.27).
in reconventiemeer of anders gevorderde moet worden afgewezen.
[hof: (veeg)grief 5 van de Zoon].
5.Vorderingen in hoger beroep
In het incident
6.Beoordeling in hoger beroep
Het incident.
I) de rolraadsheer heeft ten onrechte geen ontslag van instantie verleend; dit moet alsnog gebeuren; en
II) de Zoon heeft ondubbelzinnig in het vonnis berust in de zin van artikel 334 Rv Pro.
Moeder cs heeft het appelexploot op grond van artikel 127 lid 1 Rv Pro (bij wijze van anticipatie) op 14 november 2023 op de rol laten inschrijven. Omdat de Zoon niet verscheen (ook niet twee weken later, hoewel hij van het anticipatie-exploot op de hoogte was) is de zaak op 28 november 2023 ambtshalve geroyeerd/doorgehaald – dit is overigens slechts een administratieve maatregel. De situatie van artikel 127 lid 2 Rv Pro deed zich toen niet voor omdat er
geen ontslag van instantie was gevorderd.
vordering tot ontslag van instantiede wederpartij
op de voet van artikel 123 Rv Provan de rechter een termijn krijgt om zich te stellen. Zoals uit het voorgaande volgt was in 2023 voor de rechter een dergelijke verwijzing niet aan de orde, omdat
een vorderingdaartoe ontbrak.
Geen berusting
ondubbelzinnige berustingop, zodat het beroep hierop door Moeder cs zal worden verworpen. Dit betekent dat het hof de hoofdzaak zal beoordelen.
afhankelijk van het advies van de fiskalist is de hypotheek rente vrij of wordt er een marktrente afgesproken die elk jaar kwijtgescholden wordt.’ en ‘
er wordt een contract opgemaakt van eigenaren ivm onderhoud veranderingen aan het onroerend goed etc etc hiervoor graag input van [naam 6] alsook van [appellant] . [appellant] betaald 80% van het onderhoud en [naam 6] betaald 20% van het onderhoud, gemeenschappelijke verzekeringen etc etc.’
Aangezien de Zoon ‘de Hulle’ pas in 2017 heeft gekocht (en voormelde plannen toen niet in die vorm een vervolg hebben gekregen) faalt naar het oordeel van het hof reeds hierom het beroep op deze e-mail. De Zoon heeft niet 80% maar 100% van de eigendom van ‘de Hulle’ verkregen en ook van een onderhoudscontract of het hierop volgende advies van de fiscalist of de input van de Moeder of de Zoon is geen bewijs overgelegd. Hier komt bij dat noch in de stellingen van de Zoon noch overigens in het dossier een concrete aanwijzing is aangetroffen dat de plannen voor de betreffende belastingvrije schenkingen feitelijk zijn uitgevoerd.
“Als ik de e-mail wisseling van de afgelopen dagen samenvat, dan gaan we morgen het volgende doen:1. Overdracht van De Hulle aan [appellant] ;2. Koopsom wordt schuldig gebleven, alleen overdrachtsbelasting en kostenworden aan notariskantoor betaald (…);3. Schuldig gebleven koopsom wordt omgezet in een geldlening (…);4. Voor de geldlening wordt hypotheekrecht gevestigd;5. Er wordt in deze fase nog niet kwijtgescholden op de geldlening;6. De geldlening wordt ingebracht in de bestaande stamrecht BV van [geïntimeerde 2], evenals een trits bankrekeningen. (….)”Mr. Kapma schrijft hierin dus uitdrukkelijk:
“Er wordt in deze fase nog niet kwijtgescholden op de geldlening”. Ook volgens mr. Kapma was kwijtschelding of schenking toen niet aan de orde. Concrete aanwijzingen van schenking/kwijtschelding hierná zijn in het dossier niet aangetroffen. Sterker nog, (slechts) eerdervermelde schenking van € 100.000,- van de Moeder aan de Zoon is verwerkt in de nadere hypotheekakte van 27 september 2019 (zie overweging 3.7), niet méér dan dat.
