ECLI:NL:GHDHA:2024:2600
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtmatigheid aanmanings- en betekeningskosten bij naheffingsaanslagen fijnstoftoeslag motorrijtuigenbelasting
Belanghebbende was het niet eens met de in rekening gebrachte aanmaningskosten en betekeningskosten door de Ontvanger van de Belastingdienst vanwege het niet betalen van naheffingsaanslagen fijnstoftoeslag motorrijtuigenbelasting over de jaren 2021 en 2022. Na bezwaar en beroep bij de Rechtbank, waarbij de kosten werden bevestigd, kwam belanghebbende in hoger beroep bij het Gerechtshof Den Haag.
Het Hof overwoog dat de naheffingsaanslagen zelf niet ter discussie stonden, maar uitsluitend de aanmanings- en betekeningskosten. Het Hof nam de gronden van de Rechtbank over en voegde toe dat het bezwaar van belanghebbende tegen de aanslagen geen recht op uitstel van betaling gaf. Ook werd het betoog dat EU-normen of het EVRM waren geschonden verworpen wegens onvoldoende concretisering.
Verder wees het Hof het argument af dat de overschrijding van de beslistermijn op bezwaar tot niet-ontvankelijkheid van het bezwaar zou leiden, omdat deze termijn een termijn van orde is en het bestuursorgaan ook daarna nog moet beslissen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraken van de Rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat de aanmaningskosten en betekeningskosten terecht zijn opgelegd en verklaart het hoger beroep ongegrond.