ECLI:NL:GHDHA:2025:2832

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
24 december 2025
Publicatiedatum
18 januari 2026
Zaaknummer
22-003055-24
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bankhelpdeskfraude met aanzienlijke schade aan slachtoffers

In deze zaak heeft het Gerechtshof Den Haag op 24 december 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen een vonnis van de rechtbank Rotterdam. De verdachte, geboren in 1994, werd beschuldigd van bankhelpdeskfraude, waarbij hij samen met mededaders zeven slachtoffers heeft opgelicht voor een totaalbedrag van bijna € 150.000. De feiten vonden plaats tijdens een schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte, die eerder was veroordeeld voor soortgelijke feiten. De verdachte heeft zich voorgedaan als bankmedewerker en heeft slachtoffers misleid door hen te laten geloven dat hun banktegoed in gevaar was. Hij heeft hen vervolgens aangezet tot het installeren van een remote desktop tool, waardoor hij toegang kreeg tot hun bankrekeningen. Het hof heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 9 maanden, met een hoofdelijk toewijzing van schadevergoeding aan de bank en een schadevergoedingsmaatregel. De vordering tot smartengeld van een van de slachtoffers werd niet toegewezen, terwijl de vordering van een andere benadeelde partij tot schadevergoeding van € 149.404,00 werd toegewezen. Het hof heeft de ernst van de feiten en de impact op de slachtoffers in overweging genomen bij het bepalen van de strafmaat.

Uitspraak

Rolnummer: 22-003055-24
Parketnummer: 10-098345-23
Datum uitspraak: 24 december 2025
TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 29 augustus 2024 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,
BRP-adres: [verblijfplaats].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden. De inbeslaggenomen voorwerpen zijn verbeurdverklaard en de vorderingen tot schadevergoeding zijn toegewezen, onder oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, zoals opgenomen in het vonnis waarvan beroep.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
1.
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 13 juni 2022 tot en met 30 juni 2022 te Schoondijke en/of Etten-Leur en/of Terneuzen en/of Epse en/of Helmond en/of Deventer en/of Goes en/of 's-Gravenhage, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans éénmaal met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door één of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels
[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8],
(telkens) heeft bewogen tot
- afgifte van (een) bankpas(sen) en/of (een) digipas(sen) en/of (een) pincode(s) en/of inloggegeven(s) (behorende bij de bankrekening(en)) van die van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] (€ 8351,=) en/of [slachtoffer 3] (€ 186.500,=) en/of [slachtoffer 4] (€ 44.579,44) en/of [slachtoffer 5] (€ 3.000,=) en/of [slachtoffer 6] (€ 14.700,=) en/of [slachtoffer 7] (€ 4.900,=) en/of [slachtoffer 8] (€ 5.213,=) en/of
- overboeken en/of afgifte van één of meer geldbedrag(en) (totaal ongeveer € 300.327,44) , in elk geval enig goed, (al dan niet met behulp van ([bank]-)scanner/random reader) en/of door voornoemde slachtoffers te bewegen één of meer overboekingen goed te keuren met behulp van ([bank]-) scanner/random reader)
hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar (telkens) met voren omschreven oogmerk - zakelijk weergegeven -- valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid meermalen, althans éénmaal, (telkens)
- zich (telefonisch) (met behulp van spoofing van (een) telefoonnummer(s)) voorgedaan als (een) bonafide bankmedewerker(s) van de [bank], althans een bank, met de mededeling dat er frauduleuze handelingen werden verricht op de bankrekening(en) van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8], en het geld op die bankrekening(en) moest worden veiliggesteld, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of (vervolgens)
- verzocht aan die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] om het softwareprogramma 'Anydesk' te downloaden op zijn/haar/hun computer(s), als zijnde dat een antivirusprogramma (maar in werkelijkheid een remote access tool is), waardoor verdachte en/of zijn mededader(s) de computer(s) van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] kon(den) overnemen en/of (vervolgens)
- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] laten inloggen op zijn/haar/hun bankrekening(en) en/of (vervolgens)
- ( digitaal) één of meerdere geldbedrag(en) over te maken/over te boeken naar bankrekeningen van derden (niet zijnde bankrekeningen om het geld van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] veilig te stellen), waardoor die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of[slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte.
