ECLI:NL:GHDHA:2024:591
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen naheffingsaanslag BPM wegens waardevermindering en CO2-uitstoot
Belanghebbende is geconfronteerd met een naheffingsaanslag BPM voor twee gebruikte auto's, een Audi Q8 en een Audi S8. De aanslag werd deels bevestigd door de Rechtbank Den Haag, die de aanslag voor de Audi S8 verminderde vanwege erkende schade en een extra leeftijdskorting, maar de aanslag voor de Audi Q8 handhaafde. Belanghebbende stelde in hoger beroep dat de waardevermindering wegens schade onvoldoende werd erkend en dat de CO2-uitstootwaarde van de Audi Q8 te hoog was vastgesteld, hetgeen leidde tot een te hoge belasting.
Het Hof bevestigde dat de bewijslast voor waardevermindering bij belanghebbende ligt en oordeelde dat behalve de schade aan de velgen van de Audi S8 geen voldoende bewijs was geleverd voor verdere schadewaardering. De naheffingsaanslag voor de Audi S8 werd daarom verminderd met €186 wegens een extra leeftijdskorting. Ten aanzien van de CO2-uitstootwaarde van de Audi Q8 oordeelde het Hof dat de door belanghebbende aangevoerde onderzoeken onvoldoende specifiek waren om de CO2-uitstoot te verlagen en dat de aanslag daarom terecht was vastgesteld.
Het Hof verwierp ook het beroep op het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel, omdat de uitlatingen van de staatssecretaris geen concrete garanties boden voor een lagere BPM-heffing. De proceskosten werden door het Hof opnieuw vastgesteld en de Inspecteur werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. De uitspraak van de Rechtbank werd vernietigd, behalve het griffierecht, en de naheffingsaanslag werd verminderd tot €6.192.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt verminderd voor auto 2 wegens extra leeftijdskorting, terwijl de aanslag voor auto 1 wordt bevestigd; proceskosten en griffierecht worden aan belanghebbende toegewezen.