ECLI:NL:GHDHA:2026:1919
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen terugwerkende kracht bij herziening sectorindeling volgens Wfsv
Belanghebbende, een onderneming die verkeersregelaars ter beschikking stelt, werd per beschikking van 19 mei 2023 met terugwerkende kracht vanaf 10 oktober 2022 ingedeeld in sector 45 (Zakelijke Dienstverlening III). Belanghebbende verzocht om herziening van deze sectorindeling met terugwerkende kracht tot 1 januari 2022, wat door de Inspecteur werd afgewezen. Het Gerechtshof Den Haag behandelde het hoger beroep tegen deze afwijzing.
Het Hof oordeelde dat op grond van artikel 97, lid 2, Wfsv de ingangsdatum van een gewijzigde sectorindeling niet vóór de datum van het verzoek kan liggen, tenzij uitzonderingen van lid 4 van toepassing zijn, die hier niet gelden. De wetgever heeft met deze regeling beoogd uitvoeringslasten te beperken en sectorshopping tegen te gaan, wat een legitiem en proportioneel doel is.
Belanghebbende stelde dat het niet met terugwerkende kracht herzien van de sectorindeling in strijd is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM (eigendomsgarantie) en het gelijkheidsbeginsel. Het Hof verwierp deze stellingen, omdat de regeling voldoende duidelijk, voorzienbaar en toegankelijk is, en belanghebbende geen individuele buitensporige last aannemelijk heeft gemaakt. Ook was onvoldoende onderbouwd dat andere bedrijven in een vergelijkbare situatie anders werden behandeld.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de beschikking van de Inspecteur bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de sectorindeling per 10 oktober 2022 bevestigd zonder terugwerkende kracht.