Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 6 februari 2025, waarmee de Staat in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag van 7 november 2024, met daarin de grieven van de Staat;
- de memorie van antwoord van [geïntimeerde] , met bijlagen;
- de akte uitlaten memorie van de Staat;
- de antwoordakte na memories van [geïntimeerde] .
3.Feitelijke achtergrond
machtigt gevolmachtigde[hof: [geïntimeerde] ]
om bezwaar, administratief beroep, beroep bij de (kantonrechter van de) rechtbank, hoger beroep en beroep in cassatie bij de Hoge Raad in te stellen teneinde de volmachtgever betreffende bestuursrechtelijke besluiten herroepen of vernietigd te doen krijgen.
4.Procedure bij de rechtbank
5.Vordering in hoger beroep
6.Beoordeling in hoger beroep
Juridisch kader Wahv; is sprake van een beschikking als bedoeld in artikel 13a Wahv?
de uitbetalingvan de proceskostenvergoeding, maar niet op de vordering ter zake de proceskostenvergoeding als zodanig, doet – wat er van die stelling verder ook zij – niet af aan de vaststelling dat de vordering pas ontstaat nadat die door de kantonrechter of de officier van justitie is vastgesteld.
fair balance(een redelijk evenwicht) tussen (a) het algemeen belang dat wordt gediend met de eigendomsinmenging aan de ene kant en (b) de bescherming van het eigendomsrecht van de betrokkene aan de andere kant. Met andere woorden: de eigendomsinmenging moet proportioneel zijn en er mag geen individuele en buitengewone last rusten op de persoon wiens eigendom in het geding is. Dit geldt zowel voor de ontneming van eigendom als voor de regulering van eigendom, en voor gevallen waarin die grens niet duidelijk valt te trekken.
fair balancete vinden tussen het algemeen belang en het belang van [geïntimeerde] . [geïntimeerde] werkt ook niet uit waarom die
fair balancewel is geschonden.
no cure no paykan bijstaan. Dat is echter niet zijn belang, maar het belang van zijn cliënten. Overigens is niet goed in te zien waarom het recht op toegang tot de rechter op ontoelaatbare wijze wordt beperkt wanneer de proceskostenvergoeding wordt betaald aan de rechthebbende, die toegang tot de rechter zoekt.
7.Beslissing
- vernietigt het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag van 7 november 2024;
- wijst de vorderingen van [geïntimeerde] af;
- veroordeelt [geïntimeerde] tot terugbetaling van hetgeen de Staat op basis van het vernietigde vonnis aan hem heeft voldaan, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van betaling tot aan de dag van terugbetaling aan de Staat;
- veroordeelt [geïntimeerde] in de kosten van het geding in eerste aanleg, aan de zijde van de Staat begroot op € 238,-, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten als [geïntimeerde] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft betaald;
- veroordeelt [geïntimeerde] in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van de Staat begroot op € 2.529,45, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten als [geïntimeerde] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft betaald;
- bepaalt dat als [geïntimeerde] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en dit arrest vervolgens wordt betekend, [geïntimeerde] de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 98,-, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten als de Staat/ [geïntimeerde] deze niet binnen veertien dagen na betekening heeft betaald;
- verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst af wat in hoger beroep meer of anders is gevorderd.