Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
Pharmaceutical compositions comprising valsartan and NEP-inhibitors” van Novartis en een op basis daarvan verleend aanvullend beschermingscertificaat. Het octrooi beschermt de combinatie van twee stoffen die bekend staan onder de namen valsartan en sacubitril. Synthon is van mening dat het octrooi niet inventief en dus ongeldig was en dat het ABC dus ook ongeldig is. Zij heeft vernietiging van het octrooi en het ABC gevorderd.
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 19 januari 2024, waarmee Synthon in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de rechtbank Den Haag van 25 oktober 2023;
- de memorie van grieven van Synthon, met producties;
- de memorie van antwoord van Novartis, met producties;
- productie E41, door Synthon overgelegd ter gelegenheid van de mondelinge behandeling;
- productie G42, door Novartis overgelegd ter gelegenheid van de mondelinge behandeling.
3.Feitelijke achtergrond
Partijen
The Sixth Report of the Joint National Committee on Prevention, Detection, Evaluation, and Treatment of High Blood Pressure”van de National Institutes of Health uit 1997 (hierna: NIH 1997), noemt diuretica, adrenerge blokkers zoals bèta- en alfablokkers, directe vasodilatoren, calcium antagonisten, ACE-remmers en ARB’s als mogelijke behandelmethode voor hypertensie. Als combinatiepartners in de behandeling van hypertensie worden in tabel 8 genoemd: bètablokkers en diuretica, ACE-remmers en diuretica, ARB’s en diuretica, calciumantagonisten en ACE-remmers, en dertien andere mogelijke combinaties.
International Society of Hypertension Guidelines for the Management of Hypertension”, hierna: WHO 1999) noemen ARB’s als mogelijke behandelmethode voor de behandeling van hypertensie. Zij vermelden onder meer:
Diuretic and β-blocker.
Diuretic and angiotensin converting enzyme (ACE) inhibitor) or angiotensin II antagonist).
Calcium antagonist (dihydropyridine) and β-blocker.
α-Blocker and β-blocker.
ESC Guidelines for the diagnosis and treatment of chronic heart failure”uit 2001 (hierna: ESC 2001), noemen ACE-remmers en ARB’s, naast andere middelen zoals diuretica en bètablokkers, als mogelijke behandelmethode voor de behandeling van hartfalen. Deze publicatie maakt melding van zes beschikbare ARB’s en vermeldt onder meer:
Angiotensin II receptor antagonists (ARBs) could be considered in patients who do not tolerate ACE inhibitors for symptomatic treatment (level of evidence C).
However, it is unclear whether ARBs are as effective as ACE inhibitors for mortality reduction (level of evidence B).
In combination with ACE inhibition, ARBs may improve heart failure symptoms and reduce hospitalizations for worsening heart failure (level of evidence B).
Pharmaceutical compositions comprising valsartan and NEP-inhibitors” dat onder meer gelding had in Nederland. EP 728 is op januari 2003 ingediend als internationale (PCT) aanvrage en roept de prioriteit in van de Amerikaanse aanvrage US 349660 (hierna: US 660), van 17 januari 2002 (de prioriteitsdatum). Het octrooi is op 22 augustus 2007 verleend na overlegging van nadere stukken, waaronder een verklaring van een deskundige met betrekking tot na de prioriteitsdatum verkregen experimentele resultaten, en aanpassing van de conclusies door Novartis.
3.The pharmaceutical composition of claim 1 further comprising a diuretic.
4.Kit die in afzonderlijke houders in een enkele verpakking farmaceutische
samenstellingen omvat die in één houder een farmaceutische samenstelling die N-(3-carboxy-I-oxopropyl)-( 4S)-p-fenylfenylmethyl)-4-amino-2R-methylbutaanzuur-ethylester of N-(3-carboxy-I-oxopropyl)-( 4S)-p-fenylfenylmethyl)-4-amino-2R-methylbutaanzuur omvat en in een tweede houder een farmaceutische samenstelling die valsartan omvat, omvat.
synergistic, unexpected and surprising effects”heeft op de behandeling van hypertensie. Vervolgens is het octrooi verleend.
Sacubitril/valsartan, met inbegrip van farmaceutisch aanvaardbare zouten daarvan” (hierna: het ABC). Het ABC is van kracht tot en met 15 januari 2028.
