ECLI:NL:GHDHA:2024:351
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- W.M.G. Visser
- A.P. Bliek-Monsma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WOZ-waarde woning na hoger beroep tegen waardebepaling en aanslag
Belanghebbende is eigenaar van een geschakelde woning te Dordrecht, waarvan de WOZ-waarde voor 2020 door de Heffingsambtenaar is vastgesteld op €400.000. Tegen deze beschikking en de daarop gebaseerde aanslag is bezwaar gemaakt en vervolgens beroep ingesteld bij de Rechtbank Rotterdam, dat ongegrond werd verklaard.
Belanghebbende stelde in hoger beroep dat de waarde te hoog was vastgesteld en verzocht om vermindering tot €378.000. Het geschil betrof de juistheid van de waardering, waarbij de Heffingsambtenaar een taxatierapport en vergelijkingsobjecten overlegde. Het Hof oordeelde dat de Heffingsambtenaar aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld, mede door een systematische vergelijking met vergelijkbare woningen en een matrix met correctiefactoren voor voorzieningen, onderhoud en ligging.
Het verzoek van belanghebbende om aanvullende stukken zoals transportakten en onderbouwing van indexeringspercentages werd als te laat en onvoldoende specifiek afgewezen. De stellingen over gebreken aan de woning, zoals een oudere CV-ketel en ligging nabij snelweg, werden niet voldoende gemotiveerd om de waarde aan te passen.
Het Hof bevestigde de uitspraak van de Rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is op 5 maart 2024 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van €400.000 bevestigd.