Werknemer trad op 1 februari 2024 in dienst bij Republic M op basis van een tijdelijke arbeidsovereenkomst van zeven maanden. Na diverse conflicten, waaronder een onterechte ontslag op staande voet en onregelmatigheden rond ziekteverzuim en salarisbetalingen, besloot Republic M de arbeidsovereenkomst niet te verlengen. Werknemer stelde dat dit het gevolg was van ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever en vorderde een billijke vergoeding, nabetalingen en een correcte jaaropgave.
De kantonrechter wees deze vorderingen grotendeels af, waarna werknemer in hoger beroep ging. Het hof beoordeelde of het niet verlengen van de arbeidsovereenkomst te wijten was aan ernstig verwijtbaar handelen van Republic M. Hoewel de werkgever fouten maakte, zoals het niet tijdig betalen van salaris en het onterecht ontslag op staande voet, was het hof van oordeel dat het niet verlengen vooral te wijten was aan onvoldoende functioneren van werknemer en een vertrouwensbreuk.
Daarnaast werd vastgesteld dat de werkgever reeds een nabetaling had verricht die door werknemer niet kon worden weersproken. De vordering tot een correcte jaaropgave werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing, maar de werkgever werd wel veroordeeld tot het verstrekken van een deugdelijke specificatie van de nabetalingen. De beschikking van de kantonrechter werd bekrachtigd, met compensatie van de proceskosten.