Angiotensin Inhibition Potentiates the Renal Responses to Neutral Endopeptidase Inhibition in Dogs with Congestive Heart Failure”, The Journal of Clinical Investigation, Volume 88, November 1991, 1636-1642. Dit artikel beschrijft een studie naar de combinatie van de ACE-remmer captopril met de NEP-remmer SQ28603. Margulies 1991 vermeldt onder meer:
, chronic angiontensin antagonism with converting enzyme inhibition potentiated both renal hemodynamic and excretory responses to NEP-I. (…)
Combination of an angiotensin II antagonist or renin inhibitor with a neutral endopeptidase inhibitor”. EP 361 claimt onder meer het gebruik van een de combinatie van iedere willekeurige ARB met iedere willekeurige NEP-remmer voor de behandeling van hypertensie of hartfalen. De beschrijving van EP 361 vermeldt onder meer:
A pharmaceutical composition for treating hypertension or congestive heart failure comprising an effective amount of a combination of a neutral endopeptidase inhibitor and either a renin inhibitor or an angiotensin II antagonist, in a pharmaceutically acceptable carrier.
Biaryl substituted 4-amino-butyric acidamides”, dat thans op naam staat van Novartis. US 996 beschrijft de stof die bekend staat als sacubitril. De beschrijving van US 996 vermeldt onder meer dat het doel is een effectieve NEP-remmer te verschaffen die kan worden gebruikt bij de behandeling van onder meer hypertensie. US 996 is in 1997 komen te vervallen door niet betaling van de eerste jaartaks.
Blockade of renin-angiotensin system and enhancement of atrial natriuretic peptide with neutral endopeptidase inhibition cause natriuresis in congestive heart failure and renal dysfunction in conscious dogs”, ASN Program and Abstracts, Vol. 4, No. 3, p. 517, september 1993 (hierna: Matsumoto 1993), waarin een studie met de combinatie van de ARB en de NEP-remmer candoxatril wordt beschreven in honden met hart- en nierfalen. Vermeld wordt onder meer:
Neutral endopeptidase versus angiotensin converting enzyme inhibition in essential hypertension” Journal of Hypertension 1995, Volume 13, p. 797-804. Dit artikel beschrijft een studie naar de effecten van de NEP-remmer sinorfaan, de ACE-remmer captopril en de combinatie van beide. Favrat 1995 vermeldt daarover onder meer het volgende:
Dicarboxylic Acid Dipeptide Neutral Endopeptidase Inhibitors”, Journal of Medicinal Chemistry 1995, volume 38, p. 1689-1700 (hierna: Ksander 1995). Dit artikel verwijst naar de geringe in vivo effectiviteit van de NEP-remmer candoxatril en beschrijft onder meer sacubitril (waarnaar in het artikel wordt verwezen met de aanduiding “19a”) en sacubitrilat (waarvoor in het artikel de aanduiding “21a” wordt gebruikt). Ksander 1995 vermeldt onder meer:
Repression of Angiotensin II and Potentiation of Bradykinin Contribute to the Synergistic Effects of Dual Metalloprotease Inhibition in Heart Failure”, Journal of Pharmacology and Experimental Therapeutics 1995, Volume 272(2), p. 619-627 (hierna: Trippodo 1995). Dit artikel rapporteert over de rol van repressie van angiotensine II en verhoogde niveaus van bradykinine bij hartfalen. In een deel van de studie vergelijkt Trippodo 1995 de combinatie van de ACE-remmer enalaprilat en de NEP-remmer SQ-28603 enerzijds, met, anderzijds, de combinatie van de ARB irbesartan (in de studie ook aangeduid als SR 47436 en BMS-186295) en de NEP-remmer SQ-28603 bij de behandeling van hartfalen in hamsters met cardiomyopathie (een verminderde pompfunctie van het hart). Het artikel vermeldt onder meer:
that were significantly greater than the vehicle effects and the changes due to the administration of these compounds alone. (…)
Composition for the treatment of hypertension and congestive heart failure, containing an angiotensin II antagonist and an endopeptidase inhibitor”. Deze octrooiaanvrage, waarin N.C. Trippodo als een van de uitvinders wordt genoemd, is het resultaat van nader onderzoek naar de combinatie van NEP-remmers en de sartaan irbesartan. Tot een verlening van een octrooi is het niet gekomen. EP 072 is op 17 oktober 2000 geacht te zijn ingetrokken vanwege het niet betalen van de jaartaks.
