ECLI:NL:GHDHA:2025:2268
Gerechtshof Den Haag
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring verzoek schorsing voorlopige hechtenis wegens bevoegdheidsgebrek
Op 15 oktober 2025 diende de verdachte een verzoek in tot schorsing van zijn voorlopige hechtenis voor twee weken, met het oog op het bezoeken van zijn zieke schoonvader en het ondersteunen van zijn vrouw. Dit verzoek werd op 23 oktober 2025 behandeld door de raadkamer van het gerechtshof Den Haag, waarbij de verdachte, zijn advocaat en de advocaat-generaal werden gehoord.
Het hof beoordeelde het verzoek aan de hand van artikel 21 van Pro de Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting, die incidenteel verlof mogelijk maakt voor persoonlijke gebeurtenissen waarbij de aanwezigheid van de gedetineerde noodzakelijk is. Echter, op grond van artikel 80, lid 7, van het Wetboek van Strafvordering, is de rechter niet bevoegd om over dergelijke verzoeken te beslissen wanneer verlof kan worden verleend op grond van de Penitentiaire beginselenwet.
Daarom oordeelde het hof dat het niet bevoegd is om het verzoek te behandelen en verklaarde de verdachte niet-ontvankelijk. De beschikking werd gegeven door de voorzitter en twee leden van de raadkamer, en de advocaat-generaal bracht de beschikking ter kennis van de verdachte.
Uitkomst: De verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis wegens gebrek aan bevoegdheid van het hof.