De zaak betreft hoger beroep tegen een vonnis van de politierechter inzake diefstal van een lokfiets in 2015 te 's-Gravenhage. De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot een geldboete en voorwaardelijke hechtenis. Het hof acht bewezen dat de verdachte de fiets met wederrechtelijk toe-eigeningsvoornemen heeft weggenomen, maar verklaart niet bewezen wat meer of anders is ten laste gelegd.
De advocaat-generaal vorderde vernietiging van het vonnis en geen strafoplegging. De raadsvrouw voerde aan dat de verdachte vanwege haar psychotische stoornis, zwakbegaafdheid, verslaving en fysieke beperkingen geen straf moet krijgen. Het hof overweegt dat artikel 9a Sr toepassing vindt bij geringe ernst, persoonlijke omstandigheden en ouderdom van het feit.
Gelet op de medische rapporten, de leeftijd van de verdachte, haar verslaving, zorgbehoefte en de relatief geringe ernst van het feit, acht het hof strafoplegging niet meer redelijk. Het vonnis wordt vernietigd, de diefstal wordt bewezen verklaard, maar er wordt geen straf of maatregel opgelegd.