2.
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 13 juni 2022 tot en met 30 juni 2022 te Schoondijke en/of Etten-Leur en/of Terneuzen en/of Epse en/of Helmond en/of Deventer en/of Goes en/of 's-Gravenhage, althans in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans éénmaal,
(telkens) opzettelijk en wederrechtelijk in een (gedeelte van) één of meer geautomatiseerd(e) werk(en), te weten
- een server en/of netwerk van de [bank] en/of een andere bank en/of
- een server en/of netwerk in gebruik bij de [bank] en/of een andere bank en/of
- een server en/of netwerk die de bancaire omgeving host van aangever(s)
[slachtoffer 1] en/of
[slachtoffer 2] en/of
[slachtoffer 3] en/of
[slachtoffer 4] en/of
[slachtoffer 5] en/of
[slachtoffer 6] en/of
[slachtoffer 7] en/of
[slachtoffer 8],
is binnengedrongen,
a. door het doorbreken van een beveiliging,
b. door een technische ingreep,
c. met behulp van valse signalen of een valse sleutel,
d. door het aannemen van een valse hoedanigheid,
althans is binnengedrongen
te weten door
(telefonisch) contact op te (laten) nemen met voornoemde aangevers, daarbij gebruikmakend van een valse hoedanigheid als medewerker (van de fraudedesk) van voornoemde [bank] en/of van voornoemde andere bank en/of (vervolgens)
in dit/deze (telefonische) gesprek(ken) voornoemde aangever(s) voor te houden dat geld was afgeschreven en/of gepoogd werd af te schrijven van zijn/haar/hun bankrekening(en) en dat zij hem, verdachte en/of zijn mededader(s) (in hun valse hoedanigheid) moest(en) helpen met het annuleren van de overboeking en/of enig geldbedrag op een zogenaamde ?kluisrekening? moesten zetten en/of op een andere wijze voornoemde aangever(s) voor te houden dat er een probleem was met zijn/haar/hun (een) bankrekening(en) en/of bankpas(sen) en dat hij, verdachte en/of zijn medeverdachte(s), hem/haar/hen zou helpen met het probleem en/of (vervolgens)
voornoemde aangevers te bewegen tot het installeren van het (computer)programma 'AnyDesk' (een remote desktop toolprogramma) (en/of als zijnde dat een antivirusprogramma), op de computer(s) van die aangever(s) en/of (vervolgens)
voornoemde aangevers te instrueren verdachte en/of zijn medeverdachten de controle over zijn/haar/hun computer te geven middels voornoemd computerprogramma 'AnyDesk,', althans een remote desktop tool programma, waardoor verdachte en/of medeverdachten toegang kregen tot de internetbankierenomgeving en/of bankrekening(en) van voornoemde aangever(s) en/of (vervolgens)
via de bankrekeningen van voornoemde aangever(s) diverse af- en/of overschrijvingen te doen naar één of meer andere (bank)rekening(en) (dan die van voornoemde aangevers) en/of voornoemde aangevers te instrueren geld over te boeken naar één of meerdere (bank)rekeningen die in werkelijkheid onder controle stonden van verdachte en/of zijn mededader(s) en/of van die bankrekening(en) de limiet(en) te wijzigen.
Vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden.
Het vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt.
Hoewel de bezwaren van de verdachte tegen het vonnis uitsluitend zien op de beslissing omtrent de straftoemeting, zijn in hoger beroep alle vragen van de artikelen 348 en 350 van het Wetboek van Strafvordering – waaronder dus de bewijsvraag – aan het oordeel van het hof onderworpen. Het hof komt – ambtshalve – tot een op onderdelen andere bewezenverklaring dan de rechtbank. Vaststaat dat alle door de rechtbank in de bewezenverklaring genoemde aangevers zijn opgelicht door de verdachte en zijn mededaders. De verdachte en zijn mededaders gebruikten daarvoor twee verschillende modi operandi. Een deel van de aangevers werd geïnstrueerd om ‘Anydesk’ te installeren, zodat de verdachte en zijn mededaders toegang konden krijgen tot de internetbankierenomgeving van de aangevers. Bij een ander deel van de aangevers werd een zogenaamde koerier langs gestuurd, aan wie zij hun bankpas overhandigden. Dit onderscheid naar werkwijze komt in de bewezenverklaring van de rechtbank onvoldoende en niet geheel juist tot uitdrukking.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
1.
