Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak en de beschikking in het kort
2.Het geding in hoger beroep
- een journaalbericht van de zijde van de moeder van 7 januari 2026 met bijlagen, ingekomen op diezelfde datum;
- een journaalbericht van de zijde van de moeder van 6 januari 2026 met bijlagen, ingekomen op 8 januari 2026;
- een journaalbericht van de zijde van de moeder van 19 januari 2026 met bijlagen, ingekomen op diezelfde datum;
- een journaalbericht van de zijde van de moeder van 20 januari 2026 met bijlage, ingekomen op diezelfde datum;
- een journaalbericht van de zijde van de vader van 21 januari 2026 met bijlagen, ingekomen op diezelfde datum.
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de vader (via een telefonische verbinding), bijgestaan door zijn advocaat en
- de bijzondere curator;
- de raad, vertegenwoordigd door [raadsvertegenwoordiger 1] en [raadsvertegenwoordiger 2] .
3.De feiten
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2025 te [geboorteplaats] (hierna: [minderjarige 1] ), en;
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2023 te [geboorteplaats] , Spanje (hierna: [minderjarige 2] ),
4.De omvang van het geschil
- het in eerste aanleg gedane verzoek tot teruggeleiding van de kinderen alsnog af te wijzen;
- het verzoek van de vader om de moeder te veroordelen in de door de vader gemaakte proceskosten, reis- en verblijfskosten af te wijzen, zowel ten aanzien van de kosten in eerste aanleg als ten aanzien van de kosten in hoger beroep.
5.De motivering van de beslissing
hertraumatisering van [minderjarige 1] . [minderjarige 1] heeft passende hulpverlening nodig die in Spanje niet beschikbaar is. Er zijn in Spanje onvoldoende adequate voorzieningen om de kinderen te beschermen. In Nederland heeft de moeder een netwerk om haar te ondersteunen wat zij niet heeft in Spanje. De hulpverlening die wel aanwezig is in Spanje is niet helpend door de taalbarrière die de moeder en de kinderen ervaren. De verwachte bescherming waar de rechtbank van uit lijkt te gaan in Spanje is dus feitelijk niet aanwezig. Verder is er in Spanje ook geen passend onderwijs voor [minderjarige 1] . Dit betekent dat [minderjarige 1] weer thuisonderwijs moet gaan volgen, wat niet in zijn belang is. Tot slot heeft de moeder in Spanje geen woning om naar terug te keren met de kinderen. Terugkeren naar de woning van de vader is geen optie en de moeder beschikt niet over de financiële middelen om zelf woonruimte te vinden. Een teruggeleiding van de kinderen naar Spanje zal zonder adequate bescherming van de kinderen een schending vormen van verschillende internationale verdragsbepalingen, waaronder artikel 8 Europees Pro Verdrag voor de Rechten van de Mens, artikel 19 Internationaal Pro Verdrag voor de Rechten van het Kind en artikel 31 van Pro de Istanbul-conventie.
23 februari 2026 dient terug te brengen naar Spanje. Indien de moeder nalaat de kinderen terug te brengen naar Spanje beveelt het hof dat de moeder de kinderen met de benodigde geldige reisdocumenten aan de vader zal afgeven uiterlijk op 23 februari 2026, zodat de vader de kinderen zelf mee terug kan nemen naar Spanje.
6.De beslissing
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2025 te [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2023 te [geboorteplaats] , Spanje;