Uitspraak
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- een journaalbericht van de zijde van de man (met bijlage) van 8 januari 2024, ingekomen op 9 januari 2024;
- een journaalbericht van de zijde van de vrouw (met bijlage) van 23 februari 2024, ingekomen op diezelfde datum;
- een brief van de zijde van de vrouw houdende een aanvulling van het verzoek in incidenteel hoger beroep (met bijlagen) van 25 september 2024, ingekomen op 26 september 2024;
- een brief van de zijde van de vrouw (met bijlage), van 10 januari 2025, ingekomen op 14 januari 2025;
- een brief van de zijde van de man (met bijlagen) van 27 januari 2025, ingekomen op 27 januari 2025.
3.De feiten
- [zoon van de man] geboren op [geboortedatum] 2006;
- [dochter van de man] geboren op [geboortedatum] 2009.
- bepaald dat het minderjarige kind van partijen aan de vrouw wordt toevertrouwd, met bevel tot afgifte van de minderjarige aan de vrouw, als deze niet al in de macht van de vrouw mocht zijn;
- bepaald dat de man en de minderjarige in het kader van de regeling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken eenmaal in de zes weken omgang hebben met elkaar, in onderling overleg te bepalen op welke dag, waarbij de man de minderjarige ophaalt en terugbrengt, alsmede dat zij wekelijks op maandag, woensdag en vrijdag telefonisch contact hebben om 18:30 uur (Nederlandse tijd);
- de afspraak tussen partijen opgenomen, dat bij de omgangsmomenten tussen de man en de minderjarige de vrouw niet aanwezig is.
4.De omvang van het geschil
- de echtscheiding tussen partijen uitgesproken;
- bepaald dat [de minderjarige] haar hoofdverblijfplaats bij de vrouw heeft;
- bepaald dat de man € 480,- per maand kinderalimentatie aan de vrouw moet betalen, met ingang van de dag van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand;
- bepaald dat de man € 2.000,- per maand partneralimentatie aan de vrouw moet betalen met ingang van de dag van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand;
- bepaald dat de vrouw huurster zal zijn van de woning aan het adres [adres] met ingang van de dag waarop de beschikking tot echtscheiding is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.