hij op
één of meertijdstippen in
of omstreeksde periode van 13 juni 2022 tot en met 30 juni 2022 te Schoondijke,
en/ofEtten-Leur,
en/ofTerneuzen,
en/ofEpse,
en/ofHelmond,
en/ofDeventer,
en/ofGoes en
/of's-Gravenhage,
althans in Nederland,tezamen en in vereniging met
een ander ofanderen,
althans alleen,meermalen,
althans éénmaalmet het oogmerk om zich en
/of (een)ander
(en
)wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam,
en/ofeen valse hoedanigheid,
en/ofdoor
eenof meerlistige
kunstgreepen
/ofdoor een samenweefsel van verdichtsels
[slachtoffer 1] en
/of[slachtoffer 2] en
/of[slachtoffer 3] en
/of[slachtoffer 4] en
/of[slachtoffer 5] en
/of[slachtoffer 6] en
/of[slachtoffer 7] en
/of[slachtoffer 8],
(telkens) heeft bewogen tot
- afgifte van
(een)bankpas
(sen
),
en/of (een) digipas(sen),en
/of (een)pincode
(s
) en/of inloggegeven(s)(behorende bij de bankrekening
(en
)) van die van die [slachtoffer 1],
en/of [slachtoffer 2] (€ 8351,=) en/of [slachtoffer 3] (€ 186.500,=) en/of [slachtoffer 4] (€ 44.579,44) en/of[slachtoffer 5]
(€ 3.000,=) en/of [slachtoffer 6] (€ 14.700,=) en/of [slachtoffer 7] (€ 4.900,=)en
/of[slachtoffer 8]
(€ 5.213,=)en/of
- overboeken en/of afgifte van één of meer geldbedrag(en)
(totaal ongeveer € 300.327,44) , in elk geval enig goed,(al dan niet met behulp van ([bank]-)scanner/random reader) en/of door
voornoemde slachtoffersdie [slachtoffer 2], [slachtoffer 3], [slachtoffer 4], [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7]te bewegen één of meer overboekingen goed te keuren met behulp van ([bank]-) scanner/random reader)
hebbende verdachte en
/ofzijn mededader
(s
)toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven – valselijk,
en/oflistiglijk,
en/ofbedrieglijk en
/ofin strijd met de waarheid meermalen,
althans éénmaal,(telkens)
- zich (telefonisch) (met behulp van spoofing van (een) telefoonnummer(s)) voorgedaan als (een) bonafide bankmedewerker(s) van de [bank],
althans een bank,met de mededeling dat er frauduleuze handelingen werden verricht op de bankrekening
(en
)van die [slachtoffer 1],
en/of[slachtoffer 2],
en/of[slachtoffer 3],
en/of[slachtoffer 4],
en/of[slachtoffer 5],
en/of[slachtoffer 6],
en/of[slachtoffer 7] en
/of[slachtoffer 8], en
dathet geld op die bankrekening
(en
)moest worden veiliggesteld, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en
/of(vervolgens)
- verzocht aan die [slachtoffer 2],
en/of[slachtoffer 3],
en/of[slachtoffer 4],
en/of [slachtoffer 5] en/of[slachtoffer 6] en
/of[slachtoffer 7]
en/of [slachtoffer 8]om het softwareprogramma 'Anydesk' te downloaden op
zijn/haar/hun computer
(s
), als
warezijndedat een antivirusprogramma (maar in werkelijkheid
zijndeeen remote access tool), waardoor verdachte en
/ofzijn mededader
(s
)de computer
(s
)van die [slachtoffer 2],
en/of[slachtoffer 3],
en/of[slachtoffer 4],
en/of [slachtoffer 5] en/of[slachtoffer 6] en
/of[slachtoffer 7]
en/of [slachtoffer 8]kon
(den
)overnemen en
/of(vervolgens)
- die [slachtoffer 2],
en/of[slachtoffer 3],
en/of[slachtoffer 4],
en/of [slachtoffer 5] en/of[slachtoffer 6]
,en
/of[slachtoffer 7]
en/of [slachtoffer 8]laten inloggen op
zijn/haar/hun bankrekening
(en
)en
/of(vervolgens)
- ( digitaal) één of meerdere geldbedrag(en)
over te maken/over te boeken naar bankrekeningen van derden (niet zijnde bankrekeningen
om het geldvan die [slachtoffer 2],
en/of[slachtoffer 3],
