Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 14 januari 2026
[X] te [Z] , belanghebbende,
Procesverloop
Feiten
Oordeel van de Rechtbank
Waarde van de woning
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende is eigenaar van een hoekwoning uit 1933 met diverse aanbouwen en een perceel van circa 212 m2. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde per 1 januari 2021 vast op €411.000 voor het kalenderjaar 2022. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze waarde en de daaraan gekoppelde aanslagen, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard. Vervolgens stelde belanghebbende beroep in bij de Rechtbank, die eveneens het beroep ongegrond verklaarde.
In hoger beroep betoogde belanghebbende dat de waarde te hoog was vastgesteld, onder meer vanwege een slechte ligging door nabijgelegen industrie, geluidsoverlast, privacyverlies en een spoorlijn op 150 meter afstand. Ook stelde hij dat de woning matig geïsoleerd is, wat een waardedrukkend effect zou moeten hebben. Het hof oordeelde dat de heffingsambtenaar de waarde op juiste wijze had bepaald met behulp van een systematische vergelijkingsmethode, waarbij rekening was gehouden met de ligging, isolatie en andere relevante factoren.
Het hof wees het waarderapport van belanghebbende af wegens onvoldoende onderbouwing en gebrek aan vergelijkbaarheid. De waarde van €411.000 werd als niet te hoog vastgesteld beschouwd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de WOZ-waarde van €411.000 en verklaart het hoger beroep ongegrond.