acts synergistically with a selective neutral endopeptidase inhibitor or a dual acting neutral endopeptidase inhibitor as defined below to reduce cardiac preload and afterload and enhance natriureses. The combination of this angiotensin II antagonist and the selective or dual acting neutral endopeptidase inhibitor produced significant reductions in left ventricular end diastolic pressure (LVEDP) and left ventricular systolic pressure (LVSP) that were greater than those produced by either treatment alone. Thus, the combination of this particular angiotensin II antagonist and the selective or dual acting neutral endopeptidase inhibitor is useful in treating hypertension and/or congestive heart failure. The angiotensin II antagonist employed within this invention is the compound (...) known in the literature as SR47436, BMS 186295, or irbesartan and pharmaceutically acceptable salts thereof (...).
ACE inhibitors still the drug of choice for heart failure.”, The Lancet, Vol. 354, November 20, 1999, p. 1797 (hierna: Topol 1999). Dit artikel bespreekt de resultaten van het ELITE-2 onderzoek en vermeldt onder meer:
Are There Differences Among Angiotensin Receptor Blockers?”, American Journal of Hypertension, 1999, Vol. 12, no. 12, Part 3, p. 231S-235S (hierna: Zusman 1999). Dit artikel vergelijkt de werking van losartan met die van irbesartan in patiënten met hypertensie en concludeert dat irbesartan meer potent is dan losartan. In het artikel is onder meer het volgende opgenomen:
Novel Angiotensin II AT1 Receptor Antagonist Irbesartan Prevents Thromboxane A2-Induced Vasoconstriction in Canine Coronary Arteries and Human Platelet Aggregation”, The Journal of Pharmacology and Experimental Therapeutics, 2000, Vol. 292, No. 1 (hierna: Ping 2000). Dit artikel beschrijft onder meer de duale functie die specifiek is voor de ARB irbesartan (kort gezegd door blokkering van niet alleen de AT1 receptor, maar ook de AT2/PGH2 receptor), en de verschillen tussen irbesartan, losartan, valsartan en candesartan. Vermeld wordt onder meer:
, but not candesartan and valsartan, interact with the TxA2 receptor provide evidence that not all nonpeptide AT1 receptor antagonists have similar pharmacological actions. The interaction of selective AT1 receptor antagonists with the TxA2 receptor indicates that these three AT1 antagonists share cardiovascular actions that are dependent on a similar chemical structure rather than specific for the class of drugs. (…) Thus, irbesartan with a separate and specific action on the TxA2/PGH2 receptor may have additional therapeutic benefits over more selective angiotensin AT1 antagonists in preventing vasoconstriction and platelet aggregation of TxA2.
Effect of losartan compared with captopril on mortality in patients with symptomatic heart failure: randomised trial – the Losartan Heart Failure Survival Study ELITE II”, The Lancet, Vol. 355, 6 mei 2000, p. 1582-87 (hierna: Pitt 2000). Dit artikel vergelijkt de werking van de ARB losartan met de ACE-remmer captopril. Het artikel vermeldt onder meer:
Irbesartan results in superior blood pressure reduction vs Valsartan” in American Journal of Hypertension, April 2001, Vol. 13, No. 4, Part 2, A107, p. 151A-152A (hierna: Mancia 2001). Dit artikel vergelijkt de werking van de ARB irbesartan met die van de ARB valsartan. Vermeld wordt onder meer:
Recent Advances in Cardiovascular Pharmacology” van W. Frishman, MD, in ‘
Current Problems in Cardiology’, april 2000, p. 227-296 (hierna: Frishman 2000). Frishman 2000 geeft een overzicht van de op dat moment recente ontwikkelingen in de cardiovasculaire farmacologie en vermeldt onder meer het volgende:
Angiotensin II Antagonists for Hypertension: Are There Differences in Efficacy?”, American Journal of Hypertension, Vol. 13, nr. 4, part 1, april 2000, p. 418-426 (hierna: Conlin 2000). Dit artikel vergelijkt de werking van de ARB’s losartan, valsartan, irbesartan en candesartan in een meta-analyse van andere studies (daaronder niet begrepen Ping 2000, Fukuhara 2001, Oparil 2001 en Mancia 2001, zie hierna). Conlin 2000 vermeldt onder meer:
. The dose-response was similar for all the AIIA and the observed differences were not clinically meaningful. For all four AIIA under consideration, titration to the AIIA/HCTZ combination produced the greatest antihypertensive effect. There have been four published studies in which losartan has been compared directly with valsartan, irbesartan, and candesartan. Some of these trials have suggested differences in efficacy or responder rates between the agents tested. The results of the present metaanalysis show no difference in blood pressure efficacy or responder rates. Because these direct comparative studies contribute less than 20% of all the available evidence on blood pressure efficacy, a metaanalysis of the sort provided in this paper might be regarded as a stronger basis for understanding the comparative efficacy of drugs in this class.
