Belanghebbende, houdster van alle aandelen in een Braziliaanse deelneming, ontving in 2019 en 2020 bruto inkomens uit de deelneming die in Brazilië werden gekwalificeerd als Interest on Net Equity (IoNE). De Inspecteur paste een tax sparing credit van 20% toe, gebaseerd op de kwalificatie van IoNE als interest volgens het belastingverdrag Nederland-Brazilië. De Rechtbank oordeelde echter dat de IoNE voor de jaren 2019 en 2020 als dividend kwalificeert, waardoor een hogere tax sparing credit van 25% van toepassing is.
De Rechtbank stelde dat het MAP-besluit uit 2022, waarin IoNE als interest wordt aangemerkt, niet met terugwerkende kracht geldt en dat de onduidelijkheid over de kwalificatie van IoNE in die jaren in het voordeel van belanghebbende moet worden uitgelegd. Het Gerechtshof bevestigde dit oordeel en overwoog dat de Nederlandse belastingwetgeving IoNE-uitkeringen als inkomsten uit aandelen aanmerkt, mede vanwege de civielrechtelijke kenmerken van IoNE. De kwalificatie van de bronstaat Brazilië als interest is niet doorslaggevend.
Het Hof verwierp het standpunt van de Inspecteur dat het MAP-besluit bindend is voor de jaren 2019 en 2020 en oordeelde dat de IoNE niet gelijkgesteld kan worden met inkomsten uit geldleningen. De aanslagen vennootschapsbelasting voor 2019 en 2020 worden dienovereenkomstig verminderd en de Inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten.