ECLI:NL:GHDHA:2024:330
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep in bouwgeschil over gebrekkige dakwerkzaamheden en facturering
In deze civiele zaak staat een geschil centraal tussen een opdrachtgeefster en een aannemer over de uitvoering en facturering van dakwerkzaamheden aan een woning uit 1927. Partijen sloten een aannemingsovereenkomst waarbij de aannemer de voorzijde en later ook de achterzijde van het dak zou vernieuwen. Na betaling ontstond een lekkage, waarna de opdrachtgeefster gebreken constateerde en herstel eiste. De aannemer weigerde kosteloos herstel.
De opdrachtgeefster liet deskundigen de werkzaamheden beoordelen, die verschillende gebreken en niet uitgevoerde werkzaamheden vaststelden. Op grond hiervan vorderde zij schadevergoeding en terugbetaling. De kantonrechter wees de vorderingen toe, maar het hof vernietigt het vonnis deels, wijst sommige herstelkosten toe, wijst andere af en bevestigt de terugbetaling wegens niet uitgevoerde werkzaamheden.
Het hof oordeelt onder meer dat de aannemer aansprakelijk is voor gebreken aan nokvorsten, dakpannen en loodaansluitingen, maar niet voor de gevolgschade aan het plafond omdat de lekkageoorzaak onvoldoende is vastgesteld. Ook wijst het hof toe dat de aannemer niet verantwoordelijk is voor het verbeteren van bestaande dakuitlopen. De aannemer wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst een deel van de vorderingen toe, wijst enkele af, vernietigt het vonnis deels en veroordeelt appellant in de kosten van het hoger beroep.