Vasopeptidase Inhibitors To Treat Isolated Systolic Hypertension”. WO 348 ziet op het gebruik van een vasopeptidase remmer voor de behandeling van geïsoleerde systolische hypertensie en openbaart voor dat doel ook de combinatie van een vasopeptidase-remmer met een ARB. Valsartan wordt genoemd als een van de vijf mogelijk te gebruiken ARB’s. De beschrijving van WO 348 vermeldt onder meer:
A Randomized Trial of The Angiotensin-receptor Blocker Valsartan in Chronic Heart Failure”, The New England Journal of Medicine, Volume 345, No 23, p. 1667-1675 (hierna: Cohn 2001). In dit artikel worden de resultaten beschreven van de zogenoemde Val-HeFT studie (Valsartan Heart Failure Trial). Vermeld is onder meer het volgende:
The angiotensin II AT1 receptor antagonist irbesartan prevents thromboxane A2-induced vasoconstriction it the rat hind-limb vascular bed in vivo.”, Journal of Hypertension 2001, Vol 19 No 3, p. 561-566 (hierna: Fukuhara 2001). Dit artikel beschrijft de duale functie van irbesartan. Het artikel vermeldt onder meer:
Comparative Efficacy of Olmesartan, Losartan, Valsartan, and Irbesartan in the Control of Essential Hypertension”, The Journal of Clinical Hypertension, Vol. III, no. V, september/oktober 2001 (hierna: Oparil 2001). Dit artikel vergelijkt de in de titel genoemde ARB’s en constateert verschillen in prestaties. Onder meer wordt vermeld:
Vasopeptidase Inhibitors, Neutral Endopeptidase Inhibitors, and Dual Inhibitors of Angiotensin-Converting Enzyme and Neutral Endopeptidase”, Heart Disease 2001, p. 378-385 (hierna: Nawarskas 2001). Dit artikel beschrijft de werking van NEP-remmers, ACE-remmer/NEP-remmer combinaties en vasopeptidase-remmers. Het artikel vermeldt onder meer:
4.Procedure bij de rechtbank
- vernietiging van het Nederlandse deel van EP 728,
- vernietiging, althans nietigverklaring van het ABC,
- vergoeding van proceskosten, en
- uitvoerbaar bij voorraadverklaring van het vonnis.
5.Vordering in hoger beroep
6.Beoordeling in hoger beroep
Bevoegdheid
problem-solution approach’ (hierna: PSA) als hulpmiddel gehanteerd. Daarom zal het hof daar ook van uitgaan.
hope to succeed’. [12]
een verbetering ten opzichte van valsartan monotherapie’. Volgens Synthon kan aan EP 728 geen ander technisch effect worden toegekend dan ‘
het verschaffen van een alternatief’; een willekeurige keuze ten opzichte van andere mogelijke combinaties van ARB’s en NEP-remmers, omdat EP 728 geen vergelijkende data over de werking van de combinatie valsartan/sacubitril bevat.
spontaneously hypersensitive rat’). Alleen in dat model convergeerden de resultaten met die van valsartan monotherapie. Dr. Webb geeft daarvoor als verklaring dat bekend is dat ARB’s bloeddruk in het SHR-model verlagen en dat NEP-remmers niet effectief zijn in het SHR-model, zodat de NEP-remmers in dat specifieke geval niets toevoegen aan valsartan monotherapie.
Blood-pressure reduction with LCZ696, a novel dual-acting inhibitor of the angiotensin II receptor and neprilysin: a randomized, double blind, placebo-controlled, active comparator study”, The Lancet, Vol 375, 10 april 2010, p. 1255-1266. Uit dit artikel blijkt dat de combinatie van valsartan en sacubitril in vergelijking met valsartan monotherapie leidde tot een verdere verlaging van de bloeddruk van patiënten met hypertensie.
