Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 14 januari 2025
[X] B.V, gevestigd te [Z]
,belanghebbende,
Procesverloop
Feiten
€ 138,58
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende, vertegenwoordigd door gemachtigde [Y], verzocht de Heffingsambtenaar om een beschikking tot vaststelling van wettelijke rente over een toegekende dwangsom. Nadat de Heffingsambtenaar had vastgesteld dat de rente reeds was toegekend en uitbetaald, startte [Y] een nieuwe procedure om alsnog een beschikking te verkrijgen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en het Gerechtshof bevestigt dat de nieuwe procedure niet binnen de oorspronkelijke volmacht valt.
De rechtbank oordeelde dat de brief van de Heffingsambtenaar geen besluit was en dat het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk was. De wettelijke rente was al vastgesteld bij beschikking van 18 november 2020 en uitbetaald in maart 2021. De nieuwe procedure betreft een herhaling zonder nieuw belang.
Het Gerechtshof stelde dat zonder een nieuwe volmacht van belanghebbende aan haar gemachtigde, het hoger beroep niet-ontvankelijk is. [Y] kon geen nieuwe volmacht overleggen vanwege het uitblijven van reactie van belanghebbende. Daarom is het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard en zijn geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een nieuwe volmacht.