en/of[slachtoffer 4]
en/of [slachtoffer 5] en/of[slachtoffer 6]
,en
/of[slachtoffer 7]
en/of [slachtoffer 8] veilig te stellen), waardoor die [slachtoffer 1],
en/of[slachtoffer 2],
en/of[slachtoffer 3],
en/of[slachtoffer 4],
en/of[slachtoffer 5],
en/of[slachtoffer 6],
en/of[slachtoffer 7] en
/of[slachtoffer 8] (telkens) werd
(en
)bewogen tot bovenomschreven afgifte.
2.
hij op
één of meertijdstip
(pen
)in
of omstreeksde periode van 13 juni 2022 tot en met 30 juni 2022 te Schoondijke,
en/ofEtten-Leur,
en/ofTerneuzen,
en/ofEpse,
en/ofHelmond,
en/ofDeventer,
en/ofGoes en
/of's-Gravenhage, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met
een ander ofanderen,
althans alleen,meermalen,
althans éénmaal,
(telkens
)opzettelijk en wederrechtelijk in een (gedeelte van) één of meer geautomatiseerd(e) werk(en), te weten
- een server en/of netwerk van de [bank] en/of een andere bank en/of
- een server en/of netwerk in gebruik bij de [bank] en/of een andere bank en/of
- een server en/of netwerk die
/datde bancaire omgeving host van aangever
(s
)
[slachtoffer 1] en/of
[slachtoffer 2] en
/of
[slachtoffer 3] en
/of
[slachtoffer 4] en
/of
[slachtoffer 5]
en/of
[slachtoffer 6] en
/of
[slachtoffer 7]
en/of
[slachtoffer 8],
is binnengedrongen,
a. door het doorbreken van een beveiliging,
b. door een technische ingreep,
c. met behulp van valse signalen of een valse sleutel,
d. door het aannemen van een valse hoedanigheid,
althans is binnengedrongen
te weten door
(telefonisch
)contact op te
(laten)nemen met voornoemde aangevers, daarbij gebruikmakend van een valse hoedanigheid als medewerker (van de fraudedesk) van
voornoemde [bank]
en/of van voornoemde andere banken
/of(vervolgens
)
in
dit/deze
(telefonische
)gesprek
(ken
)voornoemde aangever
(s
)voor te houden dat geld was afgeschreven en/of gepoogd werd af te schrijven van
zijn/haar/hun bankrekening
(en
)en dat zij hem, verdachte en/of zijn mededader
(s
)(in hun valse hoedanigheid) moest
(en
)helpen met het annuleren van de overboeking en/of enig geldbedrag op een zogenaamde ‘kluisrekening’ moesten zetten en/of op een andere wijze voornoemde aangever
(s
)voor te houden dat er een probleem was met
zijn/haar/hun
(een)bankrekening
(en
)en/of bankpas
(sen
)en dat hij, verdachte en/of zijn medeverdachte
(s
),
hem/haar/hen zou helpen met het probleem en/of (vervolgens) voornoemde aangevers te bewegen tot het installeren van het (computer)programma 'AnyDesk' (een remote desktop toolprogramma) (
en/ofals
warezijndedat een antivirusprogramma), op de computer
(s
)van die aangever
(s
)en
/of(vervolgens)
voornoemde aangevers te instrueren verdachte en/of zijn medeverdachten de controle over
zijn/haar/hun computer te geven middels voornoemd computerprogramma 'AnyDesk,',
althans een remote desktop tool programma,waardoor verdachte en/of medeverdachten toegang kregen tot de internetbankierenomgeving
en/of bankrekening(en)van voornoemde aangever
(s
)en
/of(vervolgens)
via de bankrekeningen van voornoemde aangever
(s
)diverse
af- en/ofoverschrijvingen te doen naar
één of meerandere
(bank
)rekening
(en
) (dan die van voornoemde aangevers
)en/of voornoemde aangevers te instrueren geld over te boeken naar één of meerdere
(bank
)rekeningen die in werkelijkheid onder controle stonden van verdachte en/of zijn mededader
(s
)en/of van d
ie bankrekening
(en
)van voornoemde aangeversde limiet
(en
)te wijzigen.