Angiotensin-Neprilysin Inhibition versus Enalapril in Heart failure”, 2014, The New England Journal of Medicine, 11 september 2014, p. 993-1003. Dit artikel vergelijkt de werking van de ACE-remmer enalapril (monotherapie) met die van de combinatie valsartan/sacubitril (aangeduid als LCZ696) in patiënten met hartfalen. Het artikel concludeert dat de werking van de combinatie valsartan/sacubitril superieur was aan die van enalapril, met betrekking tot het verminderen van het risico op overlijden en ziekenhuisopname door hartfalen.
- dat het verschilkenmerk met conclusie 1 van EP 728 (de enige onafhankelijke conclusie) is dat in EP 728 is gekozen voor de specifieke combinatie van valsartan en sacubitril,
- dat aan die keuze geen technisch effect kan worden toegeschreven, en
- dat het objectief technisch probleem dus hooguit bestaat uit het verschaffen van een alternatief.
hartfalen. Het hof verwijst naar het hierna in r.o. 6.41-6.44 overwogene. De gemiddelde vakpersoon zou in Trippodo 1995 en EP 072 dus geen bevestiging vinden van de volgens Synthon in EP 361 geopenbaarde algemene leer ten aanzien van de combinatie van ARB’s en NEP-remmers.
hypertensie. Voorbeeld 2 van EP 072 beschrijft een onderzoek naar de effecten van irbesartan, SQ-28603 en de combinatie van beide stoffen in de behandeling van hypertensie in ‘1K-1C’ honden. De resultaten van de combinatie van irbesartan met SQ-28603 waren ten aanzien van ‘
MAP’ (‘
mean arterial pressure’), slechter dan de resultaten van monotherapie met irbesartan en vergelijkbaar met die van toediening van alleen het vehikel (de dragende stof).
MAP’ een slechter resultaat opleverde dan behandeling met irbesartan in monotherapie en vergelijkbaar met toediening van alleen het vehikel. Ook het feit dat de combinatie op bepaalde punten de door Burnier positief geachte resultaten liet zien (zoals een toename van natriurese en diurese), kan daar niet aan af doen.
vergelijkbaarmet de toename die wordt beschreven ten aanzien van monotherapie met losartan in honden met
CHFen
lagerdan die bij monotherapie candoxatril in honden met
RF(‘
renal dysfunction’). In zoverre laat Matsumoto 1993 geen positief effect zien van de combinatietherapie losartan/candoxatril. Matsumoto beschrijft wel een significante daling van MAP (‘
mean arterial pressure’) bij de behandeling met deze combinatie in honden met
CHF én RF, en besluit dat de resultaten suggereren dat de combinatie van een ARB en een NEP-remmer nuttig zou kunnen zijn voor patiënten die lijden aan CHF én RF. Dat is, mede in aanmerking genomen dat de gemiddelde vakpersoon blijkens het navolgende ook uit de stand van de techniek opmaakte dat ARB’s en NEP-remmers onderling verschillen, onvoldoende om daarin steun te zien voor de aanname van een klasse-effect van ARB/NEP-remmer combinaties. Matsumoto 1993 nodigt hooguit uit tot het doen van nader onderzoek, zonder dat daaraan een redelijke verwachting van succes kan worden ontleend.
ARB’s onderlingin effectiviteit en in farmacokinetische- en farmacodynamische eigenschappen verschillen en dat resultaten die in studies werden behaald met de ene ARB, niet konden worden geëxtrapoleerd naar andere ARB’s. De gemiddelde vakpersoon zou daarom worden gesterkt in zijn twijfel of in de combinatie ARB/NEP-remmer, de ARB’s onderling inwisselbaar waren, zoals EP 361 suggereert.
