Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.[appellante 1] ,
[appellant 2],
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 17 december 2021, waarmee [appellante 1] c.s. in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de rechtbank Den Haag van 29 september 2021;
- de memorie van grieven, tevens akte wijziging eis en verzoek artikel 22 Rv Pro van [appellante 1] c.s., met bijlagen;
- de memorie van antwoord en verzoek tot voeging tevens houdende verzet tegen wijziging van eis van Aegon;
- de bijlagen 7 tot en met 22 die [appellante 1] c.s. en de productie 1 en 2 die Aegon ter gelegenheid van de hierna te noemen mondelinge behandeling hebben overgelegd;
- de brief van 22 februari 2024 (met instemming van de wederpartij als bedoeld in artikel 5.5 van het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de gerechtshoven) aan de zijde van [appellante 1] c.s.
3.Feitelijke achtergrond
1 Hoofdpunten van de voorgestelde fusie
(…)
4.Procedure bij de rechtbank
5.Vorderingen in hoger beroep
6.Beoordeling in hoger beroep
Verzet wijziging van eis
andere redenendan het ontbreken van instemming van DNB, en om die reden op grond van artikel 3:40 lid 1 BW Pro nietig is.
7.Beslissing
- bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank Den Haag van 29 september 2021;
- wijst af de gewijzigde subsidiaire vorderingen van [appellante 1] c.s.;
- veroordeelt [appellante 1] c.s. in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van Aegon bepaald op € 772,00 aan verschotten en € 2.428,00 aan salaris advocaat (twee punten, tarief II);
- bepaalt dat binnen veertien dagen na de dag van deze uitspraak aan deze kostenveroordeling moet zijn voldaan, bij gebreke waarvan de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro verschuldigd is vanaf het einde van voormelde termijn tot aan de dag der algehele voldoening;
- verklaart dit arrest ten aanzien van de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.