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewijsvoering
Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.
In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:

medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd.

Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:

medeplegen van computervredebreuk, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
Strafmotivering
Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan bankhelpdeskfraude, bestaande uit oplichting en computervredebreuk. In een periode van ruim twee weken heeft hij, samen met zijn mededaders, zeven slachtoffers gemaakt en die een schadelast van in totaal bijna anderhalve ton tot gevolg heeft gehad aan schade toegebracht. De verdachte speelde hierbij een cruciale rol: hij was degene die de slachtoffers opbelde, zich voordeed als bankmedewerker, hun vertrouwen won en hun vervolgens wijsmaakte dat hun banktegoed in gevaar was en zij actie moesten ondernemen. Niet zelden was de verdachte urenlang met een slachtoffer in gesprek. De slachtoffers waren bewust uitgezocht op hun gevorderde leeftijd. Daarvan was de verdachte zich bewust en hij heeft in zijn gesprekken met de slachtoffers de verhoogde kwetsbaarheid en het door hem uitgelokte vertrouwen in zijn ogenschijnlijk beste bedoelingen meedogenloos uitgebuit.
De slachtoffers zijn door hun bank schadeloos gesteld, dus financieel nadeel hebben zij uiteindelijk niet ondervonden. De bank uiteraard wel. Voor deze vorm van fraude geldt bovendien dat het vertrouwen van de slachtoffers in anderen én in zichzelf vaak ernstig wordt geschaad als het besef doordringt dat en hoe zij zijn opgelicht. Dikwijls kampen zij met gevoelens van angst, stress en schaamte. Meer in algemene zin geldt dat met deze vorm van fraude het vertrouwen dat door de samenleving moet kunnen worden gesteld in het gedigitaliseerde betalingsverkeer en bankwezen, wordt ondermijnd. De verdachte heeft zich van dit alles niets aangetrokken en zich uitsluitend laten leiden door geldelijk gewin.
De ernst van de feiten, waarbij het hof tevens het benadelingsbedrag en het aantal slachtoffers betrekt, rechtvaardigt in beginsel oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden.
Vervolgens dient te worden nagegaan of de persoon van de verdachte of zijn persoonlijke omstandigheden invloed hebben op de strafoplegging en zo ja, in welke mate.
Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 25 november 2025, waaruit blijkt dat de verdachte onherroepelijk tot gevangenisstraf is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke feiten. Deze veroordeling dateert echter van na de thans bewezenverklaarde feiten en weegt als zodanig dus niet in het nadeel van de verdachte.
De verdachte heeft naar voren gebracht – en met stukken onderbouwd – dat hij na het plegen van de bewezenverklaarde feiten en na het uitzitten van voormelde gevangenisstraf zijn leven een wending ten goede heeft gegeven. Hij heeft werk, zijn werkgever is tevreden over hem, hij gaat samenwonen met zijn vriendin met wie hij een paar maanden geleden een kind heeft gekregen en hij heeft afstand genomen van zijn negatieve sociale netwerk. Het hof heeft oog voor deze positieve ontwikkelingen en ziet hierin reden om de op te leggen gevangenisstraf te matigen, om deze ontwikkelingen niet al te zeer te doorkruisen.