“Wij hebben meerdere malen gesproken over methoden om vermogen en vermogensbestanddelen over te dragen van [naam 6] (PvL) naar haar kinderen, [appellant] (MvL) en [naam 3] (AvL). Dit werd door PvL geïnitieerd, met als reden dat haar andere kinderen (van [appellant] senior (VLs), voldoende middelen hebben verkregen bij het overlijden van VLs. Hierbij was de bedoeling dat PvL via [naam 1] Stamrecht BV, geld zou lenen aan MvL en AvL om eigen woningen en vastgoed te kopen. De meerwaarde van de woningen zou dan toekomen aan MvL en AvL. De renteopbrengsten zouden dan dekkend kunnen zijn om in levensonderhoud van PvL te voorzien. In geval van overlijden van PvL zou MvL/PvL de controle over het vermogen behouden. Dit zodat de andere erfgenamen, wel vermogen kregen in de vorm van aandelen in [naam 1] Stamrecht BV, maar niet de leningen konden opeisen.”en
“De door mij verstrekte adviezen (in mijn hoedanigheid als belastingadviseur) werden besproken met MvL en PvL. Eén onderdeel was het inbrengen van PvL’s vermogen in de stamrecht BV ten einde de heffing van inkomstenbelasting anders te regelen. Van box 3 naar box 2. Dit is in samenspraak met Notaris Bernard Kapma gedaan, die de structuur nog duidelijk heeft uitgelegd, alvorens deze werd opgezet.Het was de bedoeling dat de erfgenamen van PvL[hof: bedoeld wordt de erfgenamen van [naam 1] (zijn kinderen en kleinkinderen)]
niet de hypothecaire vorderingen op MvL en AvL zouden kunnen opeisen. Vandaar dat MvL gedeeltelijke controle kreeg over [naam 1] Stamrecht BV. (…)”Uit deze brief blijkt naar het oordeel van het hof zonneklaar dat aan de Zoon en [naam 3] geld
geleendzou worden om eigen woningen en vastgoed te kunnen kopen.
Bij overlijdenvan de Moeder zouden de Zoon en [naam 3] de controle behouden (en de erfgenamen van [naam 1] zouden niet aan het geld kunnen komen). Over schenkingen wordt met geen woord gerept. De Zoon en [naam 3] zouden louter kunnen profiteren van de winst op het vastgoed, terwijl de Moeder van de rente-inkomsten (uit de verstrekte leningen) zou kunnen leven. De Zoon miskent dit alles. Hier komt bij dat volstrekt onduidelijk is gebleven hoe in de uitleg van de Zoon (evenredig) voor [naam 3] werd voorzien. De Moeder heeft (onder meer bij de Mondelinge behandeling van 26 januari 2026) aangegeven dat de verdeling tussen de Zoon en [naam 3] heel ongelijk was geworden. De Zoon heeft hier slechts vaagheden tegenover gesteld.
“De rechtbank stelt vast dat een belangrijk deel van de in geschil zijnde betalingen, betalingen van de bankrekening van [geïntimeerde 2][hof: de Moeder]
naar de bankrekening van [appellant][hof: de Zoon]
betreffen. Van de overige betalingen aan derden heeft [geïntimeerde 2] gesteld dat deze ten behoeve van [appellant] zijn gedaan. Dit betreft onder meer betalingen aan bedrijven en instellingen in de directe woonomgeving van [appellant] , betalingen ten behoeve van zijn huwelijk en uitgaven aan advocaten die werkzaamheden voor [appellant] hebben verricht. [appellant] heeft de stelling dat alle in geschil zijnde betalingen aan hem of ten behoeve van hem zijn gedaan, in het licht van de door [geïntimeerde 2] gegeven onderbouwing onvoldoende gemotiveerd betwist. De rechtbank zal er dus van uit gaan dat alle in geschil zijnde betalingen vanaf 6 maart 2017 ten behoeve van [appellant] zijn gedaan.”