NEP-remmers onderlingverschillen. Novartis voert terecht aan dat de gemiddelde vakpersoon daarom niet zou veronderstellen dat een effect dat met de ene NEP-remmer wordt bereikt (al dan niet in combinatie met een andere stof), noodzakelijkerwijs ook met een andere NEP-remmer wordt bereikt.
de combinatie ACE- en NEP-remmingzou de gemiddelde vakpersoon geen grond vinden voor de aanname dat dezelfde effecten konden worden bereikt met de combinatie van ARB’s en NEP-remmers. Zo zou hij, naar Novartis terecht aanvoert, uit Topol 1999 opmaken dat ARB’s en ACE-remmers niet als equivalenten konden worden beschouwd voor de behandeling van hartfalen.
component 21a’, zijnde sacubitrilat (en niet sacubitril, zoals gesteld door Burnier), van de onderzochte drie stoffen het meest actief was, maar vermeldt ook dat de experimenten niet bewijzen dat deze stof endogene ANF niveaus verhoogt. De experimenten demonstreren volgens Ksander 1995 slechts het potentieel daartoe. Dat de keuze voor sacubitril op de prioriteitsdatum voor de gemiddelde vakpersoon voor de hand lag kan evenmin worden afgeleid uit US 996, het stofoctrooi voor sacubitril. US 996 vergelijkt sacubitril immers niet met andere NEP-remmers. Novartis wijst er daarnaast terecht op dat Nawarskas 2001 de NEP-remmer RB 1047.8 de “
most potent NEP inhibitor” noemt. Op basis daarvan ligt het veeleer voor de hand dat de gemiddelde vakpersoon RB 1047.8 als combinatiepartner zou kiezen.
hope to succeed’), maar zou hij geen redelijke verwachting van succes hebben dat iedere willekeurige combinatie effectief zou zijn voor de behandeling van hypertensie en/of hartfalen.
try and see’houding zou aannemen is dan ook niet aan de orde, vanwege de complexiteit van onderzoek van (al) de mogelijke combinaties van ARB’s en NEP-remmers en de onvoorspelbaarheid van de uitkomst van dat onderzoek.
post published evidence’ bevestigd. Ten aanzien van EP 728 heeft de gemiddelde vakpersoon dan ook geen reden om te twijfelen of de combinatie van valsartan met sacubitril beter werkt dan valsartan monotherapie, terwijl de gemiddelde vakpersoon blijkens het voorgaande op de prioriteitsdatum niet het (gestelde) algemene principe uit EP 361 zou afleiden.
- dat een ‘
- dat de combinatie van angiotensine II blokkade en NEP-remming significant beter werkt dan elk van de stoffen afzonderlijk bij de behandeling van hartfalen en
- dat mag worden verwacht dat vergelijkbare effecten zullen worden gevonden met alle stoffen die tot dezelfde klassen behoren, aangezien de conclusie ziet op de werkingsmechanismen van ARB’s en NEP-remmers en de resultaten werden beschreven aan de hand van algemene termen “
Ang II blockade”, “
neutral endopeptidase inhibition” en “
angiotensin converting enzyme inhibition”, maakt dat niet anders. Deze termen worden gebruikt omdat het doel van de in Trippodo 1995 beschreven studie was om te onderzoeken wat de bijdragen was van angiotensine II-repressie en bradykininepotentiëring op de cardiovasculaire effecten van gecombineerde ACE-remming en NEP-remming bij cardiomyopathische hamsters met hartfalen. Het hof is daarom met de rechtbank van oordeel dat de gemiddelde vakpersoon deze termen steeds zal lezen in de context van de verrichte studie en dus in samenhang met het in Trippodo 1995 beschreven voorbeeld van de combinatie van irbesartan en SQ-28603. Trippodo 1995 wekt nergens de indruk dat de auteurs met deze termen hebben willen aanduiden dat de resultaten die zijn behaald met irbesartan en QS-28603 ook met een combinatie van alle andere ARB’s en alle andere NEP-remmers kunnen worden behaald. Integendeel, in het slot van het ‘
abstract’ verbindt Trippodo 1995 haar conclusies uitdrukkelijk aan de resultaten van “
these specific probes”. Ook de beschrijving van EP 072 biedt onvoldoende grond voor de aanname dat de met die stoffen behaalde resultaten ook met alle andere combinaties van ARB’s en NEP-remmers zouden kunnen worden bereikt.
het verschaffen van een alternatieve combinatie van een ARB en een NEP-remmer voor de behandeling van hartfalen’. Zij besluit dat de combinatie van valsartan en sacubitril op de prioriteitsdatum voor de gemiddelde vakpersoon voor de hand lag, omdat elke combinatie van een ARB en NEP-remmer voor de hand lag, althans dat minst genomen het onderzoeken van de combinatie valsartan en sacubitril voor de hand lag, met een redelijke verwachting van succes. Het hof oordeelt hierover als volgt.