Anders dan door en namens de verdachte is verzocht, leiden deze positieve ontwikkelingen er echter niet toe dat het hof zal afzien van oplegging van een gevangenisstraf. Oplegging van een taakstraf, zoals is verzocht, zou naar het oordeel van het hof onvoldoende recht doen aan de ernst van de feiten. Daarbij weegt het hof ook mee dat de verdachte de feiten heeft begaan tijdens de schorsing van een voorlopige hechtenis uit hoofde van de verdenking van soortgelijke feiten, waarvoor hij nadien onherroepelijk is veroordeeld. De verdachte was dus al indringend, namelijk door vrijheidsbeneming, geconfronteerd met de negatieve gevolgen van dergelijk delictgedrag, maar heeft niettemin de keuze gemaakt om andermaal in dat gedrag te vervallen. Tot slot overweegt het hof dat niet aannemelijk is geworden dat de op te leggen gevangenisstraf de positieve ontwikkelingen in het leven van de verdachte geheel teniet zou doen.
Het hof is - alles afwegende - van oordeel dat een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden, zoals ook door de rechtbank was opgelegd - een passende en geboden reactie vormt.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet.
Beslag
Van de inbeslaggenomen Macbook, volgens opgave van de verdachte aan hem toebehorend, zal het hof de verbeurdverklaring gelasten. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij deze Macbook heeft betaald met de opbrengsten van de bewezenverklaarde feiten. Daarmee is de Macbook een voorwerp dat uit de baten van het strafbare feit is verkregen, als bedoeld in artikel 33a, lid 1, onder a, van het Wetboek van Strafrecht. Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.
De overige inbeslaggenomen voorwerpen, een Lenovo tablet en een Iphone, zullen worden teruggegeven aan de verdachte. Niet kan worden vastgesteld dat de bewezenverklaarde feiten met behulp van deze voorwerpen zijn begaan, noch dat zij uit de baten van de bewezenverklaarde feiten zijn verkregen. Evenmin kan worden gezegd dat het ongecontroleerde bezit van deze voorwerpen in strijd is met de wet of het algemeen belang.
Vordering tot schadevergoeding [slachtoffer 7]
In het onderhavige strafproces heeft [slachtoffer 7] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 1 en 2 tenlastegelegde, tot een bedrag van € 500,00.
In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag € 500,00.
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte betwist.
Het hof overweegt als volgt. De benadeelde partij heeft gesteld dat hij lijdt aan lichamelijke en psychische klachten, bestaande in slapeloosheid ‘en andere geestelijke klachten’. Een nadere onderbouwing ontbreekt. Het hof is van oordeel dat de benadeelde partij daarmee onvoldoende heeft gesteld om van een aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ in de zin van artikel 6:106, aanhef en onder b, van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) te kunnen spreken. Hoewel het onder 1 en 2 bewezenverklaarde impact op de benadeelde partij zal hebben gehad is het hof – anders dan de rechtbank – van oordeel dat de aard en de ernst van de normschending en de nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde niet zozeer voor de hand liggen dat een aantasting in de persoon ook zonder nadere onderbouwing kan worden aangenomen. Daarmee is onvoldoende gebleken van een grondslag voor toekenning van immateriële schadevergoeding. De benadeelde partij de gelegenheid geven de vordering nader te onderbouwen, zou het strafproces onevenredig belasten. Het hof zal dan ook bepalen dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Vordering tot schadevergoeding [slachtoffer 9]
In het onderhavige strafproces heeft [slachtoffer 9] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 1 en 2 bewezenverklaarde, tot een bedrag van € 149.404,00.
In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag van € 149.404,00.
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte betwist, in die zin dat is aangevoerd dat de verdachte als een van de acht deelnemers aan de bewezenverklaarde feiten slechts voor een achtste deel van de schade aansprakelijk is.
Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat de gestelde materiële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde. De verdediging heeft de gestelde schadeposten, bestaande enerzijds uit de schadeloosstelling door de bank van haar door oplichting gedupeerde klanten en anderzijds uit onderzoekskosten, niet betwist. Naar het oordeel van het hof is de verdachte voor het gehele schadebedrag aansprakelijk. Het hof overweegt daartoe als volgt.
