Deze civiele zaak betreft de aansprakelijkheid van de RDW voor schade geleden door appellant als gevolg van het besluit van 16 februari 2017, waarin de RDW zijn aanvraag tot omwisseling van een buitenlands vakbekwaamheidsdocument voor nascholing vrachtwagenchauffeur afwees. De rechtbank had de vordering deels toegewezen en het hof bevestigt het onrechtmatig handelen van de RDW, maar wijst een hoger schadebedrag toe.
Appellant was arbeidsongeschikt en werkte als vrachtwagenchauffeur in België. Hij volgde daar nascholing en vroeg om erkenning van zijn vakbekwaamheidsdocument in Nederland. De RDW weigerde dit omdat niet kon worden vastgesteld dat appellant in België werkzaam was. Na bezwaar en bestuursrechtelijke procedures werd het besluit vernietigd en alsnog goedgekeurd. Appellant stelde de RDW aansprakelijk voor de gederfde inkomsten in de periode van afwijzing tot goedkeuring.
Het hof oordeelt dat de RDW onrechtmatig heeft gehandeld en dat appellant schade heeft geleden door de onjuiste veronderstelling dat zijn code 95 niet geldig was. Tegelijk is het mede aan appellant te wijten dat hij niet navraag deed bij RDW of CBR. De schade wordt daarom verdeeld in 75% voor de RDW en 25% voor appellant. De schadebegroting wordt gebaseerd op het concrete inkomen van appellant bij zijn Belgische werkgever, zonder indexering. De RDW wordt veroordeeld tot betaling van € 12.959,99 netto, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 augustus 2019. Het hof draagt partijen elk hun eigen kosten van hoger beroep.