Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de stukken van de procedure bij de kantonrechter in de rechtbank Den Haag (hierna: de kantonrechter);
- het vonnis van de kantonrechter van 22 april 2025 (hierna: het vonnis);
- de dagvaarding van 21 juli 2025, waarmee [appellant] in hoger beroep is gekomen van het vonnis;
- het arrest van dit hof van 14 oktober 2025, waarin een mondelinge behandeling is gelast;
- de formulieren waarmee partijen toelating tot de Second Opinion-procedure hebben verzocht.
3.Beoordeling van het hoger beroep volgens de Second Opinion-procedure
4.Beslissing
- bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag van 22 april 2025;
- veroordeelt [appellant] in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van [geïntimeerde] begroot op € 1.005,-;
- bepaalt dat als [appellant] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en dit arrest vervolgens wordt betekend, [appellant] de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 92,-;
- verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad.