Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 29 januari 2026
[X] te [Z] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
Procesverloop
Feiten
€ 6.360-/-
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende maakte beroep op de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) voor de schenking van aandelen in een nieuw opgerichte vennootschap, die was ontstaan na een juridische splitsing van Holding BV. Moeder van belanghebbende had 49% van de aandelen in Holding BV en verkreeg na het overlijden van vader het resterende 51% aandelenbelang. Vervolgens schonk moeder alle aandelen in de nieuwe BV aan belanghebbende.
De Inspecteur legde een aanslag schenkbelasting op waarbij de BOR slechts werd toegepast op 49% van de aandelen, omdat moeder het 51%-aandelenpakket niet onafgebroken vijf jaar in bezit had gehad. De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het Gerechtshof bevestigde dit oordeel in hoger beroep.
Het Hof oordeelde dat de tekst en systematiek van de Successiewet 1956 duidelijk maken dat voor elk deel van het aandelenbelang afzonderlijk de bezitstermijn van vijf jaar geldt. De verkrijging van het 51%-pakket via erfrecht binnen vijf jaar voorafgaand aan de schenking leidt tot een nieuwe bezitstermijn. Doel en strekking van de wet, gericht op het voorkomen van misbruik, ondersteunen deze uitleg. Ook de Uitvoeringsregeling en het BOR-besluit bieden geen grond voor een afwijkende toepassing.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag schenkbelasting wordt bevestigd.