Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 20 februari 2024
[X] te [Z] , belanghebbende,
de heffingsambtenaar van de gemeente Rijswijk, de Heffingsambtenaar,
Procesverloop
Feiten
Oordeel van de Rechtbank
Beoordeling van het geschil
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende, een BV, kreeg drie naheffingsaanslagen opgelegd wegens parkeren zonder geldige vergunning in vergunningszone 1 te Rijswijk. De BV beschikte over een bewonersvergunning voor vergunningszone 2, aangevraagd voor een ander adres dan het werkelijke woonadres, waardoor de vergunning niet geldig was voor de parkeerlocaties.
De Rechtbank oordeelde dat de onderzoeksplicht van de parkeerder zich ook uitstrekt tot de aanvraag van een parkeervergunning en dat de BV niet had voldaan aan deze plicht. De vergunning was terecht ingetrokken en de naheffingsaanslagen terecht opgelegd. De BV voerde aan dat hij niet op de hoogte was gesteld en dat er sprake was van gewekt vertrouwen, maar dit werd verworpen.
In hoger beroep bevestigde het Hof het oordeel van de Rechtbank. Het Hof benadrukte dat de BV had moeten nagaan voor welk gebied de vergunning geldig was en dat het niet mogelijk was om een vergunning aan te vragen voor het juiste adres. Het niet tijdig informeren van de gemeente en het gebruik van een onjuiste vergunning kwam voor rekening en risico van de BV.
De naheffingsaanslagen bleven in stand en de proceskosten werden niet toegewezen. De uitspraak is op 20 februari 2024 door het Gerechtshof Den Haag in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat de naheffingsaanslagen terecht zijn opgelegd wegens parkeren zonder geldige vergunning in de juiste zone.