€ 230.293,09) dat ten goede is gekomen aan de Zoon/zijn omgeving. Voor de goede orde: het hof hanteert dus als uitgangspunt laatstgenoemd bedrag – het hof heeft immers de opnames onder de € 750,- niet meegerekend – en niet het gevorderde bedrag van € 255.479,70.
• 18-11 € 3.445,02 ( [appellant] ; p.l.)
• 14-12 € 70.000,- (cf afspraak (aank. Volvo)
• 28-12 € 3.000,- ( [appellant] ; p.l. januari)
• 19-03 € 25.000,- (afkoop vof) gift
• 05-04 € 1.007,24 (gemeente [woonplaats 1] )
• 10-04 € 2.107,22 (bernhaege advocaten; factuur nr.ba 102396)
• 26-04 € 5.000,- (schuur Hulle)
• 26-04 € 3.000,- (voorschot loon april)
• 03-05 € 2.913,68 (bernhaege advocaten; inz afwikkeling ycc)
• 03-05 € 1.391,80 (bernhaege advocaten; inz. [naam 15] holding)
• 09-06 € 3.500,- (voorschot allshield)
• 29-06 € 3.500,- (voorschot salaris juni)
• 11-07 € 775,- (backers en zoon BV, juweliers,verlovingsring;)
• 11-07 € 6.000,- (boken advocats paris)
• 26-08 € 1.050,- ( [naam 10] )
• 28-08 € 3.500,- (voorschot salaris allshield aug)
• 25-09 € 3.500,- (voorschot loon allshield)
• 28-11 € 3.500,- (voorschot december)
• 13-12 € 2.000,- (voorschot salaris lening allshield)
• 13-12 € 4.635,- (boken advocats paris); [naam 2]
• 29-12 € 2.000,- (voorschot lening allshield)
• 30-01 € 3.500,- ( [naam 15] holding; lening man.fee michel feb)
• 01-04 € 3.500,- (voorschot salaris allshield)
• 10-04 € 984,50 (2suit;aanbet. Pak [naam 7] en [appellant] )
• 30-04 € 3.500 (allshield; lening salaris)
• 07-05 € 1.390,63 ( [naam 8] [woonplaats 1] ; garage volvo)
• 28-05 € 3.500,- (allshield lening salaris)
• 20-06 € 3.300,- (vivaldi, catering huwelijk [appellant] )
• 20-06 € 795,- (moreno music; muziek huwelijk [appellant]
• 16/24-06 € 12.000,- (kasopnames huwelijk [appellant] , p.l)
• 25-06 € 1.095,- ( [naam 9] , huwelijksambtenaa
• 27-06 € 3.500,- ( [appellant] , inz. allshield
•investering)• 04-07 € 1.153,- (2suit; pak huwelijk [appellant] )
• 30-07 € 3.500,- (voorschot salaris allshield)
• 28-08 € 3.500,- (voorschot lening allshield)
• 15-09 € 1.000,- (voorschot onkosten allshield)
• 27-11 € 3.500,- (elevare BV p.l. ( [appellant] ’s eigen bv)
• 27-12 € 3.500,- (vaste lasten rek; januari hulp depressie) [appellant]
ongerechtvaardigdis verrijkt. Het hof zal hierbij het verweer van de Zoon (onder meer blijkend uit de producties 34 en 36 bij memorie van grieven) betrekken in het licht van de stellingen van de Moeder in eerste aanleg en hoger beroep).
a) het bedrag van € 70.000,- voor de aankoop van de Volvo,
b) (afkoopvof); gift € 25.000,-
c) de bedragen, die zijn omschreven als ‘voorschot/loon/ Allshield e.d.’;
d) de bedragen die te maken hebben met het huwelijk van [appellant] in 2019
(samen € 20.102,50);
e) de vele bedragen met omschrijving Pl (persoonlijke lening);
f) de betalingen aan boken advocats in Parijs tbv de heer [naam 2]
(samen een bedrag van € 10.635,-);
g) de betalingen aan Bernhaege advocaten tbv bedrijfsactiviteiten van de Zoon;
h) diversen (puppie, hulp bij zijn depressie (samen € 4.550,-).
