De vrouw en man zijn in 2019 gehuwd en in 2022 gescheiden. De vrouw verzocht om partneralimentatie, vergoeding voor zoekgeraakte goederen, verdeling van bankrekeningen en de eenmanszaak, en afgifte van documenten volgens artikel 843a Rv. De rechtbank wees deze verzoeken grotendeels af vanwege onvoldoende onderbouwing.
In hoger beroep handhaafde de vrouw haar verzoeken, onder meer een partneralimentatie van €1.929,01 bruto per maand en een notarieel bevel tot verdeling van de beperkte gemeenschap. De man betwistte de behoeftigheid van de vrouw en de omvang van de gemeenschap.
Het hof oordeelde dat beide partijen onvoldoende gegevens hadden aangeleverd om de behoefte en het uitgavepatroon tijdens het huwelijk vast te stellen. De vrouw kon haar behoeftigheid niet concreet onderbouwen, ondanks haar WIA-uitkering en psychologisch traject. Het verzoek tot partneralimentatie werd daarom afgewezen.
Ten aanzien van de verdeling van de beperkte gemeenschap bepaalde het hof dat partijen zonder huwelijkse voorwaarden een gemeenschap van goederen hadden. De peildatum was de datum van het verzoek tot echtscheiding. Omdat de vrouw geen volledige inventaris van de gemeenschap had gegeven, kon het hof de verdeling niet zelf vaststellen, maar beval het een notariële verdeling met benoeming van onzijdige personen.
Het hof beval tevens de man tot afgifte van de persoonlijke papieren en sieraden van de vrouw, maar wees het verzoek tot afgifte van bankrekeningen af wegens onvoldoende specificatie en onderbouwing. De bestreden beschikking werd op deze punten bekrachtigd en aangevuld.