Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[verdachte],
hij op 11 januari 2021 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om
hij op 11 januari 2021 te Rotterdam, tezamen en in vereniging met anderen, een ontploffing teweeg heeft gebracht door opzettelijk een scherpe handgranaat tegen, althans richting een ruit op de 1ste verdieping van de woning aan de [adres] te gooien, welke handgranaat vervolgens voor de woning op de grond is beland en is ontploft en daarvan gemeen gevaar voor auto's en woningen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen te duchten was en/of levensgevaar voor genoemde [aangever 1], [aangever 2] en kinderen, in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor genoemde [aangever 1], [aangever 2] en kinderen, in elk geval gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was;
“laatst waren we op een jobba, moesten we op een osso shooten en een granaat gooien (…)”(p. 237 e.v. procesdossier Kroon). De verdachte lijkt daarmee zichzelf als onderdeel te presenteren van de groep mannen die de aanslag heeft gepleegd. Daartegenover staan echter de gesprekken waar de verdachte spreekt van ‘ze’:
“ze gingen schieten op osso enzo, appel gewoon enzo toch”(p. 228 e.v. procesdossier Kroon)
.Tevens zegt de verdachte in een ander afgeluisterd gesprek dat het niet zijn ‘djoen’
(het hof begrijpt: werk/klus)was en dat hij alleen de driver was (p. 224 e.v. procesdossier Kroon). In deze gesprekken plaatst de verdachte zichzelf dus buiten de groep mannen die de aanslag heeft gepleegd. Hij zegt in de gesprekken dus tegenstrijdige dingen. Juist omdat deze gesprekken hebben plaatsgevonden na de aanslag, nadat de verdachte de medeverdachten in zijn auto weer had opgepikt, is het ook goed mogelijk dat de verdachte toen, na afloop, het een ander heeft gehoord over de aanslag van zijn medeverdachten en dat hij in de ovc-gesprekken dus geen wetenschap verwoordt die hij voor de aanslag reeds had.
, althans een of meer personenop 11 januari 2021 te Rotterdam, tezamen en in vereniging, ter uitvoering van het door hem en
/ofzijn mededaders
, althans die perso(o)n(en)voorgenomen misdrijf om
al dan nietmet voorbedachten rade [aangever 1] van het leven te beroven en
/of
al dan nietmet voorbedachten rade [aangever 2] van het leven te beroven en
/of
, althans (een) hard(e) voorwerp(en),tegen de ruit op de 1ste verdieping van de woning aan de [adres]
heeft/hebben gegooid en
(scherpe
)handgranaat
tegen, althansrichting die ruit op de 1ste verdieping
heeft/hebben gegooid en
heeft/hebben gericht en
(meermalen)de trekker
heeft/hebben overgehaald,
/die misdrijvenniet is voltooid;
/ofbij het plegen van voornoemd
(e
) misdrijf/misdrijven verdachte op
of omstreeks11 januari 2021 te Capelle a/d IJssel, Rotterdam en Schiedam,
althans in Nederlandopzettelijk behulpzaam is geweest en gelegenheid
en/of middelenheeft verschaft door:
, althans een of meer personen,te vervoeren naar een auto (een gestolen BMW), met welke auto [medeverdachte] en diens mededaders
, althans een of meer personen,naar de woning aan de [adres] zijn gereden;
, althans een of meer personen,weer op te halen in Schiedam
en
medeplichtigheid aan medeplegen van poging tot moord, meermalen gepleegd.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
24 (vierentwintig) maanden.
13 (dertien) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
3 (drie) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 3 (drie) jaren ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang als de reclasseringsinstelling dit noodzakelijk acht daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.
teruggaveaan de verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten een geldbedrag ad. € 1.300,-.
Vordering van de benadeelde partij [aangever 2]
€ 11.486,00 (elfduizend vierhonderdzesentachtig euro) bestaande uit € 6.486,00 (zesduizend vierhonderdzesentachtig euro) materiële schade en € 5.000,00 (vijfduizend euro) immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Vordering van de benadeelde partij [aangever 1]
€ 10.548,45 (tienduizend vijfhonderdachtenveertig euro en vijfenveertig cent) bestaande uit € 5.548,45 (vijfduizend vijfhonderdachtenveertig euro en vijfenveertig cent) materiële schade en € 5.000,00 (vijfduizend euro) immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.