Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.Het geding
- verzoeker, bijgestaan door zijn advocaat;
- mr. I. Reijngoud.
Het wrakingsverzoek
3.De reactie van de gewraakte raadsheren
4.Beoordeling van de ontvankelijkheid
5.De (verdere) beoordeling van het wrakingsverzoek
aen
bkunnen niet leiden tot toewijzing van het verzoek, nu die gronden zich richten jegens processuele beslissingen van de raadsheren. De wettelijke mogelijkheid van wraking is niet bedoeld als een – verkapt – rechtsmiddel tegen (processuele) beslissingen. Het behoort tot de normale taak van de zittingsrechter om, gaande de procedure, (tussen)beslissingen te nemen. De wrakingskamer komt geen oordeel toe over de juistheid van een (tussen)beslissing noch over een verzuim te beslissen (zie HR 25 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1413).
ctot en met
kkunnen derhalve ook niet leiden tot toewijzing van het wrakingsverzoek.