Artikel 6:166, lid 1 BW bepaalt dat indien één van tot een groep behorende personen onrechtmatig schade toebrengt en de kans op het aldus toebrengen van schade deze personen had behoren te weerhouden van hun gedragingen in groepsverband, zij hoofdelijk aansprakelijk zijn indien deze gedragingen hun kunnen worden toegerekend.
Blijkens de wetsgeschiedenis voorziet deze bepaling in een individuele aansprakelijkheid van tot een groep behorende personen (deelnemers) voor onrechtmatig vanuit de groep toegebrachte schade. De mate van betrokkenheid van de afzonderlijke deelnemers bij het onrechtmatig handelen is niet van belang. Deze individuele aansprakelijkheid vindt haar rechtvaardiging in een ieders bijdrage aan het in het leven roepen van de kans dat zodanige schade zou ontstaan (Hoge Raad 3 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1726).
In het licht van het voorgaande vindt de stelling van de verdediging dat de verdachte slechts voor een achtste deel van de schade aansprakelijk is, geen steun in het recht. Bewezenverklaard is immers dat de verdachte de feiten heeft gepleegd tezamen en in vereniging met anderen. Op grond van de groepsaansprakelijkheid van artikel 6:166 BW acht het hof de verdachte dan ook hoofdelijk aansprakelijk voor de schade.
De vordering van de benadeelde partij zal dus hoofdelijk worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag der algehele voldoening. Daarbij gaat het hof uit van de data waarop de bank haar klanten schadeloos heeft gesteld en voor de onderzoekskosten van de datum van de laatste schadeloosstelling.
Gelet op het voorgaande dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 9]
Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van € 149.404,00 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezenverklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de hoofdelijke verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 9], te vermeerderen met de wettelijke rente zoals hiervoor vermeld.
In de omstandigheid dat het hier gaat om een bank, ziet het hof geen reden om af te zien van het opleggen van deze betalingsverplichting aan de Staat. Het hof acht het onwenselijk dat de bank, die haar gedupeerde klanten uit coulance schadeloos heeft gesteld, met het incassorisico belast zou worden. Hierbij betrekt het hof dat de gemachtigde van de bank ter terechtzitting in hoger beroep heeft toegelicht dat inning door het CJIB vaker leidt tot betaling dan wanneer de bank zelf een deurwaarder moet inschakelen.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Het hof heeft gelet op de artikelen 33, 33a, 36f, 47, 57, 63, 138ab en 326 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
9 (negen) maanden.
Verklaart verbeurdhet in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
1. STK Computer (Omschrijving: MDRDD22029_768342, Grijs, merk: Apple, chassisnr: met oplader).
Gelast de
teruggaveaan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
1. STK Tablet (Omschrijving: MRDD22029G_768337, Zwart, merk: Lenovo)
1. STK Telefoontoestel (Omschrijving: MDRDD22029_768339, Blauw, merk: Apple).
Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 7] niet-ontvankelijkin de vordering tot schadevergoeding en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 9]ter zake van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 149.404,00 (honderdnegenenveertigduizend vierhonderdvier euro) ter zake van materiële schade,
waarvoor de verdachte met de mededaders hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is,vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdata tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de hoofdelijke verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 9], ter zake van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 149.404,00 (honderdnegenenveertigduizend vierhonderdvier euro) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdata tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 365 (driehonderdvijfenzestig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of (een van) zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen heeft/hebben voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op:
- 5 september 2022 over een bedrag van € 130.851,00;
- 21 juli 2022 over een bedrag van € 13,00;
- 30 juli 2022 over een bedrag van € 3.000,00;
- 11 augustus 2022 over een bedrag van € 14.700,00;
- 5 september 2022 over een bedrag van € 840,00.
Dit arrest is gewezen door mr. B.W. Mulder, als voorzitter, mr. Chr.A. Baardman en mr. J.W. van den Hurk, leden, in bijzijn van de griffier mr. I.M.A. Schipper.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 24 december 2025.
Mr. J.W. van den Hurk en mr. I.M.A. Schipper zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.