ECLI:NL:GHDHA:2025:381
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- I. Reijngoud
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- W. de Wit
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag parkeerbelasting ondanks partiële onverbindendverklaring Verordening
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd voor parkeren zonder betaling op 8 september 2022 in Leiden, bestaande uit €0,10 parkeerbelasting en €66,60 kosten naheffing. Belanghebbende maakte bezwaar tegen de naheffingsaanslag en stelde dat de kosten in de Verordening (€66,60) het wettelijk maximum van €66,50 overschreden, waardoor de Verordening onverbindend zou zijn.
De Heffingsambtenaar verminderde de naheffingsaanslag bij bezwaar met €0,10 tot €66,50. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat de feitelijke kosten niet hoger waren dan het wettelijk maximum. Belanghebbende ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
Het Hof oordeelde dat de overschrijding van €0,10 in de Verordening inderdaad onverbindend is, maar slechts partieel. Het Hof verklaarde het bedrag van €66,60 buiten toepassing en stelde het wettelijk maximum van €66,50 in de plaats. Omdat de naheffingsaanslag al was verminderd tot dit bedrag, was geen verdere vermindering nodig. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag bevestigd na partiële onverbindendverklaring van de Verordening.