Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 25 april 2024, waarmee [appellant] in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag van 30 januari 2024;
- de memorie van grieven tevens houdende incidentele vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de uitvoerbaar bij voorraadverklaring tevens houdende akte wijziging van eis van [appellant] , met bijlagen;
- de antwoordconclusie in incidentele vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de uitvoerbaarheid bij voorraadverklaring van [geïntimeerde] ;
- de memorie van antwoord van [geïntimeerde] , met bijlagen.
3.Feitelijke achtergrond
4.Procedure bij de rechtbank
5.Vordering in hoger beroep
6.Beoordeling in hoger beroep
Afwijzing van het door [appellant] opgeworpen verweer dat hij niet de huurder is
- [getuige 1] , die in hetzelfde pand woont op [huisnummer] , heeft het volgende verklaard. Rond 7 uur in de ochtend van 17 oktober 2022 ging de Ring-deurbel steeds af. Deze deurbel reageert op bewegingen voor de camera. Ze is gaan kijken en zag dat personen met zakken naar boven liepen waarin plantjes zaten die op wietplantjes leken. Er kwam een geur naar boven die zij herkende als wietlucht. Rond 9 uur werd de wietlucht steeds sterker en werd zij er misselijk van. Toen zij met haar echtgenoot om 11 uur in de ochtend naar de politie ging, troffen zij op de trap naar beneden topjes van wietplanten aan. Die hebben ze opgeraapt en meegenomen naar de politie. Later op de dag zag zij dat er niet alleen tassen naar boven werden gebracht, maar dat er ook weer tassen naar beneden gingen en buiten werden ingeladen in busjes. Verder viel op dat er op de hoek van de straat mensen stonden te wachten die op een gegeven moment ook naar binnen zijn gegaan. Rond 20.30 uur kwam de politie. Die rook in het portiek en in hun woning de henneplucht en heeft daarna de deur (van de woning) ingetrapt. Nadat de deur was ingetrapt is zij ook naar binnen geweest. Zij zag restjes van hennepplanten liggen, een mes, een schaar en parfum. Zij had eerder op de dag gezien dat er buiten bij de voordeur meerdere keren met parfum werd gespoten. Op de vraag of zij ervaring heeft met hennep, heeft zij geantwoord dat zij weet hoe het ruikt en hoe het eruit ziet.
- [getuige 2] heeft het volgende verklaard. In de ochtend van 17 oktober 2020 werd hij wakker van de Ring-bel die continu afging. Hij is de beelden gaan bekijken en zag mensen die met zakken en tassen naar boven liepen. Op één van de beelden was zichtbaar dat het planten waren. Er kwam een steeds sterkere hennepgeur, waardoor hij hoofdpijn kreeg en misselijk werd. Om 9 uur is hij nog kit gaan halen om kieren dicht te kitten tegen de lucht, maar dat hielp niet. Rond 11 uur is hij met zijn vrouw aangifte gaan doen bij de politie. Ook daarna bleven mensen maar in en uit lopen en buiten rond auto’s hangen. Rond 20.00/20.10 uur kwam er een groep dames uit de woning. Hij weet dat het die tijd was omdat hij dat had gezien op de beelden van de Ring-deurbel. Rond 20.30 uur arriveerde de politie. Het waren eerst twee agenten, maar na het ruiken van een sterke hennepgeur hebben zij om assistentie gevraagd. Zij zijn via het balkon naar binnen gegaan door de deur in te trappen. Toen de agenten weg waren is hij ook binnen geweest. Hij zag een schaar liggen, kleine hennepresten (blaadjes), olie en een sterke parfum.
- [getuige 4] (die woont op [adres 2] ) heeft verklaard dat hij op 17 oktober 2020 om 6.30 uur naar zijn werk is gegaan en om 15.30 uur is teruggekomen. Het stonk naar wiet en in zijn woning rook hij ook wiet. Op de hoek van de straat zag hij vier mensen staan die daarna bij [adres 1] naar binnen gingen. Rond 20.15 uur zag hij vier mensen weggaan. Ongeveer 10 minuten later kwam de politie aan en die zijn de woning binnengegaan. Ze zijn er ongeveer een half uur geweest. Nadat de politie wegging, is hij samen met [geïntimeerde] de woning binnengegaan. Daar zag hij messen en scharen liggen, stukken planten en flesjes parfum. Hij heeft de dag erop camerabeelden van de (hof: onder de woning gelegen) winkel bekeken, samen met de winkelier en de politie. Hij zag op die beelden dat, zodra hij wegging naar zijn werk, een busje parkeerde op zijn plaats en dat uit dat busje een krat en vuilniszakken werden gehaald die naar boven werden gebracht.
- [getuige 3] , de wijkagent, heeft verklaard dat hij niet zelf bij het binnentreden van de woning was, maar dat hij wel de registratie heeft bekeken die door collega [getuige 5] hierover in het systeem was gezet. Die registratie hield in dat er een melding was binnengekomen dat mensen in en uit de woning liepen met zakken en/of dozen, dat de politie de woning is binnengetreden en dat zij daar enkele blaadjes van hennep hebben aangetroffen en attributen die gebruikt kunnen worden bij de hennepteelt.
- [getuige 5] , de hoofdagent die de woning op 17 oktober 2020 is binnengetreden, heeft verklaard dat er een melding kwam van een buurvrouw over mannen met tassen die de portiek uitliepen en dat het vermoeden was dat er sprake was van een hennepkwekerij. Zij zijn naar de woning gegaan. In de portiek omhoog naar de woning heeft zij een hennepgeur geroken. Ze hebben geprobeerd om via de deur de woning binnen te treden, maar ze zijn uiteindelijk via een raam aan de achterzijde naar binnen gegaan. De woning was heel erg leeg en het rook naar schoonmaakmiddel. Ze weet nog dat er een meubeltje op wielen stond en daar zag ze drie tot vijf blaadjes van een hennepplant liggen. Op de vraag of zij zeker weet dat om hennepblaadjes ging, heeft [getuige 5] geantwoord dat zij vanuit haar jarenlange ervaring als agent wel weet hoe een hennepblaadje eruit ziet.
- Op door [geïntimeerde] overgelegde foto’s van het nagenoeg lege interieur van de woning zijn onder andere wat plantenresten, een schaar en een flesje met olie te zien.
[geïntimeerde]de inboedel (kort voor de inval door de politie) zou hebben weggehaald.
.
7.Beslissing
- vernietigt het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag van 30 januari 2024, maar
- en in zoverre opnieuw rechtdoende: veroordeelt [appellant] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [geïntimeerde] te betalen een bedrag van € 4.336,29 ter zake gederfde huurinkomsten;
- bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter voor het overige;
- veroordeelt [appellant] in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van [geïntimeerde] begroot op € 5.682,-, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten als [appellant] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft betaald;
- bepaalt dat als [appellant] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en dit arrest vervolgens wordt betekend, [appellant] de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 98,-, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten als [appellant] deze niet binnen veertien dagen na betekening heeft betaald;
- verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst af wat in hoger beroep meer of anders is gevorderd.