Uitspraak
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
Artikel 1. Kinderen
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Den Haag
Het gerechtshof Den Haag behandelde een hoger beroep inzake kinderalimentatie na wijziging van de zorgregeling waarbij twee van de drie kinderen volledig bij de man verblijven. De vrouw was in hoger beroep gekomen tegen een beschikking die haar verplichtte kinderalimentatie aan de man te betalen, en de man stelde incidenteel hoger beroep in.
Het hof bevestigde dat de ingangsdatum van de gewijzigde alimentatie op 1 januari 2023 ligt, aansluitend bij het moment waarop de kinderen bij de man gingen verblijven. De vrouw diende de onverschuldigd ontvangen alimentatie vanaf die datum terug te betalen, aangezien zij niet aannemelijk had gemaakt dat zij deze daadwerkelijk aan de kinderen had besteed.
De behoefte van de kinderen werd vastgesteld op €606 per maand, waarbij de jongmeerderjarige geen substantiële eigen inkomsten had die de behoefte verlaagden. De draagkracht van de man werd berekend op €1.488 per maand, en die van de vrouw op €580 per maand, waarbij rekening werd gehouden met de helft van het forfaitaire woonlastenbedrag vanwege samenwoning met een nieuwe partner.
De zorgkortingen werden vastgesteld op 15% voor de jongste en 5% voor de jongmeerderjarige, conform de gewijzigde zorgregeling. Het hof vernietigde de bestreden beschikking voor zover deze de kinderalimentatie betrof en bepaalde nieuwe alimentatiebedragen, met indexering voor 2024 en 2025. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof wijzigt de kinderalimentatie met ingang van 1 januari 2023 en legt een terugbetalingsverplichting aan de vrouw op.