the combination (…) is useful in treating hypertension and/of congestive heart failure”. Daarnaast verwijst Synthon naar de verklaringen van haar deskundigen Stalenhoef, Burnier, en Van Gilst, die bestrijden dat de verlaging van LVSP in Voorbeeld 1 negatief, althans zorgwekkend, is. Hiermee heeft Synthon de verklaringen van Danser, Spinale en Duncker naar het oordeel van het hof echter onvoldoende weerlegd. Het hof licht dit als volgt toe.
beidestoffen de afbraak van bradykinine tegen gaan. Voorbeeld 1 wijst daarmee juist weg van de vervanging van de ACE-remmer door elke willekeurige ARB, aangezien er in de combinatie ARB/NEP-remmer geen dubbele bradykinine potentiëring optreedt.
try and see’ houding aannemen. Het hof verwijst naar het in r.o. 6.28-6.32 overwogene.
hypertensie, aangezien de gemiddelde vakpersoon op de prioriteitsdatum wist dat valsartan daarvoor succesvol werd gebruikt. Het hof volgt Novartis hierin niet. Zoals Synthon stelt, behoorde blijkens ESC 2001 tot de algemene vakkennis van de gemiddelde vakpersoon op de prioriteitsdatum immers ook dat ARB’s succesvol konden worden ingezet bij de behandeling van hartfalen. Er was dus geen aanleiding voor de vakpersoon om zijn onderzoek, werkend vanuit valsartan monotherapie, te beperken tot de behandeling van hypertensie. Dat er op de prioriteitsdatum nog geen ARB’s waren goedgekeurd voor de behandeling van hartfalen, doet hier niet aan af. Synthon voert dan ook terecht aan dat uit moet worden gegaan van de behandeling met valsartan monotherapie bij
hypertensie en/of hartfalen.
de combinatie van ACE-remming en NEP-remming’ kwalificeert als meest nabije stand van de techniek. Zij verwijst daarbij niet naar een specifiek document waarbij een combinatie van een ACE-remmer met een NEP-remmer wordt geopenbaard, maar betoogt dat deze combinatie een geschikt uitgangspunt is, omdat op de prioriteitsdatum de combinatie van ACE- en NEP-remming tot de stand van de techniek behoorde en veelvuldig werd onderzocht voor de behandeling van hartfalen. Zij verwijst in dit verband naar Trippodo 1995 en Frishman 2000.
de combinatie van ACE-remming en NEP-remming’ te betrekken, twee verschillende uitvoeringsvormen van ACE- en NEP-remming combineert. Dit alles maakt ‘
de combinatie van ACE-remming en NEP-remming’ ongeschikt als meest nabije stand van de techniek.
het verminderen van het risico op bijwerkingen, specifiek het risico op angio-oedeem en prikkelhoest’. Dit is in lijn met paragraaf [0016] van de beschrijving van EP 728. Het objectief technisch probleem kan dan worden geformuleerd als: ‘
het verschaffen van een alternatieve therapie voor de behandeling van hartfalen (en/of hypertensie) die minder bijwerkingen (in de vorm van angio-oedeem en/of prikkelhoest) veroorzaakt’. Er is geen reden om daaraan toe te voegen dat het moet gaan om een alternatieve therapie met een NEP-remmer, zoals Synthon doet. Dat zou een pointer vormen naar de oplossing, wat leidt tot hindsight.
het verschaffen van een alternatieve/specifieke NEP-remmer voor de combinatie met valsartan voor de behandeling van hartfalen’. Zij stelt dat de keuze voor sacubitril op de prioriteitsdatum voor de hand lag, omdat elke NEP-remmer als alternatief voor de hand lag.
7.Beslissing
- bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Den Haag van 25 oktober 2023;
- veroordeelt Synthon in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van Novartis begroot op € 150.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten als Synthon deze niet binnen veertien dagen na heden heeft betaald;
- bepaalt dat als Synthon niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en dit arrest vervolgens wordt betekend, Synthon de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 92,-, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten als Synthon deze niet binnen veertien dagen na betekening heeft betaald.
- verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad voor zover het de kostenveroordeling betreft;
- wijst af wat in hoger beroep meer of anders is gevorderd.