Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 8 april 2025 waarmee [appellant] in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam van 7 maart 2025;
- het arrest van dit hof van 6 mei 2025, waarin een mondelinge behandeling is gelast;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 3 juni 2025;
- de memorie van grieven van [appellant], met bijlagen;
- de memorie van antwoord van Woonstad, met bijlage.
3.Feitelijke achtergrond
4.Procedure bij de rechtbank
- ontbinding van de huurovereenkomst;
- ontruiming van de woning;
- veroordeling van [appellant] tot betaling van de buitengerechtelijke kosten van € 462,50 plus wettelijke rente, en
- veroordeling van [appellant] tot betaling van de proceskosten.
5.Vordering in hoger beroep
6.Beoordeling in hoger beroep
- een omwonende op 26 september 2019 bij Woonstad heeft geklaagd over aanloop van dealers en jongens met geladen wapens;
- de wijkagent op 7 oktober 2020 in een verslag heeft vermeld dat een buurtbewoonster dagelijks enorme overlast ervaart van bezoekers van [appellant] en dat haar kinderen angstig zijn;
- Woonstad op 19 februari 2021 aan [appellant] heeft geschreven dat er nieuwe meldingen van overlast zijn en dat [appellant] zich niet aan de met hem op 19 november 2020 gemaakte afspraken houdt;
- de wijkagent begin 2022 heeft gebeld met Woonstad en heeft gemeld dat diverse bewoners uit de straat weer overlast ervaren door drugsgebruik en dat zij dat niet durven te melden in verband met de personen die bij [appellant] over de vloer komen;
- Woonstad eind maart 2024 bij de gemeente heeft gemeld dat zij medio januari 2024 en medio februari 2024 meldingen van omwonenden heeft ontvangen over overlast (veel aanloop, ruzies, geluidsoverlast, met name in de avond en nacht).
7.Beslissing
- bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam Civiel Sector Kantonvan 7 maart 2025;
- veroordeelt [appellant] in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van Woonstad begroot op € 3.433,-;
- bepaalt dat als [appellant] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en dit arrest vervolgens wordt betekend, [appellant] de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 92,-;
- verklaart de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.