€ 119.652,50waarvan onvoldoende door de Moeder is onderbouwd dat in deze gevallen de Zoon
ongerechtvaardigd is verrijkt.
afgerond: € 110.000,-] ongerechtvaardigd is verrijkt, tot welk bedrag de Moeder is verarmd. De grief slaagt dus gedeeltelijk.
Volgens de rechtbank is niet voldoende onderbouwd dat het een lening van de Moeder, dan wel Stamrecht BV betreft onder dezelfde condities als lening 3. Als dat anders zou zijn, is deze geldlening bovendien nog niet opeisbaar, aldus de rechtbank.
primairestelling dat zij, dan wel Stamrecht BV, het gevorderde bedrag aan de Zoon heeft geleend onder dezelfde condities als vermeld in de geldleningsovereenkomst voor het pand in Portugal die als productie 8 aan de inleidende dagvaarding is gehecht. Het bedrag van € 221.978,15 [hof: niet verwarren met in het overweging 6.27 genoemde bedrag van € 230.293,09)] is in de periode 2017-2019 van haar privé-rekening afgeschreven (producties 24 en 25 van Moeder cs in eerste aanleg) en is gebruikt voor de kosten van verbouwing (waaronder de aanleg van een zwembad) en inrichting van het pand in Portugal.
primaire grondslag). De enkele omstandigheid dat Stamrecht BV de koopsom voor het pand in Portugal heeft geleend aan de Zoon is ontoereikend om de overige bestedingen ten behoeve van het pand als geldlening (op dezelfde voorwaarden als geldlening 3) te bestempelen.
subsidiaire grondslagongerechtvaardigde verrijking. Weliswaar is de Zoon (als eigenaar van het pand) door de betreffende gelden gebaat, maar er is geen aanwijzing dat dit
ongerechtvaardigdwas. In dit verband wijst het hof onder meer op de in eerste aanleg door de Zoon (bij antwoordakte tevens houdende akte overlegging producties van 29 december 2021) overgelegde e-mails. Het hof moet hierop letten in het kader van de devolutieve werking van het hoger beroep. Het hof zal deze e-mails hierna citeren.
€ 110.000,-.Het incidentele hoger beroep van Moeder cs slaagt gedeeltelijk. Het hof zal de gevorderde geldlening 3 in hoofdsom ten bedrage van € 315.000,- met rente van € 15.332,91 tot 1 april 2021 (samen
€ 330.332,91) alsnog toewijzen aan Stamrecht BV, maar de verdere uitgaven in Portugal (evenals de rechtbank) afwijzen.
principaal hoger beroepaan de zijde van Moeder cs op:
7.Beslissing
- bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Den Haag van 11 januari 2023,
- veroordeelt de Zoon om aan de Moeder te betalen een bedrag van € 110.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente hierover vanaf 24 november 2021 tot de dag der algehele betaling;
- veroordeelt de Zoon om aan Stamrecht BV te betalen een bedrag van € 330.332,91, vermeerderd met de wettelijke rente hierover vanaf 7 april 2021 tot de dag der algehele voldoening;
- veroordeelt de Zoon in de kosten van de procedure in het principaal hoger beroep, aan de zijde van Moeder cs begroot op € 18.826,-;
- bepaalt dat als de Zoon niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en dit arrest vervolgens wordt betekend, de Zoon de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 98,-;
- bepaalt dat iedere partij de eigen kosten van het incidenteel hoger beroep draagt;
- veroordeelt de Moeder in de kosten van het incident, aan de zijde van de Zoon tot dusver begroot op € 2.809,50;
- verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst af wat in hoger beroep meer of anders is gevorderd.